Kasteelcomplex ‘ten Bergh’

 

Kasteelcomplex ‘ten Bergh’ in Spoordonk

Omschrijvingen van het kasteel(complex):

  1. Het adellijk huis of kasteel Den Bergh, bestaande uit het “groot huys” en het “laaghuys” (tegen elkaar aangebouwd en “scheydende langs den gevel”), en daarbij: een muur (waarin ashok en privaat), een stal voor drie paarden, een koets- en brandhuis, een grote schuur met aangrenzende stal voor 18 à 20 runderen en nog eens 3 à 4 paarden, een bakhuis en een tuinkamer of zomerhuisje. In het woonhuis: kamers, kapel, keuken en overwelfde kelders. Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

  2. De “neerhuysinghe” of boerenwoning met een brouwerij, visrecht op de Aa (Beerze), tuinen waarin twee vijvers en vele vruchtbomen, weiland, en grachten die in verbinding staan met de Aa; gelegen bij de watermolen, in totaal 32 lopen en 17 roeden. Belendende percelen: de gemene grond en “de Bogt”. De gehele dijk vanaf de molen of straat tot aan de boerenwoning behoorde tot het erf. De eigenaar moest voor eenvierde deel het schoor dat bij de molen in de straat lag, onderhouden. Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

  3. Verder nog:   Acht percelen teelland in de “Bogt” of “Bergsbogt”, de Bussers-acker” (teel- en weiland), een perceel teelland genaamd het “Groot Hoogh”, een perceel weiland genaamd het “Moolen-eeuwsel”, vier percelen groes- en teelland in de “Schoorbeempt”, een perceel hooiland en land met houtgewas, genaamd de “Banisbeempt en een perceel hooiland en land met houtgewas, genaamd de “Polsdonck” of “Priemsteegh” gelegen in de buurtschap Hedel. Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

  4. Eerste koop in de verkoopakte: “Het adellijk huis Den Bergh, door water omgeven, met bijgebouw, binnenhoven, tuinen, boomgaarden, landerijen, hooischelf en visrecht; samen met de “Verlooren Kost” 8 1/2 lopen. enz. enz.” Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

  5. In de koopakte staat een fraaie omschrijving van het hoofdgebouw:…“het groot Adelijck huys of kasteel, genaemt de Bergh, bestaande in verscheijde zoo boven als beneden camers, kapel, keuken, verwulfde kelders, stallinge voor drie paerden, koets en brandhuys, spatiense tuyn voorzien met een menigte vrugtbomen, twee vijvers of reservoiren en fraye tuyncamer, benefens een groote neerhuysinge of boerewoning met extra groote schuur en aparte stal voor agtien à twintigh beesten en drie à vier paerden, brouwerije en bakhuys, als mede twee schelve, weyden, alle beslooten en omgeven met zeer brede en visrijke gragten en verdere wateren en vijvers, correspondentie hebbende met de revier de Groote Aa, hebbende de private regt van visserij, meede op een gedeelte van de voorgenoemde revier de Aa…” (Bron: http://www.dommel.nl > historische verhalen > De verdwenen ‘waterburcht’ van Spoordonk door dhr. Mijland (Regionaal Historisch Centrum Eindhoven – RHCe en dhr. Thiadens (Boxtel))

  6. Nu wordt het huis van de heer van Oirschot in onze tijd wel ‘kasteel’ genoemd, maar in feite was het in de periode, waarover er gegevens van bekend zijn, helemaal geen kasteel. Het was niet militair verdedigbaar. Het lag alleen binnen een gracht (gedeeltelijke omleiding van de Beerze) waarover een brug lag met een poort. Er zijn geen aanwijzingen dat er een ophaalbrug was. In de contemporaine bronnen wordt dan ook nooit gesproken van een kasteel maar van ‘huys ten Berch’ of eenvoudig ‘den Berch’.(Bron: Campinia 16e jaargang (oktober 1986) nr 63 blz. 200> Zoen-accoord voor de moord op Huybrecht Jan Aertszoen in ’t Molenbroeck op 13 januari 1598 – blz. 198 t/m 202.

