Tien dagen in kamp Haaren
Maria Theresia Louisa (Ria) van de Lisdonk (1922 – 2020)

Begin 1942 werden Ria van de Lisdonk en haar toekomstige man, Willem Walthuis, door de Duitsers gevangen genomen en voor tien dagen opgesloten in gijzelaarskamp Haaren (bij Oisterwijk). Ria was de eerste ingeschreven vrouw die dat overkwam.
Eerst iets over kamp Haaren
Tijdens de Duitse bezetting (1941 t/m 1944) werd het grootseminarie Haarendael bij Haaren (gemeente Oisterwijk), tussen Tilburg en ’s-Hertogenbosch, als gijzelaarskamp en ‘Polizeigefängnis’ gebruikt.
Het grootseminarie werd door de nazi’s Das Sanatorium genoemd. In totaal zijn er vier kampcommandanten geweest. Van 8 december 1941 tot 1 februari 1944 had SS-Obersturmführer (eerste luitenant) Heinrich Wacker als SD’er de leiding over het kamp. In het kamp kwamen twee groepen gevangenen terecht. Zeker 1800 mensen werden gevangengezet voor Untersuchung. Slechts enkelen van hen zijn vrijgelaten. Verder was er een groep van rond de 1400 gevangenen die vastzaten voor Grenzübertritt. Dat waren gepakte gezochten waaronder verzetsmensen, piloten, parachutisten, ontsnapte gevangenen en onderduikers. Daarnaast verbleven er in het kamp rond de 600 gijzelaars. Onder de groep Grenzübertritt waren ook tientallen tijdens het Englandspiel opgepakte Nederlandse agenten. Op 31 augustus 1943 wisten twee van hen (Ben Ubbink en Pieter Dourlein) uit kamp Haaren te ontsnappen. Zij slaagden erin de Britten te waarschuwen dat het hele Nederlandse marconistennetwerk in Duitse handen was.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kamp_Haaren
Op de dag voor Dolle Dinsdag (5 september 1944) werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen naar Kamp Vught gebracht. Gijzelaars zonder papieren werden vrijgelaten. De resterende 2800 mannen werden naar Sachsenhausen gedeporteerd; 650 vrouwen werden naar Ravensbrück gebracht. Het is onbekend hoeveel van deze mensen de oorlog hebben overleefd.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kamp_Haaren
Ria van de Lisdonk (1922-2020)
Maria Theresia Louisa (Ria) van de Lisdonk werd op 1 oktober 1922 in Goirle geboren als eerste kind van Johannes Cornelis van de Lisdonk (1892-1975) en Maria Cornelia Broers (1889-1972). Later kreeg ze er ook een zus (Kitty 1924-2020) en een broer (Sjef 1932-2025) bij. Terwijl ze al zwanger was, trouwde ze op 18 juni 1942 in Velsen met de dienstplichtige vaandrig en verzetsstrijder Wilhelmus (Willem/Wim) Walthuis (1918-2012).
Ria woonde met haar ouders in een winkel op de hoek Tilburgseweg / Molenstraat in Goirle onder Tilburg. Daar ontmoette ze Wim Walthuis, die tijdens de mobilisatie geregeld in de winkel kwam. Willem was gelegerd in de Willem-II kazerne in Tilburg.
Tien dagen in Kamp Haaren
Het verhaal is dat Willem Walthuis, samen met Ria ’toevallig’ een fietstocht maakte over de Alphense Baan in Goirle en ook ’toevallig’ door de Duitse SS’ers aangehouden en opgepakt werd. Wat was het geval. In Haaren werden op dat moment de eerste slachtoffers van het beruchte ‘Engelandspiel’ binnengebracht. De Duitsers dachten waarschijnlijk dat Willem Walthuis een van hen was.
