Watermolen Spoordonk

     ‘De Spoordonkse Watermolen’      

( Geschiedenis )

Zie hier foto’s en een beschrijving van de werking van de watermolen

Van 1320 tot heden

In eerste instantie heeft men voor aandrijving van de noodzakelijke molens gebruik gemaakt van waterkracht. Rond 1100 waren er in de Nederlanden al heel wat watermolens in bedrijf, maar rond 1300 nam de bouw van windmolens een vlucht. De bouw van zowel wind- als watermolens vereiste een relatief grote investering, die alleen door kapitaalkrachtige personen of instanties was op te brengen.
De eerste molens zijn dan ook gebouwd door de adel die heerlijke rechten bezat en door grote kapittels en abdijen, zoals in Kempenland de abdij van Postel. Omdat deze investeringen hun rente moesten opbrengen, wendden vele eigenaars, zoals Postel, zich tot de hertog, om de plaatselijke boeren te verplichten om op de plaatselijke molen te laten malen. Dit waren de zogenaamde dwang- of banmolens. In Oirschot heeft trouwens nooit molendwang bestaan.

In 1320 waren de watermolen ten westen van Oirschot (Spoordonk) en de windmolen ten zuiden van Oirschot ‘op de hei’ (Strathen), reeds in bedrijf als heerlijk bezit van de Oirschotse heren. Dit blijkt uit een koopakte van 24-04-1320 waarin Rogier van Leefdaal tot een accoord is gekomen met Wouter van Oirschot omtrent de koop van de “allodiale” heerlijkheid Oirschot. Door de tophypotheek, die vermoedelijk op deze goederen drukte, zaten er aan de transactie nogal wat haken en ogen. Oirschot werd verkocht ten overstaan van de schepenen van ‘s-Hertogenbosch en wel in een formule, die gebruikt werd bij de verkoop van onroerend eigendom.

Deze watermolen werd in 1501 voor zes jaar gepacht door Jan en Henrick zonen van Jan Gerardus van der Lusdonck X Lijsbet Henric Gerart Sbyens. Maar ook 32 jaar later, in 1533, zien we dat de watermolen weer gebruikt wordt door een van onze voorouders. Genoemde Henrick van der Lusdonck pacht nu samen met zijn zoon Geraert de watermolen, meestal was dat voor zes jaar. (Zie ook de uitgebreide omschrijving bij 1501 & 22-1-1533)

De Spoordonkse watermolen is een onderslag watermolen die voorheen bestond uit een koren- en oliemolen. De molen kwam op 2 januari 1900 in het bezit kwam van de familie van Esch en is op dit moment nog steeds in hun bezit. De huidige eigenaar, Emile van Esch, is met zijn gezin woonachtig in het gedeelte dat voorheen de oliemolen was. Die is bij de restauratie verdwenen. De korenmolen is nu een te bezichtigen privémuseum en er kan kleinschalig graan gemalen worden. De molen is gelegen aan de SPOORDONKSEWEG 130 in Spoordonk, vanaf Moergestel komend richting Spoordonk, op de grens met Spoordonk, direct aan de oever van de rivier de Beerze. Aan de overkant van de weg lag vroeger het kasteel/huize ‘den Bergh’, waartoe de watermolen in die tijd behoorde.

1300 – Het Oirschots kasteel en de watermolen als grens

  • “In 1300 kocht Oisterwijk, van de Hertog, een groot stuk gemeynt tot op de stoep van het Oirschotse kasteel: de watermolen was de grens. De Oirschotse reactie liet echter op zich wachten tot 1312. In dat jaar kocht Oirschot een stuk gemeynt, dat grotendeels hetzelfde was als het Oisterwijkse van 1300. Maar toen het in 1385 tot een proces kwam tussen beide dorpen, kreeg Oirschot veruit het grootste stuk toegewezen volgens de nu nog bestaande grenzen.”

  • Bovengenoemde betekent, dat er blijkbaar in 1300 al een kasteel en een watermolen waren in Oirschot.

  • Bron: Campinia 10e jaargang, nr.38, juli 1980, blz. 57 > Speciale uitgave over Oirschot (Burgerlijk bestuur)

  • Bronnen van Campinia: Parochie-archief Oirschot, Register van Dooren-van Baar, blz. 330 en 482; Tekstkritische publicatie van deze oorkonde van Hertog Jan II d.d. 19 februari 1312; Archief gemeente Oirschot, charters nrs. 24 en 25, gepubliceerd in Campinia I, blz. 190 en Campinia IV, blz. 178

1320 > heden – Geschiedenis van de Spoordonkse watermolen

Het is niet bekend wanneer de Spoordonkse Watermolen voor het eerst gebouwd werd. Er is ter plekke ook geen archeologisch onderzoek verricht. Bij de restauratie is daar ook geen opheldering uit gekomen. De molen heeft deel uitgemaakt van een complex waarbij de rentmeesterswoning, diverse landerijen en het kasteel of huis ‘De Bergh’, dat 100 meter zuidelijker lag, hoorde. Dit kasteel is in de achttiende eeuw gesloopt. De rentmeesterswoning staat nog aan de overzijde van de weg. Volgens een uitgave door de bewoners van de molen zou het oudste geschreven bericht over de Spoordonkse watermolen dateren uit 1453, toen op Sint Jansdag de molen verpacht werd door de rentmeester Johan van Merode aan molenaar Willem Schoemekers. Doch zoals hieronder zal blijken, dateert de watermolen reeds van voor 1320.

Johan de Merode was de zoon van Richard de Merode en Beatrix van Petershem. Zijn moeder, Beatrix van Petershem, bracht met haar huwelijk zowel de halve heerlijkheidsrechten van Oirschot als de Spoordonkse Watermolen mee. De watermolen bleef in het bezit van de familie van Merode tot 1714. In dat jaar werd de molen aangekocht door Maarten Christiaan Sweers de Landas, op dat moment Kwartierschout van Kempenland. Al eerder had Maarten Christiaan de heerlijkheidsrechten van Oirschot gekocht. In 1802 verkocht de weduwe van Carel Hendrik Jacob Sweers de Landas de Spoordonkse watermolen (koorn- en olie-molen) op een openbare verkoop. De molen werd in 1844 verpacht aan de familie van Esch. Deze familie kocht de molen met rentmeesterwoning op 2 januari 1900.

24 april 1320 – Ridder Walterus van Oirschot verkoopt van Spoordonkse watermolen aan ridder Rogier van Leefdael

  • Ridder Walterus van Oirschot verkoopt de allodiale Heerlijkheid van Oirschot aan ridder Rogier van Leefdael met alle bezit van goederen en rechten, met uitzondering van de jaarlijkse cijnzen en uitgangen uit genoemde goederen, welke cijnzen en uitgangen Rogier op vastgestelde tijden verplicht is aan Walterus te betalen.

  • Als men zich afvraagt, welke allodiale goederen werden overgedragen, geeft de akte weinig informatie. Het antwoord moet daarom afgeleid worden uit de situatie, zoals die later blijkt te bestaan. De enige allodiale goederen die uitdrukkelijk genoemd worden, zijn de ‘molens’. Hieruit is te besluiten dat de twee molens, die later eigendom blijken te zijn van de Oirschotse Heren, in 1320 reeds in bedrijf waren als heerlijk bezit. Naast de watermolen te Spoordonk was dit ook de windmolen ten zuiden van Oirschot op de hei.

  • (Bij een allodiale heerlijkheid is de heer geen ‘leenhulde’ verschuldigd aan de graaf of hertog)

  • (Walterus = Wouter z.v. ridder Daniel van Oirschot en Margaretha van Kleef)

  • (Bron: Oog op Oirschot – De heren van Oirschot uit de familie van Leefdaal 1320-1353 enz. – blz. 61-62 ev > De koopakte van 1320.04.24)

1355 – Molendwang en de Spoordonkse watermolen

  • Het jaar 1355 was politiek gezien een geschikt moment om het monopolie van de Oirschotse halfheren te doorbreken. Er bestond op dat ogenblik nog steeds onenigheid over de opvolging in de heerlijke rechten tussen Jan II van Petershem en zijn tante Margriet van Leefdaal. Als er in dit verband gesproken wordt over monopolie wordt hier, door Campinia, alleen bedoeld een practische monopolie. Er is geen enkele aanwijzing gevonden, dat de molens van de halfheren van Oirschot bankmolens waren, waar de inwoners van Oirschot verplicht moesten laten malen. Er is een uitspraak van 1699, dat er in Oirschot nooit molendwang is geweest, maar dat men ‘sinds aloude tyden’ vrij kon laten malen op de 4 korenmolens. Dit zijn de watermolen van Spoordonk en de windmolens van Kerkhof, Straten en Vleut. De Notelse molen, die veel ouder is dan de Vleutse, was tot dan toe geen koren- maar oliemolen. Voor de periode van vóór 1355 is echter geen conclusie te trekken. Bron: Campinia 18e jaargang, nr.69, april 1988, blz. 67 (algemene nabeschouwing) > Het betreft hier de akte van verpachting van de windmolen te Straten door Goeltken, weduwe van Jan Pijnappel aan Danel de Metser en Gijsbrecht Henricks Hoppenbrouwers van 7 mei 1518, blz. 62 t/m 68

  • Zie ook het jaar 1699

31 augustus 1357 – Margriet van Leefdael heeft aandeel in de Spoordonkse watermolen

  • Op 31 augustus 1357 blijkt Margriet van Leefdael, dochter van Rogier van Leefdael en Agnes van Kleef, een aandeel (gebruiksrechten) te hebben in de tienden en de molens van Oirschot, dus ook de Spoordonkse watermolen, dat haar krachtens de dood van heer Jan van Leefdael zaliger, haar broer, erfelijk ten deel is gevallen en dat haar mede-erfgenamen aan haar hebben afgestaan. Zij nam een hypotheek op genoemd deel in tienden en de Oirschotse molens, die zij gekocht had van Gerard Henrikszoon van Uden. (Bron: Campinia 19e jaargang, nr.72, januari 1989, blz. 9 en 10 > De heren van Oirschot uit de familie van Peterhem door J. Lijten (blz. 3 t/m 21.

28 januari 1359 – Margriet van Leefdael bezit boerderij in de rook van het Oirschots kasteel

  • Op deze datum blijkt Margriet van Leefdael, dochter van Rogier van Leefdael en Agnes van Kleef, ook in het bezit te zijn van een boerderij en de helft van de Langdonk, die een merkelijke oppervlakte beslaat en onder de rook van het Oirschotse kasteel lag. (Bron: Campinia 19e jaargang, nr.72, januari 1989, blz. 9 > De heren van Oirschot uit de familie van Peterhem door J. Lijten (blz. 3 t/m 21.

1362 – Herman Dirkszoon van Vught is eigenaar van helft van de Spoordonkse watermolen

  • In 1362 blijkt Herman Dirkszoon van Vught (verre afstammeling van Daniel van Vught gehuwd met Agnes) nog eigenaar te zijn van de helft van de Spoordonkse watermolen. Op dit bezit werd door de toenmalige heer van Oirschot, Jan II van Petersheim, een hypotheek gevestigd, waardoor hij een sterke claim legde op die helft van de molen, die dan ook later weer in zijn geheel in het bezit was van de Oirschotse heren.

  • (Bron: Oog op Oirschot – De heren van Oirschot uit de familie van Leefdaal 1320-1353 en van Petershem 1353-1455 – blz. 69 > Jan II van Petershem heer van Oirschot 1353-1363)

5 januari 1362 – Jan II van Petershem koopt de helft van de Spoordonkse watermolen

  • Bij oorkonde voor de Bossche schepenen op 5 januari 1362 kocht Jan II van Petershem, kleinzoon van Rogier van Leefdael en Agnes van Kleef, van Herman Dirckszoon van Vucht een jaarrente van 7 pond uit de helft van de Spoordonkse watermolen en legde daardoor een claim op die helft van de molen, die later dan ook weer in zijn geheel eigendom van de heren van Oirschot blijkt te zijn. Door dit soort akties verkeerde Jan II in voordurende geldnood. Jan II stierf eind 1362 of begin 1363. (Bron: Campinia 19e jaargang, nr.72, januari 1989, blz. 8 > De heren van Oirschot uit de familie van Peterhem door J. Lijten (blz. 3 t/m 21.

< 21 april 1428 – Claes Geritss van der Lulsdonc en de Strathense windmolen

  • Claes Geritss van der Lulsdonck heeft opgedragen aan Dirck zoon wijlen Dirck die Molner van Stipdonc ’t deel van Henrick Yde Luijkens man van Aleit Claes Molners in de windmolen van Strathen (Claes had dat deel verkregen van Henrick). Goijart van Zeelst doet afstand, 21 april 1428. (De originele akten moeten nog uitgewerkt worden) (Bron: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch – Bossche Protocollen, deelbestand 1427/1443 – BP 1198 – Oirschot – okt. 1427/sept. 1428 folio 60v, door Ferdinand Smulders / Mechelien Spierings. in samenwerking met Mevr. Georgina van Adrichem, dhr. Jan Toirkens en dhr. Hein Vera)

okt.1427 / sept.1428 – Claes Geritss van der Lulsdonc en de Strathense windmolen

  • Genoemd: Claes Geritss van der Lulsdonc, Aelbert Jorden Aelbrechss, Jan Henrick Knapen, Dirck Dirck sMolners van Stipdonc > (pacht uit de windmolen van Strathen, Jan Stijnen zoon van Dirck sWevers. (De originele akten moeten nog uitgewerkt worden) (Bron: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch – Bossche Protocollen, deelbestand 1427/1443 – BP 1198 – Oirschot – okt. 1427/sept. 1428 folio 61r, door Ferdinand Smulders / Mechelien Spierings. in samenwerking met Mevr. Georgina van Adrichem, dhr. Jan Toirkens en dhr. Hein Vera)

24 augustus 1429 – Claes Geritss van der Lulsdonc en de Strathense windmolen

  • Dirck zoon wijlen Dirck sMoelners van Spoerdonc (wrsch. Stipdonk, JT) heeft opgedragen aan Corstiaen Mathijs Hoesen zijn deel (vroeger van Henrick Yden Luijkenszoen man van Aleyt Claes Moelners) in de windmolen van Strathen (Dirck had dat deel verkregen van Claes Geritss van der Lulsdonc) 24 augustus 1429. (De originele akten moeten nog uitgewerkt worden) (Bron: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch – Bossche Protocollen, deelbestand 1427/1443 – BP 1199 – Oirschot – okt. 1428/sept. 1429 folio 123r, door Ferdinand Smulders / Mechelien Spierings. in samenwerking met Mevr. Georgina van Adrichem, dhr. Jan Toirkens en dhr. Hein Vera)

okt. 1446 / sept. 1447 – Jonker Jan van Peterssem bezit de helft van de Spoordonkse watermolen

  • Jonker Jan van Peterssem, Heer van Peterssem, Oerscot en Beke bezat 2 hoeven, 1 windmolen en 1 watermolen en die Thienden opten Berch of op Spoerdonck en andere tienden.

  • Jonker Jan van Petershem, Heer van Oerscot en Beke bezat hoeven, een windmolen, een watermolen, tienden op den Berch op Spoerdonck en andere tienden

  • (De originele akten moeten nog uitgewerkt worden) (Bron: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch – Bossche Protocollen, deelbestand 1443/1455 – BP 1217 – Oirschot – okt. 1446/sept. 1447 folio 72v & 197v, door Ferdinand Smulders / Mechelien Spierings. in samenwerking met Mevr. Georgina van Adrichem, dhr. Jan Toirkens en dhr. Hein Vera)

24 juni 1453 – Verpachting van de Spoordonkse watermolen

  • Johan van Merode zn van Richard II de Merode, gehuwd in 1410 met Beatrix van Petershem, verpacht op St. Jansdag 1453 de watermolen van Spoordonk aan molenaar Willem Schoenmakers (Willem Schoemekers).

  • (St.Jansnacht is de nacht van 23 op 24 juni – Midzomernacht. St.Jansdag is 24 juni. Op deze dag herdenkt men de geboortedag van Johannes de Doper, de profeet die Jezus in de rivier de Jordaan doopte.)

  • Bron: Spoordonkse watermolen door Stichting huis en hoef van Brabant, De Spoordonkse Watermolen door Jeanne Dingemans en Emile van Esch, Lezen in Brabantse bronnen blz. 38 > St.Jansdag = 24 juni, http://www.beleven.org/feest/sint_jan, http://www.tomaatnet.nl/~vrijeopvoeding/vssintjan.html

21 december 1464 – Jan Janssen van den Ven pacht de Spoordonkse watermolen

  • “Wilhelm Everart Scouthet en Rentmeester mijns Joncker v. Mijnrode tot Petershem ende tot Oerscot verjaarpacht voor 6 jaar Corstiaen Jans van den Ven t.b.v. Jans Jans s.v. den Ven zijn broer de watermolen tot Spoerdonck. Op Sent Thomaesdach Ao LXIIII (=1464)” Bron: Lezen in Brabantse bronnen blz. 38 > St.Thomasdag = 21 december, Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) > Schepenbank Oirschot-Best 1463-1810 > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot 1464 RA122a/47 blz.123

  • Verschenen is Willem Everaerts, schout en ook rentmeester voor de jonker van Merode, heer te Petersheim, Oirschot etc. en verhuurt hierbij aan Corstiaen Janssen van den Ven ten behoeve van diens broer Jan Janssen van den Ven, voor een termijn van 6 jaar, te rekenen per a.s. St. Jans Aposteldag, de watermolen gelegen in herdgang Spoordonk. Jan als pachter zal de molen van alle ‘doevenhout’ moeten houden (?). De huur bedraagt 30 en een halve ‘dobbelen’, en de eerste termijn daarvan bedraagt 15 ‘dobbelen’ en een oort, te betalen met Kerstmis en de volgende termijn van 15 dobbelen en een oort te voldoen per St. Jansdag erna en zo steeds door. Als garantie voor deze afspraken hebben wij hier ons schependomszegel aan bevestigd, anno 1464, getuigen als schepenen Dirck van Ellaer en Henrick Maes van den Snepschuet, opgemaakt op St. Thomasdag. (Bron: RA122a – 21 december 1464 – akte 261 Oud-Rechterlijk archief Oirschot. (Transcriptie Jan Toirkens))

12 december 1471 – Gheerlyc van den Melcrode pacht de Spoordonkse watermolen

  • Gheerlyc v. den Melcrode heeft gejaerpacht, van Wilhelm Vos, rentmeester mijns heeren v. Mijnrode tot Oerscot. die Watermolen tot Spoerdonck, voor 6 jaar. Voor 35 dobbel min een 1/2 o.a. moet Geerlyc “die dijcken houden op sijnen cost, loftherlyc soe hij d’r mede malen wil” en o.a. “mijn heere sal hem te baten brengen dat snoijssel van den wilgen die op die dijck staen”. Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) > Schepenbank Oirschot-Best 1463-1810 > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot – 1471 RA123/204 blz. 190

  • Komen is Geerlick van de Melcroth en pacht van Willem Vos als rentmeester van de heer van Merode, de watermolen te Spoordonk, voor een periode van 6 jaar, ingaande St. Jans aposteldag. De pacht beloopt 35 en een halve dubbele guldens, waarvan de eerste termijn zal zijn per a.s. Kerstmis en de volgende met St. Jans Aposteldag erna (waarschijnlijk is toch bedoeld St. Jans Baptistdag, in de zomer, omdat St. Jans Aposteldag op 27 december valt, hetgeen niet valt te rijmen met de andere vervaldag Kerstmis, JT) en zo steeds 6 jaar lang. Geerlick is verplicht de molen goed te onderhouden wat betreft het ´dovenhout´, de kammen, spillen etc. Verder moet Geerlick de dijken daar op zijn kosten onderhouden voor die 6 jaar. Verder moet hij de molen zo achterlaten zoals hij hem heeft aanvaard. De pachter krijgt van de rentmeeser het snoeisel van de willigenbomen die op de dijk staan, op een redelijke tijd zodat de heer daarvan geen nadeel heeft aan die dijk. Verder is voorwaarde dat als de ´boer´ (de opslagschuur, JT) die de rentmeester zal laten bouwen aan de molen, daardoor stilstand aan de molen veroorzaakt, dat zulks in mindering op de pachtsom komt, naar redelijkheid. Als er nadeel of schade aan de molen ontstaat door toedoen van de molenaar dan is Geerlick daarvoor aansprakelijk volgens het molenrecht, zonder dat daar bezwaar tegen kan worden gemaakt. Actum als boven. (= Datum 12 december 1471, getuigen Joerden en Daniel van Vlierden – AvdL) (Bron: RA123a – 12 december 1471 – akte 195 Oud-Rechterlijk archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

27 oktober 1472 – Gielis, Jan en Aert zoons van Jacop Smolners huren de helft van de Spoordonkse watermolen

  • Claesken weduwe van Geerlinck van Melcrode verhuurt vanaf Kerstmis a.s. voor 4 jaar aan Gielis, Jan en Aert, zoons van wijlen Jacop Smolners een windmolen aan het Kerckeijnde en een watermolen te Spoerdonck, 27 oktober 1472.