 

 

De Rentmeesterwoning

Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan men aannemen dat met de in Spoordonk nog bestaande rentmeesterwoning op het oorspronkelijke kastelencomplex van huize ‘ten Bergh’, hetzelfde gebouw wordt bedoeld als het neerhuis of nederhuijs of nederhuysinghe zoals aangehaald tussen 1674 en 1772 in de Oirschotse archiefstukken. Als dat zo is, werd de boerderij met brouwhuis tussen 27-12-1683 en 1705 (±22 jaar) verhuurd aan Jan Janssen van de Lusdonck. (zie note 1)

De ‘nederhuysinghe’ behorende tot bovengenoemd kastelencomplex wordt in 1725 als volgt omschreven: “een woonhuysinghe, schuere, stallinge, schop ende verkenskoije met de helft in den benedenhoff, gereserveert het brouwhuis met de helft van een gebondt ende den oversteeck off afdack in voorschreven schuere”.

Omschrijving: ‘Nederhuysinghe’ (neer- of nederhuis): (gevonden in diverse literatuur)

1) Een bijgebouw  van een kasteel of buitenplaats, zoals: een koetshuis, stal, poorterwoning of tuinmanshuis.

2) Een kasteelboerderij.

Gezien de omschrijving uit 1725 van dit gebouw en de omschrijvingen in gevonden literatuur is het dus zeer aannemelijk dat met het neerhuis hetzelfde gebouw genoemd wordt als de nog bestaande rentmeesterwoning. De rentmeesterwoning werd vroeger ook als poorterwoning aangeduid.

Note.1 > Jan Janssen van de Lusdonck = (zeer waarschijnlijk) Joannes Janssen van de Lusdonck gedoopt op 24-1-1651 in Oirschot en overleden tussen 31-5-1724 en 31-8-1741. Hij was gehuwd met Wilhelmina Eijmersd van den Berck, en een zoon van Joannes Joannis van den Lusdonck X Maria Joannes Schellekens.

 

De Spoordonkse Watermolen

Het is niet bekend wanneer de Spoordonkse Watermolen voor het eerst gebouwd werd. Maar in 1320 waren de watermolen van Spoordonk en de windmolen ten zuiden van Oirschot ‘op de hei’ reeds in bedrijf als heerlijk bezit van de Oirschotse heren. Dit blijkt uit een koopakte van 24-04-1320 waarin Rogier van Leefdaal tot een accoord is gekomen met Wouter van Oirschot omtrent de koop van de “allodiale” heerlijkheid Oirschot. Door de tophypotheek, die vermoedelijk op deze goederen drukte, zaten er aan de transactie nogal wat haken en ogen. Oirschot werd verkocht ten overstaan van de schepenen van ‘s-Hertogenbosch en wel in een formule, die gebruikt werd bij de verkoop van onroerend eigendom.

De Spoordonkse watermolen is een onderslag watermolen die voorheen bestond uit een koren- en oliemolen. De molen kwam op 2 januari 1900 in het bezit kwam van de familie van Esch is op dit moment nog steeds in hun bezit. De huidige eigenaar, Emiel van Esch, is met zijn gezin woonachtig in het gedeelte dat voorheen de oliemolen was. Die is bij de restauratie tussen 1984 en 1994 verdwenen. De korenmolen is nu een te bezichtigen privémuseum en er kan kleinschalig graan gemalen worden.

Er is ter plekke, voor zover ik heb kunnen nagaan, geen archeologisch onderzoek verricht en bij de restauratie is daar ook geen opheldering uit gekomen. De molen heeft deel uitgemaakt van een complex. Volgens een uitgave door de tegenwoordige bewoners van de molen zou het oudste geschreven bericht over de Spoordonkse watermolen dateren uit 1453, toen op Sint Jansdag de molen verpacht werd door de rentmeester Johan van Merode aan molenaar Willem Schoemekers. Dit is niet correct, want zoals blijkt uit voornoemde acte uit 1320 dateert de watermolen reeds van voor 1320.

Johan de Merode was de zoon van Richard de Merode en Beatrix van Petershem. Zijn moeder, Beatrix van Petershem, bracht met haar huwelijk zowel de halve heerlijkheidsrechten van Oirschot als de Spoordonkse Watermolen mee. De watermolen bleef in het bezit van de familie van Merode tot 1714. In dat jaar werd de molen aangekocht door Maarten Christiaan Sweers de Landas, op dat moment Kwartierschout van Kempenland. Al eerder had Maarten Christiaan de heerlijkheidsrechten van Oirschot gekocht. In 1802 verkocht de weduwe van Carel Hendrik Jacob Sweers de Landas de Spoordonkse watermolen (koorn- en olie-molen) op een openbare verkoop. De molen werd in 1844 verpacht aan de familie van Esch. Deze familie kocht de molen met rentmeesterwoning op 2 januari 1900.