Ria was op dat moment zwanger van haar eerste kind, maar werd toch opgepakt. Terwijl Willem streng verhoord werd, moest de zwangere Ria de gangen van het voormalige seminarie schoonmaken. Willem hield vol dat hij ‘per ongeluk’ tussen smokkelaars terecht was gekomen. Ook Ria deed haar woordje. Ze probeerde de ernstige beschuldigingen van de hand te wijzen vanwege haar aanstaande moederschap. En dat lukte. Wim zou in deze situatie nooit een ontsnappingspoging doen richting Engeland. De SS’ers moesten dat maar geloven. En zo gebeurde het dat na tien dagen van verhoor en angst beiden vrijgelaten werden. Willem had hierbij geluk, want hij was niet ’toevallig’ op de fiets onderweg. Of Ria dat wist zullen we nooit meer te weten komen.
Willem was hoofd van de loonadministratie bij de Duitse bouwonderneming ‘Weyss und Freitag’. Zij werkten voor ‘Organisation Todt’. Door zijn functie was er makkelijk iets te ‘regelen’, zoals hij dat noemde. Willem Walthuis was in de Tweede Wereldoorlog een gedreven verzetsstrijder. In de loop van precies twee en een half jaar zag hij kan kans, gegevens over niet minder dan vijf- à zeshonderd bunkers, veldstellingen, weerstandsnesten en andere verdedigingswerken tussen Zandvoort en Wijk aan Zee te verzamelen en door te geven. Het sluitstuk van zijn spionnenloopbaan was, dat hij een ‘juweel van een map’ liet verdwijnen, waarin zich alle benodigde gegevens bevonden voor de bouw van elk type gevechtstelling. De informatie was teveel om te kopiëren. Hij kon dit niet onopgemerkt doen en besloot dan ook op dat moment om onder te duiken. Niemand wist beter dan dat Willem een doodonschuldige loonboekhoudertje was, die zich op zijn manier inzette voor de strijd om een betere maatschappij. Hij vond dat hij deed wat hij moest doen. Het belangrijkste was om onopgemerkt te blijven. Zo wist zelfs zijn eigen vader niet beter dan dat Willem voor de Duitsers werkte, wat maar gedeeltelijk waar was. Binnen het verzet was dat de enige manier om te overleven en niet gepakt te worden. In 1944 had hij wel geluk. De Duitsers doorzochten zijn gehele woning zonder te ontdekken dat boven op een z.g. buffetkast rollen lagen met geheime tekeningen.
Na zijn activiteiten in de Tweede Wereldoorlog, lukte het hem om docent te worden aan de KMA (Koninklijke Militaire Acedemie) in Breda en zelfs directeur van de Hogere Krijgsschool in Den Haag.
Hij was ook een persoonlijke vriend van Z.K.H. Prins Bernard. Die zorgde er zelfs voor dat Willem op zijn voordracht, buiten de familie en kennissen om, in september 1983 uit handen van de prins zelf het Verzetskruis ontving als onderscheiding.
Willem was wel erg teleurgesteld in het feit dat van alle jongens niemand na de oorlog hem bedankt heeft voor het uit handen houden gedurende de oorlogsjaren van de ‘Arbeidsinzet.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Organisation_Todt, Boek Aramits / Grijs Verzet van Ed Brok 1985.
‘Organisation Todt’.
De Organisation Todt (O.T.) was een Duitse bouwmaatschappij tijdens het bestaan van nazi-Duitsland, genoemd naar de oprichter Fritz Todt. Kort na de machtsovername door Adolf Hitler in 1933 werd Organisation Todt opgericht. De eerste belangrijke bouwwerken die werden gerealiseerd, waren de Duitse Autobahnen. De infrastructuur voor het autoverkeer kreeg hierdoor een belangrijke impuls en vele werklozen kregen een baan. Vanuit een militair oogpunt verbonden deze wegen de belangrijkste industriële centra van het land en ook werden de verbindingen naar de landsgrenzen verbeterd. In 1938 was 3000 kilometer aan snelwegen aangelegd en was het aantal medewerkers van O.T. gestegen van 700 in 1933 naar 300.000. In 1945, toen het Derde Rijk was gevallen, werd de organisatie opgeheven. Aanvankelijk was ‘Organisation Todt’ een Duitse overheidsorganisatie en onderdeel van het Duitse Ministerie voor Bewapening en Munitie. Vooral in Oost-Europa zijn op grote schaal dwangarbeiders ingezet voor (prestige)projecten. Ze bouwden onder andere bunkers, kustversterkingen, wegen en spoorwegen.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Organisation_Todt