  • Geerlinck van Melcrode had beide molens gehuurd van Willem Vos, rentmeester van de Heer van Meroede

  • (De originele akten moeten nog uitgewerkt worden) (Bron: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch – Bossche Protocollen, deelbestand 1470/1483 – BP 1242 – Oirschot – okt. 1472/sept. 1473 folio 106r, door Ferdinand Smulders / Mechelien Spierings. in samenwerking met Mevr. Georgina van Adrichem, dhr. Jan Toirkens en dhr. Hein Vera)

11 januari 1480 – Geerlick Dirck Roevers verkoopt de Spoordonkse watermolen

  • Verschenen is Geerlick zoon wijlen Dirck Roevers en verklaart dat hij aan Wouter Peters van Hirt…. (?) een watermolen heeft verkocht, eigendom van deze Geerlick en hij zal later deze molen officieel overdragen voor de stadhouder van Brabant of daar waar het nodig is, zodra Wouter daarom zal verzoeken. Datum 11 januari 1480, getuigen Dormalen en Aert Thomas. Geerlick verklaart dat hij 60 rijnsguldens voor de watermolen heeft ontvangen en geeft daarvoor kwijting. Actum als boven. (Bron: RA124b – 11 januari 1480 – akte 008 & 009 Oud-Rechterlijk archief Oirschot(Transcripties Jan Toirkens))

okt. 1479 / sept. 1480 – Heer Jan van Merode bezitter van de Spoordonkse watermolen

  • 4 beemden (van de Heer van Oirschot) achter de Spoordonkse watermolens , die Langdonck, die Vloebeempt, den Nuwenbeempt en den Dekenbeempt.

  • 2 hoeven ( van de Heer van Oirscot) in Spoerdonck. Pachters: Willem Goijaert Wouterss en Aert Gerits Vos
  • Heer Jan van Merode, ridder, Heer van Merode, Petershem, Oirscot en Hildevarenbeke, windmolen van Kerkhof, 2 watermolens (1 koren- en 1 oliemolen) in Spoerdonck).

  • (De originele akten moeten nog uitgewerkt worden) (Bron: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch – Bossche Protocollen, deelbestand 1470/1483 – BP 1250 – Oirschot – okt. 1479/sept. 1480 folio 156v, door Ferdinand Smulders / Mechelien Spierings. in samenwerking met Mevr. Georgina van Adrichem, dhr. Jan Toirkens en dhr. Hein Vera)

7 februari 1481 – Jan Willemss van Audenhoven huurt de Spoordonkse oliemolen

  • Willem van Catwijk, rentmeester van Heer Jan, Heer tot Mijrode, Peterssem, Oerscot en Beke etc. verhuurt aan Jan Willemss van Audenhoven een oliemolen in Spoerdonck (bij de watermolen) 7-2-1481 non solvit. (De originele akte moet nog uitgewerkt worden) (Bron: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch – Bossche Protocollen, deelbestand 1470/1483 – BP 1249 – Oirschot – okt. 1480/sept. 1481 folio 48v, door Ferdinand Smulders / Mechelien Spierings. in samenwerking met Mevr. Georgina van Adrichem, dhr. Jan Toirkens en dhr. Hein Vera)

20 maart 1483 – Pacht van een hoeve naast de Spoordonkse watermolen

  • Aert Vos en Henrick van der Heijden, pachten de hoeve van de Heer van Merode “over der Sluijsen” voor 6 jaar, 20 maart 1483 non solvit

  • Willem Goijart Wouterss, Henrick van der Heijden en Jacop Henrick Jacopss, pachten een hoeve van de Heer van Merode naast der watermolen voor 6 jaar, 20 maart 1483.

  • Aert Aert Voss, Corstken Hessel van Gemert en Jacop Henrick Jacopss pachten ’t weijvelt “die Langdonck” voor 6 jaar, 20 maart 1483 non solvit

  • (De originele akten moeten nog uitgewerkt worden) (Bron: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch – Bossche Protocollen, deelbestand 1470/1483 – BP 1252 – Oirschot – okt. 1482/sept. 1483 folio 370v, door Ferdinand Smulders / Mechelien Spierings. in samenwerking met Mevr. Georgina van Adrichem, dhr. Jan Toirkens en dhr. Hein Vera)

2 mei 1483 – Jan Jacop Smolnerss van Heze pacht de Spoordonkse watermolen

  • Jan Jacop Smolnerss van Heze bij Leende pacht die watermolen ende die olijmoelen (van de Heer van Petersshem) voor 6 jaar, 2 mei 1483. (De originele akte moet nog uitgewerkt worden) (Bron: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch – Bossche Protocollen, deelbestand 1470/1483 – BP 1252 – Oirschot – okt. 1482/sept. 1483 folio 370v, door Ferdinand Smulders / Mechelien Spierings. in samenwerking met Mevr. Georgina van Adrichem, dhr. Jan Toirkens en dhr. Hein Vera)

okt. 1483 / sept.1484 – Cijns uit 2 Spoordonkse watermolens (koren- en een oliemolen)

  • Cijns uit de windmolen van Kerkhof en 2 watermolens van Spoerdonck (een koren- en een oliemolen) en 2 hoeven van de Heer van Oirschot etc. Etc. (De originele akte moet nog uitgewerkt worden) (Bron: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch – Bossche Protocollen, deelbestand 1483/1501 – BP 1253 – Oirschot – okt. 1483/sept. 1484 folio 150v, door Ferdinand Smulders / Mechelien Spierings. in samenwerking met Mevr. Georgina van Adrichem, dhr. Jan Toirkens en dhr. Hein Vera)

13 maart 1484 – Jan Jacop Smollers pachter van de Spoordonkse watermolen

  • Komen zijn Aert Vos, Jan Janssen van de Venne en Heijlwig van der Heijden te Gestel en beloven samen aan Jan Jacop Smollers dat ze de heer van Merode voor een termijn van 5 en een half jaar, te weten daarvan per a.s. St. Jansdag de eerste termijn, de pacht zullen betalen voor de watermolen te Spoordonk die Jan daar had gepacht. Ze zullen die zo betalen dat Jan Jacop (Smollers) en diens borgen ervoor zijn gevrijwaard. Datum 12 maart 1484, getuigen Haren en Snepschuet. (Jan houdt het voor gezien danwel zijn de anderen onderpachters geworden, JT) (Bron: RA124b – 13 maart 1484 – akte 077 Oud-Rechterlijk archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

okt. 1487 / sept. 1488 – Heer Jan van Merode bezitter van de Spoordonkse watermolen

  • Heer Jan van Merode, ridder, Heer van Merode, Petershem, Oerschot en Hilwarenbeke (Hilvarenbeek) bezitter van een windmolen in Kerkhof en van twee watermolens (koren – en olie) en twee hoeven in Spoerdonck. (De originele akte moet nog uitgewerkt worden) (Bron: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch – Bossche Protocollen, deelbestand 1483/1501 – BP 1257 – Oirschot – okt. 1487/sept. 1488 folio 434v, door Ferdinand Smulders / Mechelien Spierings. in samenwerking met Mevr. Georgina van Adrichem, dhr. Jan Toirkens en dhr. Hein Vera)

3 juni 1490 – Willem Henrichs s.v. den Heyden pacht de Spoordonkse watermolen met de oliemolen

  • Dat voer ons comen is: heer Jan Robillart en Adriaen Vos, als rentmeesters der heren van Mirrode en Joncker Goijart Torck hebben verpacht Willem Henrichs s.v. den Heyden der heren Watermolen met de Olijmolen, tot Spordonck voor 5 jaar, voor 48 dobbels jaarlijks te bet., elken dubbel gerekend voor 30 stuivers. Nog diverse voorwaarden hieraan verbonden, o.a. dat Willem “sal sculdich wesen die dijken los barlijck te houden” etc. Hij mag ook geen willigen, die op de dijck staan “cloten”, ten zij met goed vinden van de rentmeesters. Willem voers. met Katrijnen wed. v. Henrich van der Heijden, zijn moeder en Claus zijn wettighe broer en Peter Gielis Snellartss hebben geloeft die pacht te bet. Willem Henrichs van der Heijden en Katelijn, zijn moeder en Claus, zijn broer geloven Peter Gielis Snellartss. “scadeloes te houden van der geloeften, die hij metten voers. den rentmeesters voers. gedaen heeft” Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) > Schepenbank Oirschot-Best 1463-1810 > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot – 1490 RA125b/383 blz. 52-53

  • Schepenen van Oirschot verklaren dat voor hen is verschenen heer Jan Robillart en Adriaen Vos als rentmeesters voor de heer van Merode en voor Goijaert Torck en verpachten nu aan Willem Henricks van der Heijden die de watermolen en de daarbij gelegen oliemolen te Oirschot, herdgang Spoordonk. De termijn is 5 jaar en begint per a.s. St. Jansdag tegen een pacht van 48 Dobbelen, momenteel een waarde hebbend van 30 stuivers per stuk, steeds in Oirschot te betalen in twee termijnen, de eerste termijn met Nieuwjaar 1491 en de andere met St. Jansdag erna. Willem is verplicht de molen goed te onderhouden in ´kammen, spillen en ander dovenhout´ op zijn kosten zonder dat hij de heer van Merode etc. iets in rekening kan brengen, en als er onderhoud wordt gepleegd of als er onvoldoende wateraanvoer is, daarvoor zal de pachter niets voor de stilstand mogen rekenen, tenzij hij wateroverlast heeft dan zal hij hij dat mogen berekenen volgens de voorwaardes die erover bestaan. Verder moet Willem ervoor zorgen dat er geen ongelukken met de molen gebeuren, vanwege water of vuur, etc. door zijn toedoen of namens hem en het herstel zal moeten gebeuren tegen waardering door goede mannen en moet hij alles goed onderhouden voor de 5 jaar. De rentmeesters zijn verplicht de genoemde dijk eerst behoorlijk op te leveren en daarna moet Willem die onderhouden. Er mogen geen willigenbomen worden geknot die op de dijk staan, tenzij met instemming van de rentmeesters. Willem belooft alles na te komen samen met zijn moeder Katharina als weduwe van Henrick van der Heijden samen met zijn broer Claes en nog Peter Gielis Snellaerts die beloven samen en hoofdelijk dat ze de pachtsom jaarlijks zodanig zullen betalen als in de voorwaardes is afgesproken. De pachtsom is te betalen onder beding van parate executie en er kan geen beroep worden gedaan op enig privilege, poorterschap klerkdom etc. Wij als schepenen hebben hieraan ons schependomszegel bevestigd. Datum 3 juni 1490, getuigen Dommelen, Borchakker, Crom en Mathijs.
    Genoemde Willem Henricks van der Heijden en diens moeder Katalijn en broer Claes beloven op hun beurt Peter Gielis Snellaerts te zullen vrijwaren voor diens belofte die hij namens hen aan de rentmeester heeft gedaan. Actum als boven. (Bron: RA125b – 3 juni 1490 – akte 127 & 128 Oud-Rechterlijk archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

 

okt. 1499 / sept. 1500 – Cijns uit de Spoordonkse watermolen

  • 2 watermolens Spoerdonk (koren- en oliemolen) (cijns daaruit). (De originele akte moet nog uitgewerkt worden)(Bron: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch – Bossche Protocollen, deelbestand 1483/1501 – BP 1268 – Oirschot – okt. 1499/sept. 1500 folio 180r, door Ferdinand Smulders / Mechelien Spierings. in samenwerking met Mevr. Georgina van Adrichem, dhr. Jan Toirkens en dhr. Hein Vera)

19 januari 1500 – Jan en Henrich kinderen van Jan van der Lulsdonck pachten de Spoordonkse water- en oliemolen

  • Actum sunt hec Anno XVc (=1500) ips(?) die Rumoldig, in presencia Johannis Oss et Karolij Cleijnael. In deser manieren sal meester Arnt van der Ameijden, als rentmeester der gueden der heeren Merode bijnnen Oerscot gelegen verpachten die wijndtmoelen tot Oerschot, die watermoelen van Spoerdonck ende beijde hoeven aldaer gelegen den voers. heeren toebehoerende, gelijc hier nae volght.

  • Item die wijndtmoelen sal men verpachten eenen termijne van 6 jaeren lanck vervolgende, die een aldernaest den anderen duerende, der af dat den yersten termijne ende jaer sal aengaen Sunte Jansmisse nu naestcomende Anno vijftienhondert ende een

  • Item sal men dese molen voers. verpachten met rogge, te weten met mudden der maten van Oerscot op ter moelen op der omtrent op enen solder te leveren ende te betalen, deraf den betaeldach altijt sal wesen tot 2 termijnen, te weten den yersten op ten heijligen Korsavond als men scrift(?) sanderdaechs de geboert ons heeren dusent vijfhondert ende twee ende den anderen termijne op Sunte Jans dach baptisten aldernaest volgende ende soe van termijne tot termijne die voers. sesse jaer al uut duerende

  • Item soe wie dese molen pacht salse houden op sijns selves cost van cannen(?), spillen(?), hersceijden ende zeijken(?) ende van allen etc. etc.

  • Item in deser vors. manieren(?) ende vorwarden soe heeft Danel die Metser en Jacop Jan Stockelmanss dese vors. wijntmolen gepacht ende den slach behouden, dat ierste jaer 44 1/2 mud rogge en de andere 5 jaar voor 44 mud

  • Item hebben geloeft Danel die Metser, Jacop Stockelmans deraf, Jacop set te borgen heer Henrich Jan Stockelmanss en Dirck, zijn broer, en Jorden Stockelman en Henrich Ghijsbrechts s.v. der Achter; ende Danel set te borgen, Johannes Braxatoris heer Jacopss, Henrich Peter Agnesen en Jan die Metser. Act altera Stefanij op Sunte Jansdach.

  • Item Peter Gieliss en Jan en Henrich Jans kind. van der Lulsdonck die hebben geloeft gesamenderhant onversceijden die een voer al als principael sculdener(?) te bet. den rentmeester dese voers. pachtinghe vander watermolen ende slachmolen tot 2 termeijnen, die somme te weten dat ierste jaer voer 41 1/2 dubbel ende die ander 5 jaer daarna over 39 dubbel elk jaer, op korsavont ende op Sunte Jan te midsomer d’ander helft, allen exceptien van porterien ende clergien ende exceptien indesen uutgesceijden ende der af te staen ter (hee…?) executien

  • In de marge: Willem Michiel Henrichss, Gherart Henrich Reepmekerss en Jacop en Willem, zijn broers, hebben geloeft te bet. meester Arnt van der Meijden 3 jaar lang voor de watermolen, 39 dubbels “elcken dubbel te 30 stuiver gerekent”, in 2 termijnen te bet., ende hij sal aenverden die molen Sunte Jansdach naestcomende * Anno XVc IIII (=1504)

  • * (boven staat nog wat geschreven, wat waarschijnlijk hiertussen hoort:”in alder formen ende manieren gelijck dese vorwart ende gelijc Peter Gieliss cum suis die gehadt hebben die voerleden 3 jaren. o.a. den Nuwenbeempt en Sadekens(?)beempt

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) > Schepenbank Oirschot-Best 1463-1810 > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot – 1501 RA126c/108 > 111 blz. 115 > 117

P.S. – Jan en Henrich Jans kind. van der Lulsdonck zijn dus pachters van de gehele watermolen (koren- en oliemolen)

  • ( handschrift heer Henrick van Esch !, buitengewoon slordig geschreven en op diverse plaatsen absoluut niet te ontcijferen!, JT)

  • Op St. Rumoldisdag (19 juni, JT) anno 1500 in aanwezigheid van Jan van Os en Kaerle Caleijnal, wil meester Aert van der Ameijden als rentmeester voor het bezit van de heer van Merode in Oirschot, de windmolen in herdgang de Kerkhof en de watermolen in herdgang Spoordonk, met de beide hoeves daar verpachten zoals hierna volgt.De windmolen te verpachten voor een periode van 6 achtereenvolgende jaren, waarvan het eerste jaar aanvangt met St. Jansdag a.s. anno 1501. De molen wordt verpacht met rogge, maat van Oirschot welke rogge op de molen wordt geleverd of in de buurt daar op een zolder. De pacht steeds in twee termijnen te voldoen, de eerste op Kerstsavond de dag na Christus geboorte anno 1502 en de volgende termijn op St. Jansdag in de zomer er na en zo steeds voort 6 jaar lang. De pachter zal op zijn kosten het onderhoud doen van kammen, spillen, hekwerk en zeilen etc. en verder is de pachter is verplicht de molen te behoeden voor ongelukken, zoals brand en onweer, ontstaan door zijn nalatigheid zodat er daardoor geen schade voor de verpachter ontstaat. Als er wel schade is dan wordt gehandeld volgens molenaarsrecht. De pachter moet goede borgen benoemen die voldoende kredietwaardig of goed worden bevonden door de rentmeester, danwel dat er een dergelijke verklaring komt van schepenen uit de stad Den Bosch of uit Oirschot al naar keuze van de rentmeester. Wie bij de bieding een bod doet en de ´palmslag´krijgt, zal mogen bieden (slaan, JT) met een … en elke slag doet een mud rogge, half voor de heer en half voor de … (bieder?).In marge 1 :Op deze wijze hebben Daniel de Metser en Jacop Jan Stockelmans de windmolen gepacht, waarbij er het eerste jaar 44 en een half mud rogge wordt betaald en de andere 5 jaren 44 mud. Beide pachters benoemen hun borgen, voor Jacop Stockelmans zijn dat heer Henrick Jan Stockelmans en diens broer Dirck, verder Joerden Stockelmans en Henrick Gijsbrechts van der Achter. De borgen voor Daniel zijn Jannes zoon heer Jacop Brouwers, Henrick Peter Agnesen en Jan de Metser. Datum de dag na St. Stephanusdag op St. Jansdag (lees 27 december, JT) 1500, getuigen Henrick Thomaes en Willem Henricks. Eveneens zal de pachter de pacht voor de watermolen in termijnen voldoen zoals is beschreven bij de windmolen en de pachter moet in ´dobbelen´betalen, zijnde elke dobbel 30 stuivers en in munten van hedendaagse koers, half en half…de volgende 5 jaar….De pachter van de watermolen is verplicht om te zorgen voor het onderhoud van de kamme, de spillen en verrot hout te vervangen zoals dat gebruikelijk is. Als er andere noodzakelijke reparaties aan de molen moeten worden verricht, dan moet de pachter dat direkt aan de rentmeester meedelen en de stilstand wordt verrekend zoals in de voorwaardes bij de windmolen, maar als er onvoldoende wateraanvoer is, zal men geen stilstand berekenen. De molenaar is verplicht de dijken van de vloet op zijn kosten te onderhouden en geen willigenbomen te planten, anders dan alleen met goedkeuring van de rentmeester die dan in funktie is. Als hij dat wil…. zal men hem ander hout aanwijzen.In marge 1 :Peter Gielis en Jan en Henrick als kinderen van Jan van der Lulsdonk hebben beloofd samen en hoofdelijk aan de rentmeester voor de pacht van de water- en de slagmolen het eerste jaar die daarvoor 41 en een halve dobbelen te betalen en de andere 5 jaren elk jaar 39 dobbelen, te voldoen in 2 termijnen, n.l. op Kerstavond de ene en met St. Jansdag in de zomer de andere termijn, elke keer de helft ervan. Er zal geen beroep kunnen worden gedaan op poorterschap, klerkschap of op andere privileges, maar er wordt betaald onder beding van parate executie.In marge 2 :Willem Michiel Henricks, Gerard Henrick Reepmakers en diens broer Jacop en diesn broer Willem beloven aan meester Aert van der Meijden 3 jaar lang voor de watermolen 39 dobbelen te betalen, elke dobbel gerekend tegen 30 stuivers, in 2 termijnen te voldoen, zoals volgens de voorwaardes en zoals Peter Gielis de molen de afgelopen 3 jaar heeft gepacht gehad. De molen is te aanvaarden a.s. St. Jansdag anno 1504. Datum 10 november (waarschijnlijk in het jaar 1503), getuigen Everaert Marcelis, Aert Goijaerts en Cornelis. (er is nogal eens een wisseling van de pachters, ze houden het dikwijls niet langer uit dan 3 jaar in plaats van de 6 jaar, JT) Verder zal de verpachter de beide hoeves die de heer toebehoren verpachten met geld en koren, het koren half in rogge en half in gest te betalen. Het geld in dobbelen tegen de waarde zoals hiervoor. De hoeves zijn te aanvaarden per a.s. Pinksteren en moeten ook zo na 6 jaar worden achtergelaten. De betaaldag voor het koren is met Maria Lichtmisdag…. en het geld…Verder verpacht de heer de Langdonk, om te maaien(?), in dobbelen te betalen, en die is per a.s. half maart te aanvaarden en… met Allerheiligen (?). De slagen …. en komen ten gunste zoals hiervoor, maar als lijfkoop wordt er voor elke dobbele een braspenning extra betaald aan de rentmeester, die daarmee naar keuze mag handelen .Verder verpacht de rentmeester de Nieuwe Beemd en de Smedekensbeemd (?), ook 6 jaar lang zoals bij de Langdonk. De slagen daarbij te betalen zoals hiervoor en men zal betalen met philips klinkende (? ) elk van 20 stuivers en als kosten van lijfkoop geldt een halve braspenning en elke slag daarbij doet 7 en een halve stuiver.Verder is afspraak dat de 2 pachters altijd op hun kosten de molen te Oirschot…. en zullen daarvoor alle hout aanvaarden ten behoeve van de molen en de hoeves met de beesten, binnen of buiten Oirschot. Maar als ze het hout beiden buiten Oirschot halen zal men hen de kost geven en aan de paarden een zekere hoeveelheid haver. Verder zal elke pachter waar de rentmeester hem dat zal aanwijzen 50 heesters …. en buiten… Verder moeten de pachters goede borgen laten benoemen zoals bij de windmolen van hiervoor.De biedingen hiervan zullen openstaan tussen heden datum en St. Andriesdag en binnen die termijn zal ieder mogen bieden bij de rentmeester of aan diens vervanger en wel te goedertrouw. De laatste dag zal rentmeester het opbod laten houden met de vorster en dan de kaars aansteken van … vinger lang. Als de koop heeft plaatsgevonden moet er in de 4 kerstdagen worden gezorgd voor goede borgen. Als het bod niet gestand wordt gedaan, dan mag de rentmeester daarna opnieuw uit de hand verpachten en als het dan minder opbrengt komt dat voor rekening van de eerste koper die zijn verplichting niet nakomt. De borgen aan te stellen in Den Bosch of in Oirschot. (Bron: RA126c – 1501 (19 juni 1500) – akte 232 Oud-Rechterlijk archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