De watermolen werd in 1501 voor zes jaar gepacht door Jan en Henrick zonen van Jan Gerardus van der Lusdonck X Lijsbet Henric Gerart Sbyens. Maar ook 32 jaar later, in 1533, zien we dat de watermolen weer gebruikt wordt door een van onze voorouders. Genoemde Henrick van der Lusdonck pacht nu samen met zijn zoon Geraert de watermolen, meestal was dat voor zes jaar.

 

 

Nadere uitleg met o.a. bewoners, eigenaren en gebruikers:

< 14e eeuw – Van Motteburcht tot Kasteel ten Bergh ?    (voor meer informatie, klik hier)

  • Men vermoedt dat het kasteel in de 14e eeuw is gebouwd, maar uitsluitsel kan daar niet over gegeven worden, aangezien er geen archeologisch onderzoek naar is verricht. Kasteel ten Bergh was een kasteel dat zich bevond in het dal van de Beerze te Spoordonk in de gemeente Oirschot. Het was één van de twee woonplaatsen van de Heren van Oirschot. De andere was Kasteel Oud Beijsterveld in de buurtschap Notel vlak bij Oirschot. Omtrent de ontstaansgeschiedenis van dit kasteel is niet veel bekend, het zal oorspronkelijk een motteburcht geweest zijn die later uitgebreid werd. Maar dat is niet zeker. De Kattenberg, die nog bestaat, kan ook een rol gespeeld hebben bij de naamgeving van het ‘kasteel’. Het kasteel maakte in ieder geval deel uit van een complex waartoe ook de Spoordonkse Watermolen en een rentmeesterswoning behoorden, alsmede een aantal landerijen. De rentmeesterswoning zal het neerhuis van het kasteel zijn geweest. Het kasteel was door water van de Beerze omgeven.

  • Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Ten_Bergh > geschiedenis, http://www.dommel.nl > historische verhalen > De verdwenen ‘waterburcht’ van Spoordonk door dhr. Mijland (Regionaal Historisch Centrum Eindhoven – RHCe en dhr. Thiadens (Boxtel)

1300 – Het Oirschots kasteel en de watermolen als grens

  • “In 1300 kocht Oisterwijk, van de Hertog, een groot stuk gemeynt tot op de stoep van het Oirschotse kasteel: de watermolen was de grens. De Oirschotse reactie liet echter op zich wachten tot 1312. In dat jaar kocht Oirschot een stuk gemeynt, dat grotendeels hetzelfde was als het Oisterwijkse van 1300. Maar toen het in 1385 tot een proces kwam tussen beide dorpen, kreeg Oirschot veruit het grootste stuk toegewezen volgens de nu nog bestaande grenzen.”

  • Bovengenoemde betekent, dat er blijkbaar in 1300 al een kasteel en een watermolen waren in Oirschot.

  • Bron: Campinia 10e jaargang, nr.38, juli 1980, blz. 57 > Speciale uitgave over Oirschot (Burgerlijk bestuur)

  • Bronnen van Campinia: Parochie-archief Oirschot, Register van Dooren-van Baar, blz. 330 en 482; Tekstkritische publicatie van deze oorkonde van Hertog Jan II d.d. 19 februari 1312; Archief gemeente Oirschot, charters nrs. 24 en 25, gepubliceerd in Campinia I, blz. 190 en Campinia IV, blz. 178

24 april 1320 – Verkoop van Spoordonkse watermolen

  • Ridder Walterus van Oirschot verkoopt de Heerlijkheid van Oirschot aan ridder Rogier van Leefdael alle bezit van goederen en rechten met uitzondering van de jaarlijkse cijnzen en uitgangen uit genoemde goederen, welke cijnzen en uitgangen Rogier op vastgestelde tijden verplicht is aan Walterus te betalen.