16 februari 1501 – Jan Willem Goyartss pacht een hoeve gelegen tussen de Spoordonkse watermolen en de sluis

  • Meester Art van der Meijden als rentmeester der heren van Mirrode heeft verpacht Jan Willem Goyartss die hove tussen de watermolen en die slose gelegen, hersc. van Spordonck, voor 6 jaar elk voor 11 Rijnsg. en voor 15 mud corns, 1/2 rogge en 1/2 garst. En Jan Willem Goyartss en met hem Goyart Willem Goyartss, zijn broer, geloven samen “allen exceptien etc.” Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) > Schepenbank Oirschot-Best 1463-1810 > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot – 1501 RA126c/25 blz. 23

  • Meester Aert van der Meijden als rentmeester voor de heren van Merode verpacht aan Jan Willem Goijaerts die de hoeve tussen de watermolen en de sluis, gelegen in herdgang Spoordonk. De huur loopt voor 6 jaar, elk jaar tegen een pacht van 11 rijnsguldens en 15 mud koren, de helft in rogge en de helft in gerSt. Genoemde pachter Jan Willem Goijaerts en met hem Goijaert Willem Goijaerts, zijnde zijn broer, beloven geen beroep te doen op uitzonderingsposities zoals poorterschap, klerkschap etc. maar alles te zullen voldoen op conditie van parate executie en behoorlijk te zullen betalen. Actum als boven. (= Datum 16 februari 1501, getuige Belaerts – AvdL) (Bron: RA126c – 16 februari 1501 – akte 047 Oud-Rechterlijk archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

24 juni 1504 – De Spoordonkse watermolen als onderpand

  • Joerden Drick Hoppenbrouwer, Jan Willem Jacops en Happo Jan Vos als beheerders van de tafel van de H. Geest van Oirschot, met instemming hierin van de deken en kapittel van Oirschot, schepenen, gezworenen, kerkmeesters , H. Geestmeesters en een deel van de inwoners van Oirschot, verkopen met schepenbrief van Den Bosch aan meester Aert van der Meijden ten behoeve van meester Jacop Huguel een pacht van 4 mud rogge, maat van Helmond, uit een pacht van 10 mud rogge, zelfde maat, op onderpand van een watermolen onder Wolfswinkel en op onderpand van de hoeve genoemd Bubnakel eerder eigendom van Geerlicks van Erpe gelegen in de gemeente Rode (St. Oedenrode, JT) b.p. Mathijs Backs, het erf eerder van Wouter Wellen, ook op onderpand van al het bezit dat tot die hoeve behoort. Die pacht had heer Henrick Vos, priester en kanunnik van de St. Peterskerk te Oirschot met ander bezit etc. in zijn testament aan de tafel van de H. Geest vermaakt. Datum St. Jansdag in juni 1504, getuigen Colen en Hoppenbrouwer. (Bron: RA127a – 24 juni 1504 – akte 140 Oud-Rechterlijk archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

13 augustus 1504 – De Spoordonkse watermolen als onderpand

  • Heer Ricalt van Merode, heer tot Petershem, Diepenbeeck, Oirschot en Herlaer heeft beloofd aan meester Aert van der Meijden ten behoeve van Henrick de Hoze een pacht van 4 mud rogge per jaar, Oirschotse maat te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag, op onderpand van de 2/5e delen van alle chijnsbezit te Oirschot zijnde de wind- en watermolen en verder op onderpand van al zijn andere chijnsgoederen te Oirschot. Heer Ricalt belooft zijn onderpanden in in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. Datum 13 augustus 1504, getuige Leeuw, ( dit is Ricalt van Merode weduwnaar van Maria van Gaveren van Diepenbeeck en gehuwd met Margriet van Horn, JT). De pacht uit de vorige akte is altijd aflosbaar tegen betaling van 108 rijnsguldens, elke gulden tegen 20 stuivers. (geen datum en geen getuigen vermeld, JT(Bron: RA127a – 13 augustus 1504 – akte 181 Oud-Rechterlijk archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

26 april 1507 – Vos, die Brouwer en van der Meijden zijn pachters van Spoordonkse water- en slachmolen

  • Ariaen Vos, Jannes die Brouwer heer Jacopss en Art Henrichss van der Meijden hebben geloeft te bet. meester Art van der meijden, rentmeester der heren Petershem en Mirrode 6 jaar lang, voor die watermolen en die slachmolen, tot Spoerdonck; te bet. in 2 termijnen, waarvan de eerste termijn te bet. “op Korsavont nu naest(comende) anno XVc ende acht na scrivens tshoefs van Luijdich” het eerste jaar 46 1/2 dubbelen ende andere jaren 44 dubbelen, elke dubbelen getekent voor 30 stuiver …. enz. enz. (Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) > Schepenbank Oirschot-Best 1463-1810 > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot – 1507 RA127/426 blz. 420)

  • Adriaen Vos, Jannes zoon van heer Jacop de Brouwer en Aert Henricks van der Meijden beloven hierbij aan meester Aert van der Meijden als rentmeester voor de heer van Petershem en die van Merode, 6 jaar lang voor de huur van de water- en slagmolen te Spoordonk, in 2 termijnen , de eerste ervan per a.s. Kerstavond anno 1508 volgens tijdsstijl van het Hof van Luik, en de andere termijn met St. Jansdag erna, elke termijn ervan de helft en wel voor het eerste jaar 46 en een halve dubbelen te betalen en de andere jaren 44 dubbelen, elke dubbele gerekend tegen 30 stuivers. De pachters moeten de twee molens goed onderhouden wat betreft de kammen, spillen en alle verrot hout etc. zoals vanouds gebruikelijk is. Als er reparatie nodig is moet de molenaar dat direkt aan de rentmeester kenbaar maken en zijn stilstand rekenen. Als de reparatie binnen 3 dagen kan plaatsvinden mag er geen stilstand aan de heer worden berekend, en als de stilstand langer is dan de 3 dagen, mag de molenaar dat al naar tijdsgelang in mindering brengen op de pachtsom, maar voor niet meer dan dat. Als er geen water is om mee te malen, dan mag de molenaar dat in mindering brengen. De pachter moet de beide molens beschermen tegen ongelukken, brand etc. en als hij daarbij in gebreke blijft en er schade ontstaat moet dat volgens molenaarsrecht worden vergoed, waarbij elke dag stilstand gerekend wordt tegen anderhalve dag zoals gebruikelijk. De dijken rondom de vloet dienen behoorlijk te worden onderhouden op kosten van de pachter en er mag ook geen willigenhout worden gekapt of geknot, zonder verlof hiertoe van de rentmeester en als het hem tijdig is medegedeel zal de rentmeester hem het hout aanwijzen. De pachters beloven geen beroep te doen op poorterschap, klerkdom of uitzonderingen en priveliges die in tegenspraak zouden zijn met dit kontrakt en alle beloftes zijn gedaan onder het beding van parate executie. Datum 26 april 1507, getuigen Berse een Leeuw. (Bron: RA127a – 26 april 1507 – akte 124 Oud-Rechterlijk archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

1513van Oudenhoven en Aelbrechts zijn pachters van Spoordonkse water- en slagmolen

  • Thomas Goossens van Oudenhoven en Goijaert Willem Aelbrechts, als pachters van de water- en slagmolen te Spoordonk beloven aan meester Aert van der Meijden als rentmeester voor de heren van Petershem en van Merode, 6 jaar lang voor die molen, 2 huurtermijnen te betalen, de eerste per Kerstavond anno 1514 en de volgende op St. Jansdag erna elke termijn de helft ervan, zijnde per jaar 45 dubbele guldens. De pachters zijn verplicht deze 2 molens in goede staat van onderhoud te houden, de kammen, spillen etc. te repareren en alle verrot hout te vervangen zoals van oudher gebruik is. Als men moet repareren, zal de molenaar daarvan de verpachter direkt in kennis stellen en de stilstand dan verrekenen zoals oud gebruik is. (geen datum en geen getuigen vermeld, JT). (Bron: RA128a – 1513 – akte 100 Oud-Rechterlijk archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

Periode 1514 > 1517 – de Spoordonkse watermolen

  • Uit de periode 1514-1517 is geen protocol overgeleverd. (Bron: Oud-Rechterlijk archief Oirschot (Transcripties Jan Toirkens))

1515 – de Spoordonkse watermolen en de waterrechten van Karel V

  • Sinds de regeringsperiode van Karel V (1515-1555) rusten er al waterrechten op de eeuwenoude watermolen in Spoordonk. (Bron: “De wording van de nieuwe Beerze” uitgegeven door de samenwerkende partijen: Dienst Landelijk gebied Noord-Brabant, Waterschap De Dommel en Natuurmonumten) > een citaat daar uit: “Vanaf het pad zou je niet vermoeden dat het met de Spoordonkse watermolen hier om een olie- en korenmolen gaat. Dat komt omdat het waterrad onder een dak staat: de molen is over de beek heen gebouwd. Het is de enige van de acht Brabantse watermolens waar dat het geval is. De molen heeft een kleurrijke geschiedenis. Karel V had hier al het recht om het water tot ruim 12 meter op te stuwen. Het zorgde er toendertijd voor dat de bewoners het droog hielden en dat de molenaar kon malen. Door de eeuwen heen hebben de mulders nooit hun waterrecht verkocht. ………”

  • Karel V (van het Roomse Rijk) werd geboren 24 februari 1500 te Gent (België) als zoon van Filips de Schone en Johanna van Castilië. Hij overleed op 21 september 1558 te Cuacos de Yuste (Spanje). Karel was heer der Nederlanden van 1515 tot 1555. (Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Karel_V_van_het_Heilige_Roomse_Rijk)

11 september 1518 – Valse verklaring betreffende de Water- en Slagmolen te Spoordonk

  • Schepenen van Oirschot verklaren hierbij plechtig dat voor ons is verschenen meer Aert van der Ameijden als rentmeester voor de heer van Petershem en heeft te kennen geven dat hij een getuigenverhoor wil laten hebben voor schepenen en andere goede mannen hetgeen hem door de heer schout is toegestaan.Meester Aert legt aan deze goede mannen het punt voor of het zo is geweest dat ongeveer 70 of 80 jaar geleden, ze een zeer oude man hebben gezien die waarschijnlijk Aert Vereijck heette, die bedelend langs de deuren en huizen liep en hem toen hebben horen zeggen dat hij een van de getuigen was in de kwestie over de gemeijntes tussen de inwoners van Oirschot en Oisterwijk, destijds toen ook al weer jaren terug. En dat dezelfde Aert of hoe hij ook genoemd mag worden, toen staande bij de water- en slagmolen te Spoordonk, bij het rad van die molen staande, toen heeft gezworen ´bij de schepper´(God, JT) die boven hem was, dat ze op de grond stonden van de gemeente Oisterwijk. Hij verklaarde toen verder dat ze allen als getuigen verdoemd waren, ¨want al mijn compagnons zijn in de hel terecht gekomen en als ik sterf zal ik er ook heen gaan, want wij hebben een valse getuigenis afgelegd. Want wij hadden grond genomen van nabij de lindeboom van Oisterwijk en in onze schoenen gelegd, waar we op stonden toen we de eed aflegden en we hadden ook nog een lopel in onze hoed boven ons hoofd gedaan, elk van ons en dat was dan de ´schepper´ waarmee we hadden gezworen. En daarom zullen we allen verdoemd worden.¨ Dirck Goossen (Neven, JT) oud 90 jaar of meer, en Jacop Henricks van Strijp oud ongeveer 80 jaar, allebei in het bezit van goed verstand, hebben verklaard dat zulks inderdaad zo is gebeurd. En ze denken dat hij Aertken Vereijk heette en dat hij ook heeft gezegd ¨mijn compagnons zijn al in de hel terechtgekomen en ik zal er ook heen gaan´. Ze hebben hem dat dikwijls horen verhalen en ze gaven hem dan een schotel bier.Rutger Willems verklaart dat hij een keer Aerten Verijck bij zijn zuster zag zitten aan de tafel om de nacht door te brengen bij de arme lieden daar en dat hij toen zei ¨Mijn compagnons zijn allen in de hel terechtgekomen, want wij hebben valselijk getuigd in de kwestie over de gemeijntegronden tussen Oirschot, Beerze en Oisterwijk¨ En hij had ook kwaadgesproken van Aert van Laerhoven en tegen hem gezegd : ¨als gij heb verkeerd hebt getuigd dan moet ge dan hier niet uit de doeken doen¨. Deze Rutger is wel 70 jaar oud zoals hij zei.Wordt aan schepenen het punt voorgelegd of Dirck Goossens en Jacop Henricks niet al vaak schepenen in Oirschot zijn geweest en nog steeds voldoende verstand hebben om schepenen te zijn als hen daarom gevraagd zou worden. En ook dat Rutger Willems bekwaam genoeg zou zijn en verstand genoeg heeft om schepen te worden als hem daarom gevraagd zou worden. De schepenen verklaren dat zulks inderdaad het geval is. Er wordt aan de goede mannen voorgelegd of ze weten of ook hebben gehoord dat de ´keuren en breuken¨ (boetes, JT) die werden gegeven bij ongevallen etc. die onder Spoordonk plaatsvonden, dat die dan afgehandeld zouden zijn in de dingbank van Oisterwijk en hoe lang geleden dat zulks dan plaatsvond. Wouter de Cort, die in Oisterwijk woont en omstreeks 80 jaar oud is en Jan Peter Goossens van den Bleeck die in Gestel woont (Moergestel, JT) omstreeks 80 jaar oud zijnde, verklaren beiden dat ze nooit en te nimmer hebben geweten in hun leven of ook nooit hebben horen zeggen dat de overtredingen die voorvielen in de herdgang Spoordonk in de gemeente Oirschot, dat die zouden worden afgehandeld in de schepenbank van Oisterwijk. En ze weten ook niet of die van Oisterwijk ooit ´geschut´ hebben. (vee in beslag hebben genomen, JT).Meester Aert van der Ameijden wenst van alle opgesomde zaken een gezegelde brief te hebben en wij als schepenen hebben de brief daarom ook van ons schependomszegel voorzien. Datum 11 september 1518. ( waarschijnlijk in aanwezigheid van alle schepenen in rechtsprekende zitting, JT) (Bron: Volledige transcriptie Oud-Rechterlijk Archief Oirschot door Jan Toirkens – RA129a – 11 september 1518 akte 325) (Een ‘lopel’ is een scheplepel – AvdL))

10 augustus 1524 – De Spoordonkse watermolen als onderpand

  • Henrick Hoeze verkoopt aan Augustijn van Goer ten behoeve van heer Henrick van Merode, heer tot Petershem, Diepenbeeck, Oirschot, Herlaer etc. een pacht van 4 mud rogge, welke pacht heer Ricalt van Merode heer tot Petershem, Diepenbeek, Oirschot etc. eerder aan genoemde Henrick Hoeze had beloofd, op onderpand van de 2/5e delen van alle chijnsbezit van genoemde heer van Merode te Oirschot, zijnde de windmolen, de watermolen etc. en uit alle ander bezit dat hij in Oirschot heeft conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 13 augustus 1504. Datum 10 augustus 1524, getuigen Godefridus Hoppenbrouwers, Schepens en Esch. (Bron: RA129b – 10 augustus 1524 akte 305 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

21 januari 1533 – GERART VAN DER LULSDONCK als pachter van de Spoordonkse watermolen

  • GERART VAN DER LULSDONCK als pechtenere van der watermolen ende slachmolen onsen heere van Pieterschem toebehorende, hertg. van Spoerdonck staende, en met hem HENRICH VAN DER LULSDONCK en Henrich Philips van den Schoet, hebben geloeft Jasper van Esch, rentmeester etc., ter saken van der pechtinge der molens voers., 47 roalen (m/z realen?), ‘tstuck van 1 1/2 karolus gulden, constituerende 71 karolus gulden, noch 10 karolus gulden en 1 1/2 wagen Vlaemskese, elcken jaers durende den tijt van der pechtinge eens te betalen tot sulcken daegen ende termijnen, op ende uijtgeven als daer af gescreven ende gemaect ende bij Jan Rutgersz, onsen gezwoeren clerck, huijden ondertekent zijn. Waer voer zij verbonden hebben honnen personen ende allen honne gerede ende ongerede gueden, present ende toecomende. GERIT VAN DER LULSDONCK heeft geloeft zijne voergescr. borgen te ontheffen ende altemael scadeloes te hauden van der borch tochten voers. Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) > Schepenbank Oirschot-Best 1463-1810 > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot – 1533 RA131b/256 blz. 282

Transcriptie door Jan Toirkens (Canada)

  • Gerart van der Lulsdonck als pachter van de water- en slagmolen van de heer van Petershem, staande in Oirschot herdgang Spoordonk, en met hem Henrick van der Lulsdonk en Henrick Philips van den Schoet, hebben als schuldenaars samen en hoofdelijk beloofd aan Jasper van Esch als rentmeester voor de verpachting van de molen, die 47 realen te betalen, elk van anderhalve Karolusgulden dus totaal 71 Karolusguldens, nog 10 Karolusguldens en anderhalve ‘wage’ met vlaamse kaas, en wel elk jaar zolang de pacht duurt en alles zoals is beschreven door Jan Rutgers als beëdigde klerk hier en ondertekend. Datum 21 januari 1533, getuigen Belaert en Scoet. (de huurperiode zelf is hier niet vermeld, JT).Gerit van der Lulsdonck heeft beloofd om zijn borgen uit de voorgaande akte die te vrijwaren voor de door hen gedane belofte. Actum als boven. Bron: RA131C – 21 januari 1533 akte 035 & 036 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

Dus:

  • (Gerart van der Lulsdonck = Geraert Henrich Jan van den Lulsdonck geb. voor 1508 en overl. 1572)

  • (Henrich van der Lulsdonck = zijn vader Henrick Jan Geraerts van den Lulsdonck geb. voor 1477 en overl. voor 1537)

±1540 – Spoordonkse watermolen op pentekening

  • In het Brabants Historisch Informatie Centrum (voorheen Rijksarchief van Noord-Brabant) in ‘s-Hertogenbosch bewaart men een grote kaart op papier (91x172cm) van de westzijde van Oirschot. Het is een niet gekleurde pentekening, zonder benaming en datering (Donkersloot – de Vrij, 1981, Nr.613; RANB, inv.nr. 1704, bergingsnr. D38). Donkersloot – De Vrij dateert: 2e kwart 17e eeuw? Qua inhoud geeft de kaart evenwel de toestand van eind 1540/ begin 1541 weer. De reden voor deze datering is dat in veel percelen allerlei informatie over eigenaren en aankomstdata geschreven staat. Deze data vertonen heel wat jaren tussen 1530 – 1539 en 1540 is het jongste jaar dat genoemd wordt. Qua stijl (slordige penschets, niet gemeten, niet schaalvast) zou de kaart best van 1540 kunnen zijn.

  • De kaart geeft zoals gezegd de westzijde van Oirschot weer, voornamelijk west van de Beerse en de omgeving van het Huis Ten Berg. Spoordonk met zijn bewoning en gronden is vrij gedetailleerd weergegeven. In dat gebied worden vooral de individuele percelen en gemeynten onderscheiden. Verder naar het oosten is de kaart heel globaal. Ten oosten van het dorp Oirschot (2 kerken en boogvormige rij huizen) staan langs de weg de gehuchten getekend als dubbele rijen huisjes. Ook ten noorden van die rij staan de gehuchten op die symbolische manier aangegeven. Op het globale deel van de kaart zijn geen terreingegevens aangegeven, buiten enkele grenspalen en twee stroken beemden.

  • Mijn bezoek aan het ‘oud archief’ van Oirschot op 25 november 1999 (toen nog gevestigd in Oirschot zelf, later ingelijfd door het streekarchief regio Eindhoven – SRE).

  • In de gang hing een ingelijste kopie van een pentekening van het gebied rond Oirschot met Spoordonk, Moergestel, Oisterwijk e.d. (Het origineel uit omstreeks 1540 wordt bewaard in het Rijksarchief van Noord-Brabant (de Citadel) in ‘s-Hertogenbosch – (inv.no. 1704 – bergplaats D38 – negatief no.: 1494)

  • Het oud-archief van Oirschot is per 1 maart 2000 verhuist naar het nieuwe gebouw van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (voorheen streekarchief regio Eindhoven (SRE)).

  • Met deze verhuizing is ook bovengenoemde kopie-pentekening meegegaan en opgeborgen in het depot van het nieuwe archief. Door zijn gewicht en de dikke achterwand waartegen de kopie-pentekening geplakt is, is het (voorlopig) niet meer mogelijk de kaart te raadplegen.

  • Op deze kopie-pentekening en uiteraard ook op het origineel staat op de kruising doorlopende weg van Moergestel naar Oirschot, ter plaatse van Spoordonk, een watermolen getekend met daarboven een hoeve met de naamvermelding van JAN van den LUSDONCK. Aan de overkant van de weg, langs de Aa (nu de Beerze) stond vroeger het kasteeltje “ten Bergh” wat deel uitmaakte van een groot complex van de heren van Oirschot. Het kasteel is in de achttiende eeuw afgebroken. Nu staat er alleen nog de rentmeesterswoning. De plaats waar de hoeve van Jan van de Lusdonck vermeld staat, duidt waarschijnlijk de plek aan waar vroeger de hoeve ‘ter Lulsdonc’ of zijn nederhuijsinge stond. Het origineel, dat wel toegankelijk is, wordt bewaard in het Rijksarchief van Noord-Brabant (de Citadel) in ‘s-Hertogenbosch – (inv.no. 1704 – bergplaats D38 – negatief no.: 1494)

  • Bron: Oude StadsArchief van Oirschot (25-11-1999), Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) ‘s-Hertogenbosch, Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe), Ad van de Lisdonk (Oostrum-Lb)

2 augustus 1543 – Belendend perceel o.a. de voorslag van de Spoordonkse watermolen

  • Rolof en Peter, broers en wettige kinderen van wijlen Gijsbrecht die Cort hebben beloofd om voortaan aan heer Jan zoon van genoemde Gijsbrecht die Cort die een jaarlijkse rente van 5 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. groot ca. 14 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p.de VloetDijck, de gemeenschappelijke straat, de weduwe en kinderen van Henrick Scellekens, de voorslag van de watermolen aldaar. Ook nog op onderpand van een akker groot ca. 5 lopenzaad genoemd de Scortenhoek onder Spoordonck gelegen, b.p. Gielis Peter Gielis, de gemeenschappelijke straat, Willem Verhoven. Ook nog op onderpand van een akker genoemd Scortenstreep, groot ca. 2 lopenzaad ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Gielis Peter Gielis, Willem Verhoven en meer anderen. Datum en getuigen als boven. De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag van elk jaar tegen betaling van 100 gulden en de achterstallige termijnen, mits er 2 maanden vooraf is opgezegd. Datum en getuigen als boven. (= Datum 2 augustus 1543, getuigen Meijen en Ven – AvdL) (Bron: RA135a – 2 augustus 1543 akte 214 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

10 april 1546 – Het plakkaat van Karel V m.b.t. de waterbeheersing van de Spoordonkse watermolen

  • In het plakkaat van keizer Karel V van 10 april 1545 (moet waarschijnlijk 1546 zijn) wordt de molen genoemd in het kader van de waterbeheersing en behoorde toen toe aan de Heren van Boxtel. Karel V had reeds het recht het water op te stuwen tot 12 meter.(Bron: http://www.dommel.nl/producten_diensten/recreatie/bezienswaardigheden/watermolens/spoordonkse)
  • (Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum > http://www.bhic.nl/site/pagina.php?id=11676) > Een citaat: “De eerste poging om de Aa als rivier in zijn geheel te bekijken en een afweging te maken tussen alle belangen die er met het water gemoeid waren, stamt uit het jaar 1546. Op 10 april van dat jaar vaardigde Karel V een plakkaat uit met regelgeving voor de waterbeheersing in de rivieren de Aa en de Dommel. Aanleiding voor dit plakkaat was een verzoek van de stad ’s Hertogenbosch en de inwoners van de Meierij om een einde te maken aan de wateroverlast voor een groot aantal bezitters van landerijen langs de rivieren.Het grote aantal watermolens (met de daarbij horende stuwkommen) en andere hindernissen in het water, zoals viskorven en stuwborden, hinderden de doorstroming zodanig, dat het water achterwaert stijgende was en dus de beemden en broeken overstroomde. De zwarte piet lag vooral bij de molenaars die het water bij hun molens naar eigen goeddunken opstuwden, om er het meest profijt van te hebben. Dat er dan hogerop problemen ontstonden was niet iets waar ze zich mee bezig hielden.”

4 oktober 1551 – Controle van het waterniveau van de Spoordonkse watermolen

  • Wij, heer Ricalt van Merode heer van Oirschot, Natael Vos, schout, Goessen Scepens, Jan van den Scoet, Jan Hoppenbrouwers, Jan Joirdens, schepenen, verder Peter Willemszoon van Bruegel, Dirk Lemans, Michiel Dielis Lucas, Lenart Jacops, Jan Henrik Gerarts, gezworenen, nog Henrick Hoppenbrouwers, Jan Huiskens, Willem die Cort, Wouter van den Venne, Willem Aelbrechts, Peter Antonis van der Ameijden als raadsmannen, verder Embrecht Claes Scepens en Rutger die Lauwer als kerkmeesters, Peter Henricks van den Schoet, Antonis Dirck Corstiaens als H. Geestmeesters, Willem Scuijtkens, Peter Henrick Gerarts, Lambert van Rooij, Rutger Verhoeven, Goijaert Scepens, Marten Thomassen, Werner Snoecks, Gielis Peter Gielisssen als achtmannen, nog Eliaes Lebbens, Henrick Willem Andriessen, Adriaen van den Ecker, Rutger van der Vleuten, Claes Mercks, Wouter Gerart Goessens, Henrick Jan Gerarts, Joest Driessen, Goijaert Goijaerts van den Maerselaer, Bartolomeus Mercks, Joirdaen Smetsers, Antonis van Best, Wouter Jan Stockelman, Henrick Peters, Henrick Vlemmincks, Jan Jan Aerts, Frans Scepens, Joirden die Brouwer, Jan van den Maerselaer, Joirden Willems, Dielis die Cort, Jan Lucassen van Rooij, Gerart Pennincks, Henrick Verhoeven, Jan van den Ven, Jan Willem Gevaerts, Mathijs Brouwers, Aert Vos, Frans Cleijnael, Gerart van der Ameijden, Andries Pels, Jan Stockelmans, Jan van Buel, Jan Peter Gielissen, Thomas Rutgers en veel andere inwoners van Oirschot die hier niet zijn vermeld, hebben begrepen dat de commissarissen van de keizer als hertog van Brabant opdracht hadden gekregen om de waternivo’s op de watermolens te kontroleren en ook op verzoek van de inwoners van Oisterwijk is men enkele jaren geleden op de molen van heer Ricalt van Merode geweest staande in de herdgang van Spoordonck in de gemeente Oirschot. Daar is op verzoek van die van Oisterwijk toen de molen bezichtigd, en de rivier de Aa aldaar en ze hebben daar het waterpeil vastgesteld alsof deze molen onder de jurisdictie van Oisterwijk was gelegen, hetgeen pertinent onwaar is en ze hebben dus ten onrechte onder het deksel dit waterpeil vastgesteld om het water op te stuwen. Dit zal tot nadeel zijn van genoemde personen van hiervoor en wordt nu betwist in het proces dat loopt voor de Raad van Brabant tussen deze inwoners van hiervoor en die van Oisterwijk over de aangelegenheid van de gemeenschappelijke gronden en de eigendom hiervan. Na rijp overleg hierover middels een zondagse oproep daartoe is er besloten om als afgevaardigden te benoemen meester Jan Reijnen, meester Jan die Leeuwe, Ingelbrecht Colijns de jonge, procureurs verbonden aan deze Raad van Brabant en verder nog heer Pauwels Verbeeck. Zij krijgen samen en ieder hoofdelijk volmacht om beroep aan te tekenen tegen die van Oisterwijk of tegen wie dan ook in deze aangelegenheid. De gemachtigden dienen alles te doen wat in het belang der zaak is. De opdrachtgevers beloven alles na te zullen komen hetgeen door de gemachtigden zal worden beslist. De akte is als oorkonde opgemaakt en voorzien van het schepen-domszegel van Oirschot. Datum 4 oktober 1551, getuige als boven in de akte. (= getuigen Scoet en Scoet – AvdL) (Bron: RA137a – 4 oktober 1551 akte 302 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcripties Jan Toirkens))

2 december 1551 – Twee akkers gelegen bij de Spoordonkse watermolen

  • Jan Simons Cortten verkoopt hierbij de twee akkers onafgescheiden aan elkaar gelegen, de ene genoemd de Vierkantigen Akker en de andere de Crommen Akker, gelegen in herdgang Spoordonk nabij de watermolen aldaar, b.p. Jonker Ricalt van Merode, welk perceel hij heeft verkregen van Roelof Gijsbrechts die Cort en deze Roelof vanwege het recht van vernadering heeft verkregen van Wouter Corstiaen Oemen en deze Wouter op zijn beurt eerder had verkregen van Peter zoon wijlen genoemde Gijsbrechts die Cort conform een schepenbrief van Den Bosch en van Oirschot zoals ze zeiden. Hij verkoopt deze percelen nu aan Dirk die Crom ten behoeve van Jonker Ricalt van Merode, heer van Oirschot. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Datum 2 december 1551, getuigen Goessen en Jan van den Schoet. (Bron: RA137a – 2 december 1551 akte 350 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

13 augustus 1593 – Nieuwe molensteen in de Spoordonkse watermolen

  • Het heeft sinds 10 dagen steeds zo hard gewaaid dat er geen enkele molen heeft kunnen draaien. In Spoordonk is begin augustus een nieuwe molensteen aangebracht. (Bron:RA144a – 13 augustus 1553, Jaarkroniek Aert Sgraets, begin 1593 (na blz. 74 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

8 februari 1594 – o.a. Spoordonkse watermolen

  • Goijaert Peters van der Hoeven, Jacop Sijmon Bax, Adriaen Anthonis van Esch en Gielis zoon Wouter Snellaerts resp. hoevenaars en molenaars op de hoeven en molens van de heer van Oirschot, hebben op verzoek van Jan van Esch, rentmeester in Oirschot, onder eede verklaard dat het zo is dat zij nooit enige betaling of levering hebben gedaan vanwege het aandeel dat in bezit is van genoemde heer van Oirschot, maar dat zij het 2/5 e deel dat in bezit is van genoemde Heer van Oirschot boven op het huis … hebben betaald ( ? ). Genoemde Goijaert verklaart nog dat het hem bekend is dat de Spoordonkse tienden door de heer van Oirschot werden gepacht, om daaraan zijn eigen vordering te verhalen. Ook wij, schepenen van Oirschot verklaren nog dat wij dikwijls aanwezig zijn geweest bij een dergelijke verpachting van die tiendes en ook hebben gezien en vernomen dat de heer of Mejoffrouw van Oirschot deze Spoordonkse tiendes hebben gepacht. Datum als boven, getuigen Gestel en Vlemincx. (= Datum 8 februari 1594 – AvdL) (Bron:RA144b – 2 december 1594 akte 056 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

11 juni 1596 – Spoordonkse watermolen als onderpand

  • Op 7 november anno 1583 zijn indertijd Mevrouw Margriet van Oignies douariere van Frentz en haar kinderen danwel haar gevolmachtigde namens haar, door een vonnis van het hof van Brabant vrijwillig veroordeeld in het betalen van 1800 gulden aan de kinderen van Ghijsbrecht van de Schout, waarvan er 600 gulden meteen betaald moesten worden, zoals die ook inderdaad werden betaald zoals men heeft begrepen, en de resterende 1200 gulden moesten middels een jaarlijkse renteverplichting worden voldaan en wel 75 gulden per jaar. Er is geconstateerd dat deze rente jaarlijks ie betaald en om dit nogmaals wettelijk vast te leggen is nu verschenen meester Bernardt van der Ameijden die gemachtigd is door Jonker Philips van Merode, heer te Frentz, Chasteleau, Middelborch in Vlaanderen etc., welke procuratie werd opgemaakt voor de burgemeesters en schepenen van de stad Brussel d.d. 7 januari 1593, zoals ons is gebleken, die deze rente wilde laten vastleggen en heeft daartoe een verzoek gericht aan Huibrecht zoon Ghijsbrecht van der Schout voor zichzelf als ook voor diens broer Alaert die in Brussel woont, en verder nog ten behoeve van Willemen Zegers als man van Gerardken dochter van Ghijsbrecht van der Schout. Er zijn twee verklaringen bijgevoegd een van Gielissen Bormans, dienaar van de groene roede in Den Bosch waar genoemde Huibrecht en Alart wonen en de andere van Danel van de Schoot, vorster te Oirschot, waar genoemde Willem Zegers woont, beiden van datum de 6e en 18e van deze maand. Omdat ze niet zijn komen opdagen heeft meester Bernardt van der Ameijden vanwege diens machtiging belooft aan onze secretaris en wel ten behoeve van de kinderen en erfgenamen van deze Ghijsbrecht van der Schout, een rente te betalen van 75 gulden per jaar, af te lossen met 1200 gulden, steeds in 2 termijnen vervallend, eentje vanaf 1 september a.s. en de volgende en tweede termijn op 1 maart daarna en zo steeds verder. De rente wordt betaald op onderpand van het tiende gedeelte van twee hoeves en een watermolen te Oirschot onder Spoordonck en ook nog uit het tiende deel in de tiendes over Oirschot waarop deze heer van Frentz en anderen samen recht hebben. Verder is nog verschenen Joffrouwe Maria van Merode vrouwe te Oirschot, Hilvarenbeek etc. en heeft ter bevestiging van e.e.a. samen met genoemde Sgraets beloofd deze 75 gulden ook te waarborgen vanwege haar 2/5 e deel in dezelfde hoeves en molen en ook te tienden van Oirschot. Datum 11 juni 1596, getuigen Hoeven en Ekerschot. (Bron:RA144C – 11 juni 1596 akte 218 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

23 juli 1596 – Verkoop land e.d. bij de Spoordonkse watermolen

  • Henrick zoon wijlen Peters van der Lusdonck verkoopt de opstand en het land dat er bijhoort etc. zoals hij dat middels een belening heeft verkregen van Henrick Appels, gelegen in Oirschot, herdgang Spoordonck nabij de watermolen. Hij verkoopt dit bezit nu aan Jan Janssn. van der Lusdonck en Henrick belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve dat genoemde Henrick Appels nog altijd het recht heeft om de beemd af te mogen lossen en terugkopen. Datum 23 juli 1596, getuigen Hoeven en Crom.
    Jan Janssn. van der Lusdonck heeft op zich genomen om voor genoemde Henrick Peters van der Lusdonck ten opzichte van meester Bernard van der Ameijden danwel tegen Henrick Appels en anderen die rechten menen te hebben, om die daarvoor te vrijwaren en deze zodanig te betalen dat Henrick van der Lusdonck niet aansprakelijk zal zijn, behalve dan dat ten laste van deze Henrick van der Lusdonck een betaling van 2 mudden rogge komt, Oirschotse maat. Datum en getuigen als boven. Jan Janssn, van der Lusdonck heeft als schuldenaar beloofd om aan meester Bernaert van der Ameijden een bedrag van 185 gulden te betalen waarvan de helft per a.s. Maria Lichtmisdag en de andere helft een jaar later. Datum en getuigen als boven.In marge : Met instemming van meester Dirck van der Ameijden in diens hoedanigheid doorgehaald. Datum 25 juni 1601, getuige J. de Hoppenbrouwer.Afgesproken is dat hiermee alle betalingsachterstanden zijn betaald van 4 mudden rogge per jaar en de kosten van uitwinning, met uitzondering van de kosten van het proces dat tussen genoemde van der Ameiden en Henrick Appels is gevoerd, welke achterstanden etc. deze van der Ameijden als rector van het Beneficie van St. Berbel te vorderen had op genoemd onderpand. De eerste nieuwe termijn vervalt per a.s. Maria Lichtmisdag. De achterstand van genoemde Ameijden bedroeg 37 mudden rogge die hij heeft verminderd tot 24 mudde en waarbij het restant vanwege geleden schade, door deze Ameijden is kwijtgescholden. Het restant van deze 24 mudde rogge is inbegrepen in de obligatie van 185 gulden inclusief de kosten van uitwinning. Datum en getuigen als boven. (Bron:RA144C – 23 juli 1596 akte 249 t/m 252 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

±1600 – Spoordonkse watermolen op pentekening

  • In het Brabants Historisch Informatie Centrum (voorheen Rijksarchief van Noord-Brabant) in ‘s-Hertogenbosch bewaart men een gekleurde kaart op papier (57,5×44,5cm) (Donkersloot, 1981, 124, 614) (stamnr.1753, berging: A.827, negatief: 2858). Het omvat het gebied tussen Boxtel, Best, Middelbeers en Moergestel. Deze kaart deed mogelijk dienst in een proces. Hierop worden dorpjes, waaronder Spoordonk met verspreid liggende huisjes en boerderijen aangegeven. Ook o.a. huize ‘den Bergh’ en de watermolen (koren- en oliemolen). Op de kaart zijn vanuit Oirschot in bepaalde richtingen lijnen getrokken. Op diverse plaatsen zijn de gemene gronden met hun lokale naam aangeduid. Ten westen van Oirschot, (hier wordt Spoordonk bedoeld), nabij de Beerze (op de kaart Aa genoemd) zijn enige genummerde percelen aangegeven. Bij enkele woningen staat de naam van de bewoner genoemd. Er is onderscheid gemaakt tussen bebost en onbebost gebied. De kaart heeft een schaal van ca. 1:20.000.