  • (Walterus = Wouter z.v. ridder Daniel van Oirschot en Margaretha van Kleef)

  • (Bron: Oog op Oirschot – De heren van Oirschot uit de familie van Leefdaal 1320-1353 enz. – blz. 61-62 ev > De koopakte van 1320.04.24)

1362 – Hypotheek op de Spoordonkse watermolen

  • In 1362 blijkt Herman Dirkszoon van Vught (verre afstammeling van Daniel van Vught gehuwd met Agnes) nog eigenaar te zijn van de helft van de Spoordonkse watermolen. Op dit bezit werd door de toenmalige heer van Oirschot, Jan II van Petersheim, een hypotheek gevestigd, waardoor hij een sterke claim legde op die helft van de molen, die dan ook later weer in zijn geheel in het bezit was van de Oirschotse heren.

  • Bron: Oog op Oirschot – De heren van Oirschot uit de familie van Leefdaal 1320-1353 en van Petershem 1353-1455 – blz. 69 > Jan II van Petershem heer van Oirschot 1353-1363

24 juni 1453 – Verpachting van de Spoordonkse watermolen

  • Johan van Merode zn van Richard II de Merode, gehuwd in 1410 met Beatrix van Petershem, verpacht op St. Jansdag 1453 de watermolen van Spoordonk aan molenaar Willem Schoenmakers (Willem Schoemekers).

  • (St.Jansnacht is de nacht van 23 op 24 juni – Midzomernacht. St.Jansdag is 24 juni. Op deze dag herdenkt men de geboortedag van Johannes de Doper, de profeet, die Jezus in de rivier de Jordaan doopte.)

  • Bronnen: Spoordonkse watermolen door Stichting huis en hoef van Brabant, De Spoordonkse Watermolen door Jeanne Dingemans en Emiel van Esch, Lezen in Brabantse bronnen blz. 38 > St.Jansdag = 24 juni,  http://www.beleven.org/feest/sint_jan,     http://www.tomaatnet.nl/~vrijeopvoeding/vssintjan.html

21 december 1464 – Verpachting van Spoordonkse watermolen

  • “Wilhelm Everart Scouthet en Rentmeester mijns Joncker v. Mijnrode tot Petershem ende tot Oerscot verjaarpacht voor 6 jaar Corstiaen Jans van den Ven t.b.v. Jans Jans s.v. den Ven zijn broer de watermolen tot Spoerdonck. Op Sent Thomaesdach Ao LXIIII (=1464)” 

  • Bronnen: Lezen in Brabantse bronnen blz. 38 > St.Thomasdag = 21 december, Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot 1464 RA122a/47 blz.123

12 december 1471 – Verpachting van Spoordonkse watermolen

  • Gheerlyc v. den Melcrode heeft gejaerpacht, van Wilhelm Vos, rentmeester mijns heeren v. Mijnrode tot Oerscot. die Watermolen tot Spoerdonck, voor 6 jaar. Voor 35 dobbel min een 1/2 o.a. moet Geerlyc “die dijcken houden op sijnen cost, loftherlyc soe hij d’r mede malen wil” en o.a. “mijn heere sal hem te baten brengen dat snoijssel van den wilgen die op die dijck staen”. 

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) > Schepenbank Oirschot-Best 1463-1810  > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot – 1471 RA123/204 blz. 190

3 juni 1490 – Verpachting Spoordonkse water- en oliemolen

  • Dat voer ons comen is: heer Jan Robillart en Adriaen Vos, als rentmeesters der heren van Mirrode en Joncker Goijart Torck hebben verpacht Willem Henrichs s.v. den Heyden der heren Watermolen met de Olijmolen, tot Spordonck voor 5 jaar, voor 48 dobbels jaarlijks te bet., elken dubbel gerekend voor 30 stuivers. Nog diverse voorwaarden hieraan verbonden, o.a. dat Willem “sal sculdich wesen die dijken los barlijck te houden” etc. Hij mag ook geen willigen, die op de dijck staan “cloten”, ten zij met goed vinden van de rentmeesters. 