    Hierop is de de watermolen van Spoordonk getekend, in het riviertje ‘de Beerze’, wat vroeger ‘Aa’ en ‘Stroom’ genoemd werd. De Beerze loopt op de pentekening van onder naar boven, en passeert hierbij het oorspronkelijke kasteel ‘den Bergh’ en de watermolen. Langs de doorgaande weg van Oirschot naar Oisterwijk, op de kaart van rechts naar links-boven lopend, is ook genoemd kasteel ingetekend.

    Het is niet duidelijk of op deze kaart ook hoeve ‘ter Lulsdonck’ ingetekend is.

  • Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) ‘s-Hertogenbosch.

1 maart 1600 – Jan Joorden Melis is huurder van de Spoordonkse watermolen

  • De edele heer Florentius van Merode heer te Duffel, Oirschot etc. als man van Vrouwe Maria van Merode, vrouwe te Oirschot, Hilvarenbeek, etc. partij enerzijds en Joorden zoon wijlen Jan Joorden Melis, Jacop Willem Keijmps als man van Marije, dochter van Jan Joorden Melis die ook optreedt voor Peter zoon Andries Andries Schellekens, deze laatste verwekt bij genoemde Marije Jan Joorden Melis en verder Gielis zoon wijlen Wouter Gielis Snellaerts weduwnaar van Mechteld ook dochter van Jan Joorden Melis, welke samen ook nog optreden voor hun moeder Geertruid en ook nog voor Willem zoon Jan Joorden Melis, partij ter andere zijde hebben een ruil gedaan van de navolgende bezittingen en goederen. Bij deze ruil heeft genoemde Florentius van Merode de kinderen van Jan Joorden Melis een hoeveelheid van 28 mudde rogge, Oirschotse maat en nog 110 guldens eenmalig gegeven welk bedrag Jan Joorden Melis vanwege de huur van de watermolen te Spoordonck schuldig was zoals dat bij de slotafrekening is vastgesteld. De genoemde kinderen van Jan Joorden Melis hebben de edele heer van Merode een stuk weiland overgedragen genoemd het Sluiseeuwsel, groot ca. drie en een halve lopenzaad gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. de Vloet, de genoemde weduwe en kinderen, de kinderen en erfgenamen van Adriaen Mathijs Roefs, de gemeenschappelijke straat. Datum en getuigen als boven. (= Datum 1 maart 1600, getuigen Vlemmincks en Buckincks – AvdL). Genoemde Joorden, Jacop en Gielis hebben beloofd daarnaast nog 10 hamelschapen te leveren danwel ( verentuchten ??? ) per stuk ten minste van 3 gulden en wel binnen nu en 8 dagen. Datum en getuigen als boven.
  • (Bron: RA145C – 1605 (1-3-1600 Los stuk 31) (Los050) Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

15 mei 1600 – Levering van een mud rogge, Oirschotse maat aan de Spoordonkse watermolen

  • Er is een geschil ontstaan tussen de vrienden en verwanten van Henrik zoon wijlen Jan Joris Thijs partij enerzijds en de vrienden en verwanten van Peter Jan Niclaessen partij anderzijds vanwege een doodslag die door deze Peter Jan Niclaessen op genoemde Henrick Jan Joris Thijs is gepleegd. Om dit geschil op te lossen zijn voor schepenen verschenen Jan Niclaes Wouters geassisteerd door Huibrecht Henrick Lodewijks vanwege de dader, partij enerzijds en Goossen zoon wijlen Goijaert Goossens, met zijn zoon Goijaerd en Peter Willem Wouters samen vanwege de overledene. Door bemiddeling van een arbitragecommissie van goede mannen is het volgende zoenakkoord gesloten. De vrienden en verwanten van de overledenen vergeven Peter diens misdaad uit liefde Gods. Peter zal wel het doktersloon moeten betalen en alle onkosten die daarbij horen, verder de kosten van de begrafenis, de kerkerechten en de kosten van vandaag. Ook de kosten van bodeloon moet Peter betalen en hij dient de vrienden van de vermoorde te ontwijken zoals dat gebruikelijk is. Peter moet ook binnen nu en 14 dagen op de molen te Spoordonck een mudde rogge, Oirschotse maat, van goede kwaliteit leveren en nog 25 zoenguldens van elk 10 stuivers betalen aan genoemde Goessen Goijaert Goossens, welk mudde rogge gebakken danwel ongebakken dient uitgereikt te worden aan de armen. De genoemde 25 gulden zullen ter beschikking staan van genoemde Goessen om door Peter te worden uitgereikt aan degenen die dat nodig zullen hebben. Partijen beloven dit kontrakt na te zullen komen. Datum 15 mei 1600, getuigen Gestel en Buckincks. (Bron: RA145b – 15 mei 1600 akte 119 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

11 augustus 1607 – Cijns uit de Spoordonkse watermolen waarin een koren- en een oliemolen

  • Heer Florentinus van Merode, baron van Duffel, heer van Oirschot, belooft een rente voor 2,5/5e deel, zijnde de helft, Henrik Jans van de Sterre als gemachtigde van heer Johan van Merode genoemd Hoeffalize heer van Frankenburg, volgens een schepenmachtiging van de heerlijkheid Ortzet d.d. 4 november 1606 voor diens deel, zijnde 2/5 deel, (4/10e, JT) en dezelfde Henrik Jans van der Sterre, onze medeschepen gemachtigd door heer Willem van Merode, heer van Rodenburg volgens een machtiging voor Jan van Haerlingen, notaris bij de raad van Mechelen over Nederland, gepasseerd in de stad Mechelen d.d. de laatste dag van juli 1607, zijnde 0,5/5e deel ( 1/10e deel ). Deze rente wordt toegezegd aan het godshuis of konvent van de St. Clarazusters van Nazareth in Brussel, welke rente groot is 4 ponden oude toernooise ofwel f 39.– per jaar en deze rente wordt elk jaar voor een helft betaald op St. Jansmis en de andere helft met Kerstmis, waarvan de eerste halve-jaar- termijnen zijn vervallen anno 1599. De rente zal betaald worden uit het cijnsboek dat elk jaar ca. f 12.– opbrengt, verder uit de korentienden in Oirschot, die jaarlijks 100 mud tiendkoren opleveren, verder uit de smaltienden die jaarlijks ca. f 20.– opbrengen, verder uit een windmolen staande in Oirschot, herdgang Kerkhof, verder uit een watermolen, waarin een koren en een oliemolen, gelegen in Oirschot, herdgang Spoordonk bij het huis van de heer van Oirschot. Verder nog te betalen uit twee hoeven in genoemde herdgang gelegen naast elkaar tussen de watermolen aldaar en de hoeve van het godshuis van Postel, vrij te aanvaarden, behalve 30 mud en 4 lopen rogge per jaar aan de heer van Oirschot, en aan de rentmeester van het kwartier van Den Bosch 2 en een half mudde mud roggen per jaar, en nog eens 2 en een half mudde gerst. Verder aan de 0.L. Vrouwe kapel of het kapittel in Oirschot 6 lopen roggen per jaar, en aan de fabriek van Oirschot f 7.– per jaar. Nog aan het kapittel in Den Bosch f 35.– per jaar, aan Juffrouw Jegers te Roij f. 14.– per jaar, aan de erfgenamen van Adriaen van Ringelberge f. 7.–, aan Lijsken Henrick Geverts f. 7.– per jaar, aan het kapittel van Oirschot 8 stuivers grondcijns per jaar. Genoemde heer Florentinus van Merode, baron van Duffel, heer van Oirschot en ook Henrik Janszoon van der Sterre namens de heer Johan van Merode genoemd Hoeffalis heer van Frankenburg etc. en heer Willem van Merode, heer van Roijenburg etc. beloven om alle lasten af te handelen en de onderpanden in voldoende goede staat te houden ter aflossing van genoemde rente. Datum 11 augustus 1607, getuigen H. Hoppenbrouwer en Nistelroij, schepenen. enz. enz. (Bron: RA146b – 11 augustus 1607 akte 270 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

3 februari 1610 – De Spoordonkse watermolen als onderpand

  • Er is een bepaald proces ontstaan tussen heer Henrick van Riviere, heer van Iseren als eisende partij enerzijds en heer Florentio van Merode, baanderheer van Duffel, heer van Oirschot etc. als gedaagde partij en wel inzake een jaarrente van 150 gulden, die werd betaald door heer Philips van Merode, baanderheer van Petershem en wel uit de heerlijkheid van Petershem, Diepenbeeck en het bezit dat daarbij is gelegen. Er is nu in zoverre geprocedeerd dat de vermelde heer van Iseren het gedaan heeft verkregen om een andere rente van 150 gulden te mogen gaan ontvangen die door de heer van Oirschot gevestigd zal worden, danwel het vonnis mee te brengen dat is afgegeven door de Raad van Brabant d.d. 14 juni 1608, waaraan de heer van Oirschot refereert, zoals de heer van Duffel verklaarde.Voor ons schepenen is nu deze baanderheer van Duffel verschenen als heer van Oirschot en heeft verklaard ter voldoening van het bepaalde in dit vonnis, om aan meester Dirck van der Ameijden, ten behoeve van genoemde heer van Iseren, die een rente te zullen gaan betalen van 150 gulden per jaar, steeds vervallend op 15 april waarvan de eerste termijn vervalt per 15 april anno 1611, op onderpand van de molens, de boerderijen, de tiendes en andere bezittingen die de heer van Duffel en heer van Oirschot in eigendom heeft danwel uit alle bezittingen die hij nog zal verkrijgen in de toekomst. De heer van Duffel heeft nadrukkelijk bepaald dat hij de rente altijd zal mogen aflossen tegen de factor 16, en wel met 2400 gulden samen met de rente daarover, mits er een half jaar vooraf is opgezegd. Datum 3 februari 1610, getuigen Stockelmans en D. Hoppenbrouwer. (Bron: RA147a – 3 februari 1610 akte 063 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

29 juli 1616 – Getuigenis over de Molenstukken bij de Spoordonkse watermolen

  • Al degenen die deze brief zullen lezen gegroet etc.! Wij, Dirck Hoppenbrouwers en Niclaees Ariens van Nistelroij schepenen van Oirschot verklaren hierbij plechtig dat voor ons in eigen personen zijn verschenen de geachte Fijken dochter van wijlen Jan Simons de Cort, echtgenote van Jan Simon Backs, oud ca. 74 jaar, verder Jacop Simon Backx, oud ca. 70 jaar, Wouter Dielis Snellaerts oud ca. 88 jaar, Jan Janssen van der Lusdonk oud ca. 74 jaar en Joffrouwe Catharina van der Linden oud ca. 50 jaar, die allen zijn gedagvaard door de vorster van Oirschot en door de schout van Oirschot meester Robbrecht van Vooren zijn beedigd om een getuigenverklaring af te leggen ten behoeve van heer Florentio van Merode, baron van Duffel, Leefdaal etc., heer van Oirschot. Fijken verklaart dat ze goed op de hoogte is van het feit dat zij van oude mensen heeft gehoord dat ten tijde toen de oude heer Ricalt van Merode nog leefde, als heer van Oirschot en ook de Vrouwe van Oirschot heeft horen zeggen dat de vader van vermelde Fijken de ekker en de grond die nu worden genoemd de Meulenstukken, eerder aan Dirck de Crom zijn verkocht ten behoeve van heer Ricalt van Merode als heer van Oirschot en dat zij zelf destijds toen ook werkelijk heeft gezien dat deze stukken land door toedoen van de mensen van Ricalt van Merode, en ook door de Vrouwe van Oirschot gebruikt zijn geweest en bewerkt. Ze verklaart dat ze nooit anders heeft gehoord dan dat deze Molenstukken eigendom zijn geweest van deze heer Ricalt van Merode en diens erfgenamen en niet in het algemeen hebben behoord tot de hoeve in kwestie. Ze verklaart verder dat ze ermee bekend is dat in vroegere tijden op deze stukken land alwaar het schuttersdoel was geplaatst, in de richting van de hoeve toe, dat daar een huis placht te staan waarbij een boomgaard was gelegen en een bietentuin, welke boomgaard zich uitstrekte in een akker die naar de hoeve toe is gelegen en welk huis zij nog weet dat daar een blauwverver in woonde, genoemd Jan de Verwer. Zij heeft altijd gezien dat deze boomgaard altijd door de mensen van heer Ricalt van Merode is geoogst of door diens nakomelingen en het betreffende huis is lang daarna, door de mensen van de oude heer Ricalt van Merode afgebroken geworden zoals ook de mensen van de huidige heer van Oirschot deze boomgaard hebben omgekapt. Hiermee eindigt zij haar verklaring en deze verklaring is haar voorgelezen door Niclaes Ariaens. Verder heeft Jacob Simon Backs verklaard dat tijden het leven van de oude heer Ricalt van Merode, heer te Oirschot, hij als getuige samen met Henrick van Eijnde in Hilvarenbeeck woonde en toen de houtagent van deze heer Ricalt van Merode naar het huis van Oirschot ( de Berg, JT ) heeft gebracht en dat deze heer hen uitbetaalde en onder andere heeft gezegd dat Jan Simons aan deze heer van Oirschot twee stukken land had overgedragen genoemd de Molenstukken, welke stukken deze heer Ricalt goed te pas kwamen qua ligging en hij heeft deze stukken toen ook aangewezen tegenover zijn huis liggend, ter plaatse waarvan men nu zegt dat deze Molenstukken zijn gelegen. Hij verklaart verder dat deze stukken land of aangrenzende grond dat daar indertijd geen huis op stond en daarna heeft hij altijd gezien en horen zeggen dat dit land dat de Molenstukken wordt genoemd, met de daaraan grenzende grond, door de mensen van deze vermelde heer en Vrouwe van Oirschot bewerkt en gebruikt is geweest. Verder verklaart hij dat Adriaen Goijaert Loijs die landbouwknecht was op dat huis van Oirschot ( de Berg, lees Merode, JT ) tegen hem heeft gezegd dat hij eerder ooit op een van deze Molenstukken op een jaar 8 mudde rogge had geteeld, en verder dat hij de eerdere Vrouwe van Oirschot ook heeft horen verklaren dat zij deze Molenstukken ook vaak door haar knechten liet bewerken of soms ook liet gebruiken door Peter Goijaerts als huurder van de gemeenschappelijke hoeve aldaar, die naast de huurprijs daarvoor ca. 3 mudde rogge moest bijbetalen. Verder verklaart hij dat hij de laatste overleden Vrouwe van Oirschot dikwijls heeft horen zeggen dat deze Molenstukken haar eigendom waren en dat toen deze nog leefde hij haar daarbij heeft geholpen om die stukken land te bewerken. Nadat Niclaes Ariaens als schepen hem deze verklaring heeft voorgelezen heeft hij die bevestigd. Wouter Dielis Snellaerts verklaart verder dat het zo is dat eerder op het vermelde vermelde stuk grond en de akkers genoemd de Molenstukken, die aan de watermolen van Oirschot zijn gelegen, door de oude heer Ricalt van Merode, als heer van Oirschot indertijd een huis is neergezet en daarna in de richting naar de hoeve toe een boomgaard is aangelegd. In dat huis hebben Joost en Willem Erven gewoond die er een tapperij hadden en daarna woonde er een verver, genoemde Jan de Verwer maar hij weet niet vanwege de lange verstreken tijdsduur door wie het huis is afgebroken. Wouter beeindigt hiermee zijn verklaring en nadat die door Niclaes Ariaens als schepen is voorgelezen blijft hij bij zijn verklaring. Genoemde Jan Janssen van der Lusdonk verklaart dat hij meer dan 50 jaar geleden, maar precies weet hij het niet meer, op het huis van de Heer van Oirschot is komen te wonen, bij de moeder van de laatst overleden Vrouwe van Oirschot aldaar, en dat hij daar in dienst was als voerman en ook als landbouwer heeft gewerkt voor een periode van 10 of 11 jaar en dat hij ermee bekend is dat op de vermelde Molenstukken aldaar of aan het aangrenzende stuk land daar een huis heeft gestaan met boomgaard, en welk huis samen met de vermelde Molenstukken verhuurd is geweest door de vermelde gewezen Vrouwe van Oirschot en welk huis daarna door de Vrouwe van Oirschot danwel door haar kinderen is afgebroken geweest en hij weet niet waar dat huis is neergezet daarna of is gebleven. Verder verklaart hij dat hij als knecht deze Molenstukken heeft bewerkt en de oogstgewassen daarvan heeft binnengehaald ten behoeve van genoemde Vrouwe van Oirschot, maar dat deze Molenstukken geen onderdeel uitmaakten van de grond of door Peter Goijaerts en Jan Simons als huurders worden gebruikt en ook deze zelfde gewezen Vrouwe van Oirschot heeft eveneens de vruchten van de boomgaard binnengehaald, ten behoeve van het Huis van Oirschot aldaar. Verder verklaart hij niet anders te weten dan dat deze Molenstukken en de daarbij gelegen grond toebehoren aan dat vermelde Huis van Oirschot maar dat hij nooit heeft gehoord dat die vroeger aan de vermelde hoeve toebehoorden, maar uitsluitend en alleen aan het huis van Oirschot en ook ten behoeve van dat huis deze Molenstukken en aangrenzende percelen zijn gebruikt. Nadat zijn verklaring daarover door Niclaes Ariens is voorgelezen blijft hij bij deze verklaring. Vervolgens verklaart Joffrouw van der Linden dat zij niet beter weet dan dat ze bij het sterfbed aanwezig was danwel in de ziekte van Peter Goijaerts, die toen hij leefde huurder was van de hoeve die door de heer van Oirschot samen met de heer van Oefalisen in eigendom was bezeten, waar de laatstoverleden Vrouwe van Oirschot samen met Peter Goijaerts een woordenwisseling zou hebben gehad of deze Molenstukken nu eigendom waren van het huis van Oirschot zelf ( lees de Berg ) danwel eigendom waren van de hoeve die gemeenschappelijk bezit was, maar zij heeft nooit gehoord dat deze Peter Goijaerts tegen deze Vrouwe van Oirschot gezegd zou hebben dat deze Molenstukken eigendom zouden zijn van de gemelde hoeve die gemeenschappelijk bezit was van Merode en van Hoefalise, maar in tegendeel daarvan dat zij de laatst overleden en gewezen vrouwe van Oirschot altijd heeft horen zeggen dat deze Molenstukken uitsluitend en alleen haar bezit waren en dus niet gemeenschappelijk bezit waren en niet behorend tot de hoeve aldaar of behorend tot ander gemeenschappelijk bezit en dat ze deze Molenstukken ook alleen voor eigen gebruik wilde hebben en dat ze geen meningsverschil daarover wilde in de toekomst of degelijke woorden min of meer. Nadat Niclaes Ariaens haar deze verklaring heeft voorgelezen, heeft ze deze verklaring bevestigd. Daarna hebben wij als schepenen deze akte bezegeld op 29 juli 1616. (Bron: RA148c – 29 juli 1616 akte 165 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

23 december 1620 – Willem Erven, pachter van de watermolen

  • Catharina (96 jaar), weduwe van Andries van Ginhoven verklaart ter instantie van Werner van Merode, dat de watermolen en de daar aan gelegen eeusel en andere landerijen in Spoordonk tot de hoeve van Postel behoorden.

  • In de akte wordt Willem Erven genoemd als pachter van de watermolen.