  • Willem voers. met Katrijnen wed. v. Henrich van der Heijden, zijn moeder en Claus zijn wettighe broer en Peter Gielis Snellartss hebben geloeft die pacht te bet. Willem Henrichs van der Heijden en Katelijn, zijn moeder en Claus, zijn broer geloven Peter Gielis Snellartss. “scadeloes te houden van der geloeften, die hij metten voers. den rentmeesters voers. gedaen heeft”

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) > Schepenbank Oirschot-Best 1463-1810 > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot – 1490 RA125b/383 blz. 52-53

1e helft 16e eeuw – familie de Cort afkomstig uit Spoordonk

  • De familie de Cort, van zeer goede, eerlijke en voortreffelijke huize, afkomstig uit de Oirschotse herdgang Spoordonk, vestigde zich te Hilvarenbeek in de 1e helft van de 16e eeuw in de personen van Jan Sijmon die Cort en zijn vrouw Elisabeth Henrick van der Lusdonck (Lysbeth). Hun achterkleinzoon Hendrik Barthelomeus de Cort, geboren 16 december 1613 in Hilvarenbeek, trouwt op 30 november 1652 te Brussel met de aldaar op 24 september 1629 geboren Catharina Stevens d.v. Martinus Stevens en Johanna  Stockmans. Catharina Stevens werd als weduwe van Hendrik de Cort (overleden 1668/1869), vrouwe van Hilvarenbeek. Hendrik, de man Catharina, was tijdens zijn leven, secretaris van de Raad van Brabant te Brussel, waar hij woonde “inde refugie van Tongerloo byde Canselrye”.

  • Bron: Campinia XIII (1983) blz. 195-210

januari 1501 – Verpachting van een hoeve gelegen tussen watermolen en sluis

  • Meester Art van der Meijden als rentmeester der heren van Mirrode heeft verpacht Jan Willem Goyartss die hove tussen de watermolen en die slose gelegen, hersc. van Spordonck, voor 6 jaar elk voor 11 Rijnsg. en voor 15 mud corns, 1/2 rogge en 1/2 garst.

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) – Analyses Rechterlijk Archief Oirschot  RA126c folio 25 (blz.23)

1501 – Verpachting van Spoordonkse water- en oliemolen

  • Actum sunt hec Anno XVc (=1500) ips(?) die Rumoldig, in presencia Johannis Oss et Karolij Cleijnael. In deser manieren sal meester Arnt van der Ameijden, als rentmeester der gueden der heeren Merode bijnnen Oerscot gelegen verpachten die wijndtmoelen tot Oerschot, die watermoelen van Spoerdonck ende beijde hoeven aldaer gelegen den voers. heeren toebehoerende, gelijc hier nae volght.

  • Item, die wijndtmoelen sal men verpachten eenen termijne van 6 jaeren lanck vervolgende, die een aldernaest den anderen duerende, der af dat den yersten termijne ende jaer sal aengaen Sunte Jansmisse nu naestcomende Anno vijftienhondert ende een

  • Item, sal men dese molen voers. verpachten met rogge, te weten met mudden der maten van Oerscot op ter moelen op der omtrent op enen solder te leveren ende te betalen, deraf den betaeldach altijt sal wesen tot 2 termijnen, te weten den yersten op ten heijligen Korsavond als men scrift(?) sanderdaechs de geboert ons heeren dusent vijfhondert ende twee ende den anderen termijne op Sunte Jans dach baptisten aldernaest volgende ende soe van termijne tot termijne die voers. sesse jaer al uut duerende

  • Item, soe wie dese molen pacht salse houden op sijns selves cost van cannen(?), spillen(?), hersceijden ende zeijken(?) ende van allen etc. etc.

  • Item, in deser vors. manieren(?) ende vorwarden soe heeft Danel die Metser en Jacop Jan Stockelmanss dese vors. wijntmolen gepacht ende den slach behouden, dat ierste jaer 44 1/2 mud rogge en de andere 5 jaar voor 44 mud

  • Item, hebben geloeft Danel die Metser, Jacop Stockelmans deraf, Jacop set te borgen heer Henrich Jan Stockelmanss en Dirck, zijn broer, en Jorden Stockelman en Henrich Ghijsbrechts s.v. der Achter; ende Danel set te borgen, Johannes Braxatoris heer Jacopss, Henrich Peter Agnesen en Jan die Metser. Act altera Stefanij op Sunte Jansdach.            