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Lambrecht van Boxtel, Oirschot, inv. nr. 14, folio 99v.

17 november 1625 – Dielis Wouters mulder van de Spoordonkse watermolen

  • In het betreffende document Dielis Wouters genoemd als mulder van de Spoordonkse watermolen.

  • Dielis Wouters = Dielis Wouter Dielis Snellaerts

  • Bron: Henk Beijers Archiefcollectie > http://www.henkbeijersarchiefcollectie.nl/historisch_onderzoek/raad_en_rentmeester_generaal.htm. > Raad en rentmeester Generaal der Domeinen ‘s-Hertogenbosch, toegangsnummer 9, inventarisnummer 438, omslag 13 (Spoordonk onder Oirschot) – “acte van pegelsteekinge byden Spoordonkse watermolen onder Oirschot.”

17 april 1626 – Schop, hofstad, akkerland etc. gelegen over de Spoordonkse watermolen

  • Henrieksken dochter van Aert Dielis Snellaerts weduwe van Willem Jan Erfven thans echtgenote van Willem Peters daarbij geassisteerd door deze Willem Peters, doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake het vijfde deel van een schop, hofstad, akkerland etc. gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk over de molen aldaar ( watermolen ) dat na haar dood zal versterven op Peter Laurens Henricks ( van de Heuvel, JT ) als man van zijn vrouw Marieken dochter van genoemde Willem Jan Erfven en van genoemde Henrieksken, behalve wat betreft het vruchtgebruik inzake drie beemden, de ene genoemd de Berse Weije, de andere genoemd ’t Schoom en de derde genoemd Aan het Deursten. Ze doet er afstand van ten behoeve van genoemde Peter Laurensen en diens vrouw Merieken en genoemde Henrieksken belooft alle lasten van haar kant af te handelen. Datum 17 april 1626, getuigen van der Achter en Houbraken die het aandroegen. enz. enz. (Bron: RA151A – 17 april 1626 akte 105 t/m 109 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

3 oktober 1626 – Waterhoogtemeting van watermolen van Spoordonk

  • Wij, senor Franchois Prouveur, schout van het kwartier van Kempenland en ook van Oirschot, verder Bartholomeus Adriaens van der Achter en Jan Janssen Houbraken, schepenen van Oirschot verklaren hierbij op verzoek van de edeleheer Florentio van Merode, baron van Duffel etc., dat wij ons hebben begeven naar de watermolen in herdgang Spoordonk waarvan de ‘arke’ voor de molen aldaar met de waterplaat is opengebroken om de hoogte van de waterstand aldaar op te meten en wij hebben daar op een bepaalde paal die rechts voor die plaat stond, van die waterstand ter hoogte van die plaat toen een inkerving daarop gemaakt als teken van die waterhoogte. Dit alles is gebeurd op 3 oktober 1626. (Zie verder 17 oktober 1626.). (Bron: RA151A – 17 oktober 1626 akte 304 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

17 oktober 1626 – Waterhoogtemeting van watermolen van Spoordonk

  • (vervolg van 3 oktober 1626) > Daarna zijn wij op de 17e dag van dezelfde maand op verzoek weer van genoemde heer baron, ter zelver plekke gegaan samen met de secretaris en hebben de nieuwe waterplaat bezien die daar was geplaatst en die daarna leeg gemaakt en we hebben geconstateerd dat die plaat lager was gelegd dan die er van tevoren lag en wel ruim een voet min een kwart duim, nadat wij zulks diverse malen secuur hadden gemeten. We verzoeken de beheerders daarvan en de timmerlieden en ook de molenaar aldaar van de heer baron, goede kennis te nemen van hetgeen wij daar hebben gezien en wij willen het vastgelegd hebben in het schepenprotocol door onze secretaris. (Bron: RA151A – 17 oktober 1626 akte 304 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

10 september 1629 – Gracht in de Moleneeusel bij de Spoordonkse watermolen

  • Gerit Jans van Gerwen verklaart ter instantie van Werner van Merode, dat het Moleneeusel (=veld) bij de Spoordonkse watermolen, waar nu onlangs een gracht doorheen is gegraven, altijd door de hoeve bij de watermolen in gebruik is geweest.

  • Mathijs Handrix Oerselmans verklaart ter instantie van Werner van Merode, dat het Moleneeussel aan de watermolen in Spoordonk, waar baron van Duffel (= Floris van Merode) onlangs een gracht doorheen heeft laten graven, altijd door de hoeve naast de watermolen is gebruikt.

  • Franck Corstens, knecht van de hoevenaar Sijmon Goorts (Verhoeven), verklaart dat op de plaats waar de nieuwe gracht is gegraven geen sporen van een oude gracht te zien waren.

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Christoffel van der Meeren, Oirschot, inv. nr. 18, folio 10v..

8 november 1630 – De Molenstukken en Moleneeusel bij de Spoordonkse watermolen

  • Al diegenen die deze brief zullen zien, gegroet! Wij, Dirk Goijaerts van Loon en Gerard Jan Goossens, schepenen van Oirschot verklaren hierbij plechtig dat voor ons persoonlijk is verschenen Dielis Jan Dielis Snellaerts oud ca. 71 jaar inwoner van Oirschot die te goeder naam bekend staat die zonder enige dwang daartoe ten verzoeke van de edele heer Wernaer van Merode genoemd Hoefalise, de volgende verklaring heeft afgelegd. Hij doet dat naar eer en geweten en is bereid zulks later onder ede te bevestigen. Het is hem bekend dat ten tijde toen heer Henrick van Merode nog in leven was als heer van Oirschot, en ook toen zijn zuster Maria van Merode, beiden kinderen van de oude heer Ricalt van Merode, vroeger ook heer van Oirschot, hij heeft gewoond op het huis genoemd de Berg, staande in Oirschot herdgang Spoordonck en dat dat huis ook werd bewoond door genoemde heer en vrouwe van Merode en naderhand ook nog door de heer van Iseren en hij daar ettelijke jaren heeft gediend en verder ook ettelijke jaren lang bepaalde gronden heeft gehuurd gehad wel meer dan 11 jaar in welke periode hij Dielis heeft geweten dat de twee akkers genoemd de Molenstukken, die bij de hoeve naast de watermolen aldaar zijn gelegen, samen in bezit waren van de heren van Merode als gemeenschappelijke bezit. Deze akkers zijn door de heer en vrouw van Merode soms gebruikt geweest en hebben die afgesplitst van de vermelde hoeve en daarna weer teruggegeven aan de pachter van de vermelde gemeenschappelijke hoeve en wel met name aan Peter Goijaerts. Hij Dielis heeft deze heer en vrouwe van Merode nooit horen zeggen dat er iemand enige aanspraken op deze akkers of Molenstukken heeft gesteld, in tegendeel zelfs daarover is nooit en te nimmer gesproken niet anders dan dat deze akkers gemeenschappelijk bezit zijn geweest en dat wanneer hij Dielis wanneer hij de akkers niet bewerkte dat hij daarvoor een korting op de huursom heeft verkregen. Verder verklaart Dielis nog dat hij altijd heeft geweten dat de heg naast de genoemde Molenstukken altijd als kaphout ook werd gebruikt als zijnde gemeenschappelijk bezit van de pachter die daarvan ook het profijt heeft genoten en weggehaald. Daarna is hem gevraagd over het gebruik van die Molenstukken en Dielis heeft verklaard dat de percelen altijd door de gemeenschappelijke pachter gebruikt zijn geweest zoals zulks ook is gebeurd met de andere beemden en weides van de gezamenlijke hoeve aldaar en nooit heeft gehoord dat de heer en Vrouwe van Merode deze Molenstukken afzonderlijk gebruikt zouden hebben of aan een andere pachter in huur gegeven. Verder verklaart Dielis nog dat hij indertijd heeft gezien dat nadat de genoemde pachter Peter Goijaerts was overleden dat diens zoon Goijaert Peters op deze hoeve is blijven wonen en dat die de genoemde Molenstukken of Moleneeuwsel conform het andere gepachte bezit heeft gebruikt die alle tot een en dezelfde hoeve behoren zonder dat daarover ooit enig meningsverschil is geweest en dat de heer en Vrouwe van Merode daarvan geen aparte huur hebben genoten. Verder verklaart Dielis dat deze Goijaert Peters de vermelde hoeve lange tijd gepacht heeft gehad, die daarna heeft verlaten en dat die daarna werd gepacht door Cornelis Aert Joorden Smetsers in de periode van het bewind van de heer van Duffel en dat deze de Molenstukken en Moleneeuwsels in kwestie ook steeds heeft gebruikt gehad zonder dat die afzonderlijk verpacht zijn geweest. Hij verklaart verder nog dat in de periode dat Cornelis Aert Joorden Smetsers de hoeve heeft verlaten na die periode van huur zoals hiervoor dat die toen werd gepacht door Simon de zoon van genoemde Goijaert Peters (Verhoeven, JT ) die de hoeve nu nog steeds in pacht heeft die deze percelen in kwestie ook steeds in gebruik heeft gehad ten profijte van de beide families van Merode, behoudens dat de heer baron van Duffel een deel van de Moleneeuwsels tegen de wil van de heer eiser heeft laten afsplitsen die deze percelen daarbij voor hemzelf alleen wilde houden, zoals Dielis heeft begrepen, maar dat zulks nimmer ter sprake was geweest ten tijde van de voorouders van deze heer baron van Duffel, maar hij heeft van jongs af aan nooit beter geweten dan dat deze kwestieuze Molenstukken tot die gemeenschappelijk in bezit zijnde hoeve hebben behoord samen ook met andere beemden, heide en weilanden. Verder verklaart Dielis dat hij zeker weet dat het Moleneeuwsel tot de betreffende hoeve heeft gehoord en diverse keren heeft gezien dat in dat Moleneeuwsel enkele keren grote eikebomen zijn omgekapt die gebruikt zijn geweest voor de water en windmolen van de heren van Merode, die aan de beide families van Merode gezamenlijk toebehoren, zonder dat die bomen namens de heer of Vrouwe van Merode in rekening zijn gebracht of dat zulks door de genoemde van Hoefalize werd gevraagd te doen. Verder verklaart Dielis nog dat hij ten tijde dat Vrouwe Maria op zeker moment op dat Moleneeuwsel enige bomen had laten omkappen die ze had laten waarderen, dat hij toen deze vrouwe van Merode meerdere malen heeft horen zeggen dat deze bomen aan haar toebehoorden samen met de genoemde Jonker Hoefalise van Merode, omdat zoals ze beweerde de hoeve etc. gemeenschappelijk bezit was. Nog heeft Dielis verklaard dat omdat de heer baron van Duffel aan Jan Wouter Dielissen ( Snellaerts) ettelijke jaren eerder dan het afsplitsen van het vermelde perceel, toen bepaalde populierebomen had verkocht die nabij het Moleneeuwsel stonden en dat hij Dielis toen van deze Jan Wouter Dielissen heeft begrepen en er tegen hem Dielis ook was gezegd dat de heer baron van Duffel die populieren slechts voor de helft wilde verkopen en dat zijn hem hadden opgedragen om een overeenkomst te maken over de andere helft ervan met Henrick van der Sterre als rentmeester voor de andere gezamenlijke families van Merode en dat vermelde Jan Wouter Dielissen (Snellaerts, JT) hem had gezegd dat zulks was gebeurd en wel voordat hij die populieren had willen aannemen om om te kappen. Verder verklaart hij nog dat hij van jongs af aan in de herdgang Spoordonk heeft gewoond waar de vermelde bezittingen van de hoeve zijn gelegen en ook daar geboren en opgevoed is en bijna dagelijks bij dat bezit is geweest, behalve ten tijde toen hij op het huis van de Berg heeft gewoond en alles wat hij hiervoor heeft verklaard zelf heeft gezien en gehoord. Deze verklaring heeft hij gedaan zonder daartoe te zijn gedwongen of daarvoor een gift te hebben ontvangen, maar hij heeft zulks alleen uit vrije wil gedaan. Hij is bereid e.e.a. later onder ede voor enig ander gerechtshof te doen verklaren en bevestigen, en hij stemt erin toe dat hiervan een behoorlijke akte van wordt opgemaakt en en te laten voorzien van ons schependomszegel. Verder ondertekend door onze secretaris. Aldus opgemaakt 8 november 1630. (Bron: RA155a – 6 november 1630 akte 276 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

voor 12 november 1635 – Jan Joorden Melis was pachter van Spoordonkse watermolen

  • Vandaag op 12 november 1635 is voor ons schepenen verschenen de geachte Dielis Wouter Snellaerts ziek in zijn bed liggend maar wel in het bezit van zijn verstandelijke vermogens en deze heeft op verzoek van Joffrouwe Anna van Gestel namens Jonker Wernaert van Merode, genoemd Hoefalise, zijnde haar man, onder aanbod van bereid te zijn daarvoor een eed af te leggen, verklaard dat hij Dielis als pachter van de watermolen te Spoordonck, altijd daarbij verplicht was voor deze molen de dijk te moeten onderhouden vanaf de sluis aldaar tot het vloedgat toe en met een bepaald aantal planten heeft moeten bepoten, welk erf thans eigendom is van de kinderen van Dirk Henrick Goorts. Het is hem verder bekend dat zijn voorganger, n.l. Jan Joorden Melis deze dijk ook destijds als zodanig heeft moeten onderhouden en beplanten en wel volgens de huurovereenkomst hierover. Hij geeft genoemde Joffrouw Anna toestemming om deze verklaring in haar hoedanigheid als zodanig te gebruiken. Opgemaakt in Oirschot ten huize van genoemde Dielis in aanwezigheid van Jan Stockelmans en Peter Cornelis Francken, schepenen van Oirschot die deze akte naast vermelde Dielis hebben ondertekend. Getekend : Dit is het merk (= merkteken) van genoemde Dielis, verder Jan Stockelmans, Peter Cornelis Francken. Achterkant van deze akte: Joffrouwe Anna van Gestell. (Bron: RA160A – 1635 (losliggende akte, doch is nadien uit dat protocol verwijderd) Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

12 november 1635 – Dielis Wouter Snellaerts is pachter van Spoordonkse watermolen

  • Vandaag op 12 november 1635 is voor ons schepenen verschenen de geachte Dielis Wouter Snellaerts ziek in zijn bed liggend maar wel in het bezit van zijn verstandelijke vermogens en deze heeft op verzoek van Joffrouwe Anna van Gestel namens Jonker Wernaert van Merode, genoemd Hoefalise, zijnde haar man, onder aanbod van bereid te zijn daarvoor een eed af te leggen, verklaard dat hij Dielis als pachter van de watermolen te Spoordonck, altijd daarbij verplicht was voor deze molen de dijk te moeten onderhouden vanaf de sluis aldaar tot het vloedgat toe en met een bepaald aantal planten heeft moeten bepoten, welk erf thans eigendom is van de kinderen van Dirk Henrick Goorts. Het is hem verder bekend dat zijn voorganger, n.l. Jan Joorden Melis deze dijk ook destijds als zodanig heeft moeten onderhouden en beplanten en wel volgens de huurovereenkomst hierover. Hij geeft genoemde Joffrouw Anna toestemming om deze verklaring in haar hoedanigheid als zodanig te gebruiken. Opgemaakt in Oirschot ten huize van genoemde Dielis in aanwezigheid van Jan Stockelmans en Peter Cornelis Francken, schepenen van Oirschot die deze akte naast vermelde Dielis hebben ondertekend. Getekend : Dit is het merk (= merkteken) van genoemde Dielis, verder Jan Stockelmans, Peter Cornelis Francken.Achterkant van deze akte: Joffrouwe Anna van Gestell. (Bron: RA160A – 1635 (losliggende akte, doch is nadien uit dat protocol verwijderd) Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

14 januari 1637 – Omgekapte eikenbomen rond de Spoordonkse watermolen

  • Wij, Johan Stockelmans en Peter Jans Verhoeven, schepenen van Oirschot verklaren dat voor ons is verschenen Arien Henricks de Cort, vorster van Oirschot oud ca. 50 jaar, en Peter Bartels van der Achter oud ca. 41 jaar, beiden inwoners van Oirschot die naar eer en geweten een verklaring hebben afgelegd die ze onder ede alsnog willen bevestigen en wel op verzoek van joffrouw Anna van Gestel, echtgenote van de edele heer jonker Wernart van Merode, genoemd Houfalise. Ze verklaren dat zij op verzoek van deze Anna van Gestel op 8 januari j.l. zich hebben begeven in de herdgang Spoordonck dat onder Oirschot valt nabij de watermolen aldaar en hebben daar in ogenschouw genomen hoeveel eikebomen daar staan die eigendom zijn van de heer markies van Deinze ( lees de andere Merodetak, Floris van Merode ), en waarvan de eiser Wernaert van Merode beweert dat het gemeenschappelijk eigendom betreft ( dus van de beide takken van de Merode families ) welke bomen door de markies waren omgekapt of had laten omkappen. Toen ze daar waren aangekomen hebben ze bij het staketsel ( paal ) op de dijk voor het huis van de heer van Merode, geconstateerd dat er 5 eikebomen waren gekapt die daar lagen. Verder hebben ze op de dijk tegenover de Scefferberg (?) nog 2 omgekapte eikebomen aangetroffen gelegen aan de andere kant van de watermolens en aan de westkant ervan. Verder hebben ze in de weide die wordt genoemd het Moleneeuwsel, nog 22 omgekapte eikebomen gevonden, de meeste ervan uit het veld weggevoerd. En omdat de deponenten waren gevraagd om hiervan getuigenis te doen, is dit daarom door de secretaris uitgeschreven en voorzien van het schependomszegel. Datum 14 januari 1637, getuigen als boven. (Bron: RA162a – 14 januari 1637 akte 003 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

1 september 1637 – Omgekapte eikenbomen rond de Spoordonkse watermolen

  • Eerder had jonker Werner van Merode genoemd Hoefalise op 1 september 1637 zich vervoegd ten huize van de secretaris Goossens te Oirschot waar ook aanwezig was senor Johan Herberts van Wintelre als schout, agent en rentmeester van de heer markies van Deinze en waarbij genoemde secretaris optrad als mondeling aangestelde rentmeester van genoemde jonker Hoefalise aangaande zijn aandeel van de tiendes of tiendkoren te Oirschot over het jaar 1637. Daarop heeft genoemde Houfalise in aanwezigheid van ons schepenen hierna vermeld, aan genoemde rentmeester verzocht tot deling te komen van de tiende ofwel het koren en hij beweert daarvoor recht te hebben op twee vijfde deel en aangaande de rogpacht van 7 Oirschotse muddes rogge en nog 20 Bossche muddes rogge waarvan genoemde jonker Hoefalize uit die tiendes zijn aandeel had betaald aan de heer markies van Deinze ( lees jonker Floris van Merode ) of diens agenten voordat hij ( Hoefalise? ) in Oirschot is komen wonen, onder voorbehoud echter van zijn rechten, waarbij hij vaststelt dat daaruit geen verdere konsekwenties getrokken kunnen worden en dat hij hem niet meer schuldig is dan dat. Genoemde Hoefalize heeft van die 7 muddes rogge die hem in het verleden waren toegekend door de heer van Petershem uit het bezit van de Merodes-tiendes die in Oirschot worden betaald aan de H. Geest alhier, daarvan aangetoond dat die aflosbaar is voor elk mudde daarbij met 26 oude schilden en met niet minder dan als zodanig, hetwelk bleek uit een extract getrokken uit het register van de H. Geest anno 1377 waar verder nog is vermeld dat deze 7 muddes rogge zijn afgelost aan de heer Ricalt van Merode, zoon van Petershem en zulks is gebeurd in het jaar 1544, zoals blijkt ook uit dat uitreksel uit de berekeningen van de beheerders van de H. Geest van het jaar 1543 en van die van het jaar 1544 en daarbij was een bedrag van 171 gulden en 13 stuivers 3 oort gegeven. Daarnaast inzake de oude 20 Bossche muddes rogge beklemtoont deze Houfalise dat jonker Johan van Petershem heer te Petershem, Oirschot en Beek, volgens het extract uit het protocol van Den Bosch van het jaar 1421 deze zelfde muddes rogge had beloofd aan en ten behoeve van Daniel van Vlierden en wel uit twee verschillende hoeves, molens, tiendes etc,. en uit alle andere bezit dat de verkoper ( lees degeen die de rente beloofde, JT ) was toegekomen te Oirschot en die had daarvoor van genoemde Daniel een bedrag van 800 franse cronen gekregen, van welke bescheiden deze Houfalise bewijs heeft getoond, zowel van de aflossingsbrieven etc. en hij is bereid zulks naar rato te voldoen, hetgeen wordt aangetoond onder voorbehoud dat vooreerst het bezit van genoemde heer Johan van Petershem het bezit heeft verworven als voorzaat van hem jonker Werner van Merode in dat bezit van Oirschot en dat hem Houfalise rechtens toekwam en geleverd diende te worden uit het bezit waaruit die 20 mudde Bossche rogge zijn betaald geweest. Verder blijft de genoemde Houfalise bij zijn mening dat hij niet gehouden is meer ponden of pacht te hoeven betalen al naar rato daarvan, tenzij bij de eerdere verdeling zou blijken dat daarbij van dat gemeenschappelijk bezit een deel zou toebehoren aan de heerlijkheid van Oirschot of daarbij is uitgezonderd, waaraan jonker Hoefalise refereert en waarvoor hij belooft zich daar eventueel aan te houden. Hij belooft dat als uit deze uitreksels van de overige stukken over deze rogpacht of anderszins, iets anders zou blijken uit te wijzen en waaraan men meent niet gehouden te zijn, hetgeen deze jonker Hoefalise niet had verwacht omdat de dokumenten zulks voldoende uitwijzen, dat de rogpacht in ieder geval niet eerder betaald hoeft te worden dan met Maria Lichtmisdag, waarmee de tiendenaars vanwege de zware oorlog die er gaande is en het vernielen van de oogst ten plattelande daarom niet langer gehouden zijn die te voldoen. Hij is bereid om de korenpacht per a.s. Maria Lichtmisdag pro rata te voldoen, danwel dat hij bij niet betaling ervan, zijn twee vijfde delen in onderpand stelt van de huur van de watermolen en de windmolen. Deze redenen zijn door Jan Herberts aangehoord en heeft daarover geen bevredigend antwoord gegeven op het verzoek van deze Hoefalise maar heeft daarentegen tegen deze Hoefalise protest aangetekend en aangaande de bescheiden van de rogpacht gezegd dat het hem niet aanging en volhardt in zijn mening dat deze Hoefalise verplicht was zulks aan zijn heer ( lees aan Floris van Merode ) te kennen te geven, waartegen de jonker Houfalise weer aantekende dat omdat de markies van Deinze niet in Oirschot was en dus deze Jan Herberts van Wintelre als zijn schout, agent en rentmeester optreedt zoals blijkt uit de kwalificatie daaromtrent op de verpachtcedullen van de tiende van dit huidige jaar en dat van Wintelre daarom dus ook gehouden was om om diens heer bij afwezigheid van hem te verwittigen. Nadat zulks is gebeurd, is genoemde Jan Herberts weggegaan en de door genoemde Hoefalise gevraagde verdeling van het tiendkoren is hem niet toegestaan. Deze Houfalise de Merode wilde hiervan een schepenverklaring hebben gemaakt, hetgeen wij hebben toegestaan. Datum 1 september 1637, getuigen Jacop van de Velde en Joorden Jans Verhoeven als schepenen en verder Simon Verhoeven als gezworene. (Bron: RA162a – 1 september 1637 akte 252 Oud-Rechterlijk Archief Oirschot (Transcriptie Jan Toirkens))

1645 – Kasteel met watermolen

1649 – Afsplitsing watermolen

7 tot 19 augustus 1651 – Ontvangsten voor de domeinen van alle watermolens op de rivier de Aa

  • Ontvangsten voor de domeinen van alle watermolens op de rivier de Aa

  • Ontvangen van de molen te Spoordonk 25-0-0 gulden. In totaal werd er 2312-10-0 gulden van alle watermolen in dit domein ontvangen.

  • Bron: http://www.henkbeijersarchiefcollectie.nl/historisch_onderzoek/raad_en_rentmeester_generaal.htm > Raad en rentmeester Generaal der Domeinen ‘s-Hertogenbosch, toegangsnummer 9, inventarisnummer 438, omslag 3, document 3 (o.a. Spoordonk onder Oirschot) – “acte van pegelsteekinge byden Spoordonkse watermolen onder Oirschot.”

13 augustus 1651 – Aankondiging van de visitatie van de Spoordonkse watermolen i.v.m. de hoogte de waterpegels

  • “Wert van wegen den heere raedt ende rentmeester generael der domeijnen van Brabant inder stadt ende meijerije van ‘s-Hertogenbosch eenen iegelycken bekent gemaect dat den molen tot Spoordonck onder de vrijheijt van Oirschot als op meerdere plaetse is geschiet op mergen de clocke vijff uyre des mogens sal werden gevisiteert ende de pegel volgens den paccate sal werden gestelt ten eijnde een ieder geïnteresseerde wesende aldaer sich te presenteren ten eijnde etc. etc. Actum Oirschot den xiii augusti 1651 G.Pieck.”

  • Deze aankondiging, gedaan op 13 augustus 1651, betreft de visitatie aan de watermolen van Spoordonk op 14 augustus 1651 ‘s-morgens om vijf uur, om te kontroleren of de pegel nog steeds gesteld is volgens de plakkaat uit 1545 van Karel de V.

  • Bron: http://www.henkbeijersarchiefcollectie.nl/historisch_onderzoek/raad_en_rentmeester_generaal.htm > Raad en rentmeester Generaal der Domeinen ‘s-Hertogenbosch, toegangsnummer 9, inventarisnummer 438, omslag 3, document 2, (o.a. Spoordonk onder Oirschot) –“acte van pegelsteekinge byden Spoordonkse watermolen onder Oirschot.”

14 augustus 1651 – Visitatie van de Spoordonkse watermolen i.v.m. kontrole van het opstuwen van water en de waterpegels

  • Betreft ‘visitatie van wint ende waatermoolens inde Meijerij’, mede naar aanleiding van klachten van diverse ingezetenen van de Meierij. Ten gevolge van o.a. de oorlogen waren diverse pegels verdwenen. Men verwijst naar het bekende plakkaat van 1545.

  • Men is op 14 augustus 1651 naar de watermolen genaamd Spoordonck gegaan te Oirschot die aan de Heer van Oirschot toebehoort en Jonker Besselies de Merode. Volgens het plakkaat zou de pegel te hoog staan nl. 2 voeten en 1 duim en men heeft hem met het oude ijzerwerk weer opnieuw gesteld op 2 voeten boven de schutpaal conform genoemd plakkaat. Voorts heeft men geordonneerd dat de schutberderen van de molen en de sluis naar de pegel zullen worden ‘geleecht’ maar dat de ‘opdiepten’ boven de molen eruit gehaald moeten worden zodat het water ‘bequaemelycker mach affloopen’. Hierbij waren diverse ingezetenen van zowel Oirschot als Beers aanwezig. Enkelen van hen verklaren dat de schutplaat verlaagd is en zouden daarvan een akte brengen. Daarom heeft men in het gebont nog geen spijkers geslagen.

  • Bron: http://www.henkbeijersarchiefcollectie.nl/historisch_onderzoek/raad_en_rentmeester_generaal.htm > Raad en rentmeester Generaal der Domeinen ‘s-Hertogenbosch, toegangsnummer 9, inventarisnummer 438, omslag 3 (o.a. Spoordonk onder Oirschot) – “acte van pegelsteekinge byden Spoordonkse watermolen onder Oirschot.”

4 oktober 1651 – Visitatie van de Spoordonkse watermolen i.v.m. kontrole van het opstuwen van water en de waterpegels

  • Betreftvisitatie van wint ende waatermoolens inde Meijerij’, op 14 augustus 1651 mede naar aanleiding van klachten van diverse ingezetenen van de Meierij. Ten gevolge van o.a. de oorlogen waren diverse pegels verdwenen.
  • Rekwest van de Heer Marquis d’Ainse baanderheer van Duffel en Leefdaal Heer van Oirschot en Jonker Wernaer van Merode genaamd Hoffalise in de vrijheid Oirschot eigenaars van de watermolen te Spoordonk. Het rekwest is van 4 october 1651.
  • Bron: http://www.henkbeijersarchiefcollectie.nl/historisch_onderzoek/raad_en_rentmeester_generaal.htm > Raad en rentmeester Generaal der Domeinen ‘s-Hertogenbosch, toegangsnummer 9, inventarisnummer 438, omslag 3 (o.a. Spoordonk onder Oirschot) – “acte van pegelsteekinge byden Spoordonkse watermolen onder Oirschot.”

6 september 1652 – Visitatie van de Spoordonkse watermolen i.v.m. kontrole van het opstuwen van water en de waterpegels

  • Document 2. o.a.: Memorie van molenmeester Adriaen van der Vleuten die hier en daar pegels gesteld heeft op 6 september 1652 bij de molen te Spoordonk.
  • Bron: http://www.henkbeijersarchiefcollectie.nl/historisch_onderzoek/raad_en_rentmeester_generaal.htm > Raad en rentmeester Generaal der Domeinen ‘s-Hertogenbosch, toegangsnummer 9, inventarisnummer 438, omslag 3 (o.a. Spoordonk onder Oirschot) – “acte van pegelsteekinge byden Spoordonkse watermolen onder Oirschot.”

8 mei 1657 – Maecken Stockelmans, pachtster van de watermolen

  • Jan Geritsse van Gerwen c.s. verklaren t.i.v. Maeijcken Stockelmans, weduwe van jan Dielis Snellaerts, geen schade te hebben van het hoge waterpeil in de omgeving van de watermolen.

  • In de akte wordt Maeijken Stockelmans genoemd als pachtster van de watermolen.

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Johan van Oeckell, Oirschot, inv. nr. 113, folio 20v..

< 27 februari 1659 – Werner van Merode-Houffalize was voor 2/5e deel eigenaar van de watermolen

  • Tussen 11 en 27 februari 1659 moet Werner van Merode-Houffalize overleden zijn. Zijn broer Godert nam, mede namens diens broers Richard VI en Rogier en diens zus Maria als ergenamen Werner’s nalatenschap in bezit. Uit zijn nalatenschap blijkt wat de bezittingen van de Houffalize’s waren. Namelijk het huis onder Kerkhof, waar Werner gewoond had en gestorven is. Ook 2/5e deel in roerende en onroerende goederen, zoals de Spoordonkse watermolen en de windmolen onder Kerkhof met hun toebehoren e.d. De overige 3/5e deel behoorde toe aan de markies van Deinze. (Bron: Campinia 11e jaargang (juli 1981) nr.42 blz. 81 > De Merode’s in Oirschot 1410-1672 – blz. 69 t/m 89 – De Houffalize’s)

19 oktober 1661 – Herman Janssen Snellart, huurder van de watermolen

  • Ferdinand van Merode, heer van Oirschot etc. verklaart verhuurd te hebben aan Herman Janssen Snellart een watermolen, staande in Spoordonk, voor de tijd van 12 jaar en een huur van 60 gulden en 30 mud rogge per jaar.

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Johan van Oeckell, Oirschot, inv. nr. 117, folio 57v..

1670 – ‘Seer treffelyck huys’ met daarbij ‘eenen Molen’

  • Jacob van Oudenhoven sprak in 1670 van een seer treffelick Huys…. omcinghelt met fraye vijvers ende graghten ende eene levende Rivierde, daer hy eenen Molen op heeft ende is seer vischrijk daervan die van dat Huys wel voorsien worden midts de vischerije comt aent Huys.

  • Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Ten_Bergh

29 december 1671 – Publiekelijke Verkoop van goederen ‘den Bergh’ waaronder de waterkorenmolen en oliemolen

  • Dit Oirschots bezit bestond uit het adelijk huis den Bergh, door water omgeven, met bijgebouw, binnenhoven, tuinen, boomgaarden, landerijen, hooischelf, visrecht en de ‘verloren kost’ 8 1/2 lopen met nog een aantal percelen land in de herdgang Spoordonk. Ook een hoeve op de Cattenbergh, gebruikt door Aart Peters van Nunen en 3/5 deel in de windkorenmolen in de herdgang Kerkhof.

  • In de acte van verkoping goederen ‘Den Bergh’ is de zesde koop, drievijfde deel in de waterkorenmolen en oliemolen die gebruikt worden door mulder Hermen Jan Snellaerts.

  • Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

9 maart 1672 – Hermen Jan Snellaerts, pachter en molenaar op de waterkorenmolen en de oliemolen

  • Op 9 maart 1672 vindt de toewijzing plaats voor publiekelijke verkoop van de goederen ‘den Bergh’, met o.a. de waterkorenmolen en de oliemolen.

  • Zesde koop in deze toewijzing: “Drievijfde deel in de waterkorenmolen en de oliemolen bij Den Bergh, die gebruikt worden door mulder Hermen Jan Snellaerts tegen een pacht van 18 mudden rogge per jaar.”

  • Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

26 maart 1672 – Maarten Christiaan Sweerts de Landas koopt o.a. de waterkorenmolen en de oliemolen

  • De halve heerlijkheid Oirschot, inclusief de waterkorenmolen en de oliemolen, werd gekocht door Maarten Christiaan Sweerts de Landas, ridder van het H.Roomse Rijk en hoogschout van Kempenland, en op 27 maart 1672 werd hij te Oirschot als nieuw heer gehuldigd.

  • Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

26 september 1672 – Herman Snellaerts, pachter en molenaar op de koren- en oliemolen

  • Herman Snellaerts, molenaar op de koren- en oliemolen in Spoordonk, verklaart t.i.v. Marten Christiaan Sweerts (de Landas), dat de molen aan de domeinen jaarlijks 5 mud koren schuldig is zonder te weten of de chijns losbaar is.

  • In de akte wordt Herman Snellaerts genoemd als pachtmulder van de watermolen.

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Nicolaus van Vlodroph, Oirschot, inv. nr. 132, folio 78v.

8 december 1672 – Herman Snellaerts, pachter en molenaar op de koren- en oliemolen

  • Herman Snellaerts c.s. verklaren ter requisitie van Jasper Huberti dat zij aan de betalingsverplichtingen hebben voldaan.

  • In de akte wordt Herman Snellaerts genoemd als molenaar van de watermolen.

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Nicolaus van Vlodroph, Oirschot, inv. nr. 132, folio 61v.

1675 – Afkondiging van verkoop van hout van goederen bij de watermolen door Catharina de Cort-Stevens

  • Nadat Catharina de Cort-Stevens in 1675 had laten afkondigen, dat zij hout zou verkopen van haar goederen bij de watermolen, liet Godert, broer van Werner van Merode-Houffalize, haar gerechtelijk aanzeggen, dat zij niets kon doen zonder zijn instemming, omdat twee vijfde aan hem toebehoorde. (zie ook 27 februari 1659) (Bron: Campinia 11e jaargang (juli 1981) nr.42 blz. 81 > De Merode’s in Oirschot 1410-1672 – blz. 69 t/m 89 – De Houffalize’s)

10 januari 1697 – Herman Snellaers (oud-)molenaar van de Spoordonkse watermolen

  • In een overeenkomst inzake een erfrente wordt Herman Snellaers genoemd als (oud-)molenaar van de Spoordonkse watermolen. Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Jacob van Nahuys, Oirschot, inv. nr. 222, folio 41v.

1699 – Molendwang en de Spoordonkse watermolen

  • Het jaar 1355 was politiek gezien een geschikt moment om het monopolie van de Oirschotse halfheren te doorbreken. Er bestond op dat ogenblik nog steeds onenigheid over de opvolging in de heerlijke rechten tussen Jan van Petershem en zijn tante Margriet van Leefdaal. Als er in dit verband gesproken wordt over monopolie wordt hier, door Campinia, alleen bedoeld een practische monopolie. Er is geen enkele aanwijzing gevonden, dat de molens van de halfheren van Oirschot bankmolens waren, waar de inwoners van Oirschot verplicht moesten laten malen. Er is een uitspraak van 1699, dat er in Oirschot nooit molendwang is geweest, maar dat men ‘sinds aloude tyden’ vrij kon laten malen op de 4 korenmolens. Dit zijn de watermolen van Spoordonk en de windmolens van Kerkhof, Straten en Vleut. De Notelse molen, die veel ouder is dan de Vleutse, was tot dan toe geen koren- maar oliemolen. Voor de periode van vóór 1355 is echter geen conclusie te trekken. Bron: Campinia 18e jaargang, nr.69, april 1988, blz. 67 (algemene nabeschouwing) > Het betreft hier de akte van verpachting van de windmolen te Straten door Goeltken, weduwe van Jan Pijnappel aan Danel de Metser en Gijsbrecht Henricks Hoppenbrouwers van 7 mei 1518, blz. 62 t/m 68

  • Zie ook het jaar 1355

1714 – Verkoop van de Spoordonkse watermolen

  • De familie ‘de MERODE’ verkoopt de molen aan Maarten Christiaan de Landas, kwartierschout van Kempenland.

4 februari 1715 – Jacob Coppens molenaar op de watermolen van Spoordonk

  • Philippus de Cort verhuurt het neerhuis bij Huis Ten Bergh in Spoordonk voo 11 jaar aan Jocob Coppens, molenaar op de watermolen.

  • Jacob Coppens is overleden voor 19 november 1719. (Zie akte aldaar)

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Heribert van Audenhoven, Oirschot, inv. nr. 180, folio 157v.

19 november 1719 – Maria weduwe van Jacop Coppens is molderinne op de watermolen van Spoordonk

  • Martinus Snellaerts verhuurt zijn stede en land in Spoordonk voor 10 jaar aan Maria, wed. Jacop Coppens.

  • In de akte wordt Maria wed. Jacop Coppens genoemd als molderinne op de watermolen.

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Heribert van Audenhoven, Oirschot, inv. nr. 184, folio 622v.

25 november 1755 – verkoop van het adelijk huis ‘den Bergh’ gelegen bij de Spoordonkse watermolen

  • Theodorus van Dooren verkoopt als gemachtigde van Guilhelmus Johannes de Cort aan chevalier Godefridus Dominicus Carolus ridder de van der Schueren “een adelijck huijs genaamd den Bergh mette neerhuijsinge, hoven, twee vijvers met de visserijen in de Aa (=nu de Beerze), Scheffelberg en den Verlooren Kost’ groot plm. 20 lopen, gelegen te Spoordonk bij de watermolen. Bron: Campinia XIII (1983) blz. 195-210

  • {Godefridus (Godfried) Dominicus Carolus ridder de van der Schueren, werd gedoopt op 17 febr. 1726 te Lier, huwde Elisabeth Maria Theresia Conraetz op 27 jan. 1751 te Venlo en overleed op 24 juli 1781 te Roermond. Hij woonde op kasteel ‘Den Bergh’ in Spoordonk van 1755 tot 1772. Hij was ook ritmeester in Oostenrijkse dienst.} Bron: Stefan de van der Schueren – Prinsenbeek.

1772 – Oude meelkist van Dirk van Lith, anno 2009, nog aanwezig in de watermolen

  • In de Spoordonkse Watermolen is anno 2009 nog een oude kist aanwezig van Dirk van Lith. Deze kist dateert uit 1772. Dirk van Lith was leerling van de toenmalige molenaar.

  • Deze zogenaamde MEELKIST stond naast de KAAR en diende voor de beloning van de molenaar. Als een boer een zak met graan liet malen, mocht de molenaar als beloning enkele scheppen van dat graan in de meelkist doen voor hemzelf. Er werd dan ook niet met geld betaald, maar het was een soort ruilhandel. Iedere medewerker, dus ook de leerling, had zijn eigen meelkist.

  • Een KAAR is de graan- of korenverdeelbak. Het koren wordt eerst in de vierkante bak, het KAAR, gegooid. Via een schuif en een ratelmechanisme wordt het koren gelijkmatig en beetje bij beetje, via het gat rond de steenpil tussen de maalstenen gebracht.

  • Bron: Bezoekershandleiding met uitleg over de werking van de molen, uitgegeven door de ‘Spoordonkse Watermolen’ verkregen bij een eerdere rondleiding van de auteur in 2000, Tekst en uitleg door Emile van Esch tijdens onze rondleiding op 12 juli 2009.

1797 – Openbare verkoop van rogge uit de Spoordonkse watermolen

  • Akte van openbare verkoop aan Augustinus van Rijckevorsel van 15 vaten rogge uit de Spoordonkse watermolen onder Oirschot, van weduwe Sweerts de Landas. Bron: http://brabantarchieven.nl > archief 305 – Mortel – familie de La Court 1384-1978, Inventaris no. 2214, akte 1420

1802 – Verkoop van de Spoordonkse watermolen

  • Openbare verkoop door weduwe van CAREL HENDRIK SWEERTS de LANDAS.

tussen 1826 en 1833 – Overdracht van de Spoordonkse watermolen

  • Overdracht Spoordonkse Watermolen door Paulus E.A. de la Court aan gebroeders van Esch in Oirschot.

  • Bron: http://brabantarchieven.nl > archief 305 – Mortel – familie de La Court 1384-1978, Inventaris no. 2214, akte 1265

1832 – Percelen aan de Broekstraat (Spoordonk)

  • Percelen aan de Broekstraat langs weg van Oirschot naar Oisterwijk. (bron: kadasterkaart 1832 en OAT (Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel) – Spoordonk > Regionaal Historisch Centrum Eindhoven – RHCe)
  • Perceelnummers 599 t/m 601 met hun eigenaren
  • 599    > Opgaande bomen > jonkheer P.E. de la Court uit Den Bosch
  • 600    > Graanwatermolen > jonkheer P.E. de la Court uit Den Bosch
  • 600a  > Oliewatermolen     > jonkheer P.E. de la Court uit Den Bosch
  • 601    > Opgaande bomen > jonkheer P.E. de la Court uit Den Bosch

1833 – Vordering op de molenaar van de Spoordonkse watermolen

  • Brief van Paulus E.A. de la Court aan notaris Jan de Jong over zijn vordering op G. Roosen, molenaar Spoordonkse Watermolen onder Oirschot.

  • Bron: http://brabantarchieven.nl > archief 305 – Mortel – familie de La Court 1384-1978, Inventaris no. 2214, akte 1433

1835 – Afmetingen van de Oirschotse watermolen

  • Staat van afmetingen onderdelen Spoordonkse Watermolen onder Oirschot. (Deze bevindt zich in het rijksarchief van ‘s-Hertogenbosch)

  • Bron: http://brabantarchieven.nl > archief 305 – Mortel – familie de La Court 1384-1978, Inventaris no. 2214, akte 1341

1844 – Verpachting van de Spoordonkse watermolen

  • De Spoordonkse watermolen wordt verpacht aan de fam. van ESCH.

  • Taxatierapport door P. Rooyackers en E. Michels, molenbouwers in Bladel en Oisterwijk, in opdracht van P.E. de la Court, als eigenaar, en S. van Esch als pachter, Spoordonkse Watermolen onder Oirschot.

  • Bron: http://brabantarchieven.nl > archief 305 – Mortel – familie de La Court 1384-1978, Inventaris no. 2214, akte 1342

1846 – Verzoek om waterafvoer bij Spoordonkse watermolen te verbeteren

  • Verzoekschrift van Paulus E.A. de la Court om de waterafvoer van de rivier “De Aa” beneden de Spoordonkse Watermolen te verbeteren. (Concept)

  • Bron: http://brabantarchieven.nl > archief 305 – Mortel – familie de La Court 1384-1978, Inventaris no. 2214, akte 1359

1848 – Sommatie tbv de dijk bij de Spoordonkse watermolen

  • Deurwaardersexploot voor Hermanus J. Waterbeek, secretaris van Oirschot, ten verzoeke van Leopoldus J.A. de la Court, als eigenaar Spoordonkse Watermolen, met sommatie tot ongedaan maken genomen maatregelen aan beneden- en bovensluis in de dijk om velden “De Lage Vloed” bij voornoemde molen onder Oirschot.

  • Bron: http://brabantarchieven.nl > archief 305 – Mortel – familie de La Court 1384-1978, Inventaris no. 2214, akte 1360

mei 1868 – Renovatie van de Spoordonkse watermolen

  • De houten romp, van de Spoordonkse Watermolen, wordt vervangen door bakstenen. In een gevelsteen komt de inscriptie AMDLC 1868.

  • De omschrijving van AMDLC 1868 is nog niet geheel ontcijferd. 1868 = Datum dat romp van de houten molen omgeven/vervangen werd door bakstenen

  • AMDLC > Wat de letters AM betekenen is nog niet achterhaald. DLC betekent hoogstwaarschijnlijk De La Court.

  • Van Leopold de la Court (1795-1865), eigenaar van landgoed de Baest (onder Oostelbeers), is bekend dat hij gedetailleerde tekeningen maakte van steenovens in de omgeving van Oost- West- en Middelbeers. Hij liet de ovens meestal ter plekke bouwen waar de bakstenen nodig waren. Het was ondoenlijk om het massale gewicht aan stenen, met paard en kar, over grote afstand te vervoeren. Over het algemeen werd (hard)hout gebruikt om te bouwen. De gebakken stenen werden echter gebruikt voor o.a. kerken, scholen, de pastorie, het herenhuis ‘de Spijker’ op landgoed de Baest en sinds 1730 de woning van de pastoor van Middelbeers. Ook boerderijen werden soms, geheel of gedeeltelijk, uit steen opgetrokken. De overcapaciteit aan stenen werden weleens doorverkocht, maar de la Court gebruikte de stenen meestal voor het verfraaien en verbeteren van zijn eigen bezittingen. Zo komen we ook tegen dat in mei 1868 werd besloten de houten watermolen onder Spoordonk, eigenaar van Paulus E.A. de la Court, af te breken en opnieuw in steen op te trekken. Dit omdat de kosten van het onderhoud van het houten gebouw steeds hoger opliepen. (Bron: Campinia 15e jaargang 1985, nr.58, blz.105 t/m 119 > Steenovens op en om de Baest.

2 januari 1900 – Fam. van Esch wordt eigenaar van de Spoordonkse watermolen

  • De fam. van Esch wordt officieel eigenaar van de molen.

  • Overdracht Spoordonkse Watermolen door Paulus E.A. de la Court aan gebroeders van Esch in Oirschot.

  • Bron: http://brabantarchieven.nl > archief 305 – Mortel – familie de La Court 1384-1978, Inventaris no. 2214, akte 1265

voor 1984 – Sjef van Esch is molenaar op de Spoordonkse Watermolen

  • Sjef van Esch, als vader van de huidige molenaar Emile van Esch, is lange tijd molenaar geweest op de Spoodonkse Watermolen.

  • Bron: Bezoekershandleiding met uitleg over de werking van de molen, uitgegeven door de ‘Spoordonkse Watermolen’ verkregen bij een eerdere rondleiding van de auteur in 2000.

1984 – Restauratie van de Spoordonkse watermolen

  • Begin restauratie door EMILE van ESCH.

1994 – Restauratie van de Spoordonkse watermolen

  • Inrichting van de korenmolen is hersteld met rijkssubsidie en valt nu onder monumentenzorg.

1999 – Uitbreiding Spoordonkse watermolen met bezoekerscentrum

  • Vanaf 1999 doet eigenaar Emile van Esch verwoede pogingen een bezoekerscentrum te realiseren als economische drager voor zijn watermolen. Maar tot nu toe zonder resultaat. De ontvangstruimte die hij voor ogen heeft, komt op vijftig meter van de watermolen, half onder de grond en krijgt het aanzien van een heuvel. Er loopt dus gras over het dak. Het wordt geen volwaardig café, en de horecavoorziening zal dan wel de hele week open zijn. Emile, die nu constructeur is, geeft zijn baan op om zich volledig, met eventuele medewerkers, op zijn bedrijf te storten. Er komen nu jaarlijks honderden groepen, zowel volwassen als kinderen, voor een excursie, maar dat zullen er zeker meer worden. In zes jaar tijd zijn er door Emile twee, door een architect, uitgewerkte plannen ingediend bij de gemeente en de provincie. Tevens leverde hij twee ruimtelijke plannen aan, zoals een natuurtoets, een watertoets, een flora- en faunatoets en een parkeertoets. De procedures hebben volgens de molenaar, hem tot nu toe tienduizenden euro’s gekost. Maar Emile gaat door, want het heeft al zoveel tijd en geld gekost.

  • Bron: Brabants Dagblad – 1999

2000 – Privé-excursie in de Spoordonkse watermolen

  • Als auteur van deze website heb ik dit jaar, samen met mijn vrouw, een bezoek gebracht aan de Spoordonkse watermolen. Alhoewel niet gepland krijgen we toch een rondleiding. Tijdens deze privé-rondleiding laat molenaarsvrouw Jeanne Dingemans de binnenkant van de watermolen zien. Haar man en molenaar, Emile van Esch, komt later ook en demonstreert de werking van de watermolen. Ook wordt ons diverse informatie over geschiedenis van de watermolen overhandigd. Van deze informatie heb ik dankbaar gebruik gemaakt om mijn website mee aan te vullen.

  • Bron: Ad van de Lisdonk (Auteur van deze website), bronverantwoording: Spoordonkse Watermolen

31 maart 2001 – Uitbreiding Spoordonkse watermolen met bezoekerscentrum

  • In een artikel in het Brabants Dagblad van 31-3-2001 blijkt Emile van Esch positief gestemd te zijn over de uitbreiding van zijn watermolen met een bezoekerscentrum, doch zonder resultaat.

  • Bron: Brabants Dagblad – 31 maart 2001

9 juli 2002 – Perikelen in Spoordonk

  • In het VPRO programma ‘de Ochtenden’ op radio 1, wordt vandaag aandacht besteed aan de Spoordonkse Watermolen.

  • Vandaag een interview met LPG-kamerlid Bonke en deel I van de reportage ‘alles moet netjes’, over voorbeelden van doorgeslagen regelgeving, verstarde bufreaucratie en merkwaardige vormen van regelzucht. Vandaag ‘perikelen in Spoordonk’.

  • De uitzending begint met een interview met LPG-kamerlid Vic Bonke, medicus en ex-rector magnificus van de Universiteit van Maasstricht.

  • Citaat uit deze uitzending: “In het Brabantse Spoordonk staat een eeuwenoude watermolen, waar nog waterrechten op rusten uit 1515 van Karel de Vijfde. De huidige molenaar Emile van Esch en de molen is 99 jaar in zijn familie. Van Esch wil al een bescheiden bezoekerscentrum bouwen op het kortgemaaide grasveldje achter zijn molen, maar stuit op het veto van de provincie, omdat dat gazon sinds kort op een ultra-smalle verbinding ligt tussen twee natuurgebieden. Verslaggever Marten Minkema bezocht de watermolen.

  • Jammer, maar deze uitzending is mij, als auteur van deze pagina, ontgaan. Via uitzending gemist is dit interview niet meer toegankelijk. Vandaar dat ik hier niet kan berichten over het verloop hiervan.

  • Bron: Madiwodo-VPRO > aflevering ‘de Ochtenden’ > http://reload2.vpro.nl/programma/madiwodo/afleveringen/688315 (Deze is site niet meer toegankelijk)

2005 – Spoordonkse watermolen als prive-museum

  • Anno 2005 is de watermolen nog steeds in bezit van fam. van ESCH.

  • EMILE van ESCH is met zijn gezin woonachtig in het gedeelte dat voorheen de oliemolen was. Deze is bij de restauratie verdwenen. De korenmolen is nu een te bezichtigen privé-museum en er kan kleinschalig graan gemalen worden.

  • Nog steeds geen uitbreiding van de Spoordonkse Watermolen met een bezoekerscentrum.

4 februari 2005 – Uitbreiding Spoordonkse watermolen met bezoekerscentrum

  • Het lijkt er toch op dat het er van zal komen, een bezoekerscentrum bij de Spoordonkse Watermolen. Maar, in een artikel in het Brabants Dagblad van 4-2-2005 wordt vermeld dat het waterschap de watertoets in eerste van 1-11-2004 in eerste instantie afgewezen had i.v.m. nieuwe regels voor hemelwaterafvoer. Maar zijn nu met een snelle en goede oplossing gekomen. De publiekshal zou te dicht bij een sloot komen te liggen, waardoor bij calamiteiten men niet goed bij de sloot kon komen. Een ander opstakel was dat het geplande gebouw gedeeltelijk op gemeentegrond zou komen (door alle partijen over het hoofd gezien). Ook dient er een ‘overkluizing’ te komen, d.w.z. dat de sloot ter hoogte van de nieuwbouw wordt dichtgegooid en het water middels een buis zijn doorgang vindt. Het plan dient men wel volgens de voorwaarden van het waterschap uit te voeren. Dat betekent: een betonnen waterbak en betonnen ringen. Kosten zeker 10.000 euro door de eigenaar te bekostigen. Het waterschap en Emile van Esch hebben inmiddels de nodige papieren getekend. Het is nu weer aan de gemeente en de provincie om een oordeel te geven, met hopelijk een positief resultaat voor de eigenaar. Genoemd plan is een plausibel initiatief en maakt de kansen alleen groter dat een stuk erfgoed, waar we zuinig op moeten zijn, behouden blijft.

  • Het laten malen van de watermolen is belangrijk voor het behoud van het bouwwerk, omdat tocht en schudden van de molen tot gevolg hebben dat ongedierte en houtwormen wegblijven.

  • Bron: Brabants Dagblad – 4 februari 2005

april 2007 – Opening ontvangstruimte bij de Spoordonkse watermolen

  • Eindelijk. Sinds pasen 2007 heeft de Spoordonkse watermolen een eigen ontvangstruimte (koffiehuis), waar heerlijke appeltaart, molencake en brood genuttigd kan worden.

  • Er zijn nu vele mogelijkheden om de watermolen te bezichtigen. Zie hiervoor de eigen webpagina > http://www.spoordonksewatermolen.nl

  • Het is de bedoeling dat de gemalen granen ook gebruikt gaan worden voor typische streekgerechten.

  • In de naaste toekomst hoopt de molenaar, in samenwerking met het likeurmuseum in Hilvarenbeek, oude jenever te kunnen stoken.

  • Bron: Brabants Dagblad, http://www.spoordonksewatermolen.nl

12 juli 2009 – Excursie Spoordonkse Watermolen door familie van de Lisdonk

  • Ter gelegenheid van de jaarlijkse broers- en zussendag brengen vandaag de kinderen, waaronder ondergetekende en auteur van deze website, van hun reeds eerder overleden ouders, een bezoek aan de Spoordonkse Watermolen. Het hoogtepunt van dat bezoek is een excursie in de watermolen zelf. Emile van Esch, eigenaar en molenaar, vertelt ons als een ervaren gids e.e.a. over de geschiedenis en de werking van de molen.

  • Voor fotoos en een beschrijving van de watermolen, klik hier.

  • Bron: Ad van de Lisdonk (Oostrum – Lb)

januari 2012 – Nieuw 2e waterrad voor opwekking van groene stroom.

  • Sinds januari 2012 heeft molenaar Emile van Esch een tweede waterrad aangebracht. Dit rad drijft een generator aan en wordt gebruikt voor de opwekking van elektrische energie (groene stroom) t.b.v. eigen gebruik. Het heeft 40 schoepen met een breedte van 80 cm een doorsnede van 6,50 meter, gelijk aan het oude scheprad van de oliemolen. Het is nagenoeg identiek aan het waterrad dat voor het malen van graan wordt gebruikt, alleen één meter groter in diameter.
    Door het hoogteverschil van het water van max. 2 meter zijn er vermogens te genereren van 25 kW en meer.

    Om de waterstand in de rivier niet teveel te beïnvloeden, wordt er voorlopig een continu vermogen opgewekt van 3 kW. Hierdoor blijft het peil van de rivier redelijk stabiel. Het ronddraaien van een waterrad heeft overigens een positief effect op de waterkwaliteit. De waterturbulentie zorgt voor zuurstofverrijking van het water waardoor allerlei organismen zich beter kunnen ontwikkelen en de waterkwaliteit verbetert.
    Dit project van elektriciteitsopwekking middels het water is mede mogelijk gemaakt door de steun van de provincie Noord-Brabant in het kader van de kleine projectenfonds.

    Vanuit het project Rural Alliances werd op 18 april 2012 een Energiedag georganiseerd. Doel was om meer kleinschalige projecten rond duurzame energie op gang te krijgen. De Spoordonkse Watermolen is duidelijk een goed voorbeeld hiervan.

    Tijdens mijn wandeling ‘Ommetje Lusdonck’, op 12 augustus 2012 was het rad al ruim in bedrijf. Het rad werd op dat moment, door de molenaar zelf, extra behandeld om vroegtijdige slijtage te voorkomen.
    Het oorspronkelijke waterrad van de oliemolen was bij de verbouwing, van het oliemolen-gedeelte naar woonhuis, reeds verdwenen.

  • Zie hier foto’s van het nieuwe rad. klik hier.

  • Bronnen: Vereniging de Hollandse Molen, Alle Molens, Brabantse Kempen en Eigen archief Ad van de Lisdonk (Oostrum – Lb)

19 februari 2012 – Canon van Oirschot (Spoordonkse Watermolen)

  • “Veel dorpen en steden beschikken inmiddels over een canon. Oirschot met zijn rijke historie kan daar natuurlijk niet bij achterblijven. Dit heeft er toe geleid dat Heemkundekring de Heerlijkheid Oirschot het initiatief heeft genomen een canon over Oirschot samen te stellen. Al in 2009 zijn daartoe de eerste initiatieven genomen en in 2010 is een projectvoorstel geschreven waarmee een projectteam aan de slag is gegaan. Een redactieraad bewaakt de consistentie van de aangeleverde informatie. De eerste fase van het project is op 27 oktober 2011, ter gelegenheid van het 60-jarige bestaan van de Heemkundekring, officieel aan de Oirschotse bevolking aangeboden.” Bron en tekst: Heemkundekring “de Heerlijkheid van Oirschot”, Website: http://www.canonvanoirschot.nl

  • In verband met het hierboven genoemde project en de uitgebreide informatie op deze webpagina, over de Spoordonkse Watermolen, heeft men ondergetekende gevraagd of gebruik gemaakt mocht worden van deze gegevens. Uiteraard gaf ik mijn toestemming en ik ben de heemkundekring dankbaar met dit verzoek.

  • Voor de bijdrage t.b.v. van het Canon van Oirschot betreffende de Spoordonkse Watermolen, klik hier.

  • Bron: Heemkundekring “de Heerlijkheid van Oirschot” met name Martien Mattheeuwse, Website: http://www.canonvanoirschot.nl, Ad van de Lisdonk (Oostrum – Lb)

april 2012 – Spoordonkse Watermolen aangesloten bij de ‘Raddraaiers’.

  • De Spoordonkse watermolen is lid van de “Raddraaiers”. Dat is een vereniging van zeven watermolenaars in de regio Eindhoven, die in april van dit jaar is opgericht. Het doel is om in 2015 bij de watermolens 1000 mWh elektriciteit op te wekken uit waterkracht. Dit is genoeg om 300 huishoudens in de regio van elektriciteit te voorzien. Bron: website http://www.raddraaiers.com

7 juni 2012 – De Spoordonkse watermolen heeft een oplaadpunt voor elektrische auto’s.

  • De Spoordonkse Watermolen wekt sinds januari 2012 via water elektriciteit op. Auto’s kunnen nu dankzij dit project ‘op water rijden’. 7 Juni 2012 vond de onthulling van een oplaadpunt voor elektrische auto’s plaats.

Zie ook:

http://www.spoordonksewatermolen.nl

http://www.molendatabase.nl/nederland/molen.php?nummer=594

http://nl.wikipedia.org/wiki/Spoordonkse_Watermolen

http://www.canonvanoirschot.nl/herdgangen/spoordonkse-watermolen

http://www.brabantsekempen.eu

http://www.molens.nl

 

De genealogische gegevens van de hierboven vernoemde personen kunt U vinden op de:

Genealogische pagina van de familie van de Lisdonk

 

Copyright © 1990-2014 – Ad van de Lisdonk (Oostrum – Lb).

bronverantwoording

laatst bijgewerkt op 16 februari 2014

U bevindt zich op de homepage > http://www.familievandelisdonk.nl

Comments are closed.