  • Item, Peter Gieliss en Jan en Henrich Jans kind. van der Lulsdonck die hebben geloeft gesamenderhant onversceijden die een voer al als principael sculdener(?) te bet. den rentmeester dese voers. pachtinghe vander watermolen ende slachmolen tot 2 termeijnen, die somme te weten dat ierste jaer voer 41 1/2 dubbel ende die ander 5 jaer daarna over 39 dubbel elk jaer, op korsavont ende op Sunte Jan te midsomer d’ander helft, allen exceptien van porterien ende clergien ende exceptien indesen uutgesceijden ende der af te staen ter (hee…?) executien

  • In de marge: Willem Michiel Henrichss, Gherart Henrich Reepmekerss en Jacop en Willem, zijn broers, hebben geloeft te bet. meester Arnt van der Meijden 3 jaar lang voor de watermolen, 39 dubbels “elcken dubbel te 30 stuiver gerekent”, in 2 termijnen te bet., ende hij sal aenverden die molen Sunte Jansdach naestcomende * Anno XVc IIII (=1504)

  • * (boven staat nog wat geschreven, wat waarschijnlijk hiertussen hoort): “in alder formen ende manieren gelijck dese vorwart ende gelijc Peter Gieliss cum suis die gehadt hebben die voerleden 3 jaren. o.a. den Nuwenbeempt en Sadekens(?)beempt”

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) > Schepenbank Oirschot-Best 1463-1810 > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot – 1501 RA126c/108 > 111 blz. 115 > 117

 P.S. – Jan en Henrich Jans kind. van der Lulsdonck zijn dus pachters van de gehele watermolen (koren- en oliemolen)

januari 1501 – Verpachting van een hoeve gelegen tussen watermolen en sluis

  • Meester Art van der Meijden als rentmeester der heren van Mirrode heeft verpacht Jan Willem Goyartss die hove tussen de watermolen en die slose gelegen, hersc. van Spordonck, voor 6 jaar elk voor 11 Rijnsg. en voor 15 mud corns, 1/2 rogge en 1/2 garst.

  • En Jan Willem Goyartss en met hem Goyart Willem Goyartss, zijn broer, geloven samen “allen exceptien etc.”

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) > Schepenbank Oirschot-Best 1463-1810 > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot – 1501 RA126c/25 blz. 23

27 april 1507 – Verpachting van Spoordonkse water- en slachmolen

  • Ariaen Vos, Jannes die Brouwer heer Jacopss en Art Henrichss van der Meijden hebben geloeft te bet. meester Art van der meijden, rentmeester der heren Petershem en Mirrode 6 jaar lang, voor die watermolen en die slachmolen, tot Spoerdonck; te bet. in 2 termijnen, waarvan de eerste termijn te bet. “op Korsavont nu naest(comende) anno XVc ende acht na scrivens tshoefs van Luijdich” het eerste jaar 46 1/2 dubbelen ende andere jaren 44 dubbelen, elke dubbelen getekent voor 30 stuiver …. enz. enz.

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) > Schepenbank Oirschot-Best 1463-1810 > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot – 1507 RA127/426 blz. 420

1515 – de Spoordonkse watermolen en waterrechten

  • Reeds in 1515 rusten er al waterrechten van Karel de Vijfde op de eeuwenoude watermolen 

  • Bron: http://www.minbuza.nl/history/nl/ontstaan,1515-1555.html, http://home.wish.net/~mgelten/Staatshoofden/Habsburgers/KarelV.htm

11 september 1518 – Valse verklaring betreffende de Water- en Slagmolen te Spoordonk

  • Voor de schepenen van Oirschot is door zeer oude mannen (80 à 90 jaar) een verklaring afgelegd dat 70 à 80 jaar geleden een bedelaar leefde, met waarschijnlijk de naam Aert Vereijck, enkele jaren daarvoor (= waarschijnlijk rond 1435) voor een kwestie zorgde tussen de bewoners van Oisterwijk en Oirschot. En dat de zelfde Aert of hoe hij ook genoemd mag worden, toen staande bij de water- en slagmolen te Spoordonk, bij het rad van die molen staande, toen heeft gezworen ´bij de schepper´(God, JT) die boven hem was, dat ze op de grond stonden van de gemeente Oisterwijk. Hij verklaarde toen verder dat ze allen als getuigen verdoemd waren, ¨want al mijn compagnons zijn in de hel terecht gekomen en als ik sterf zal ik er ook heen gaan, want wij hebben een valse getuigenis afgelegd. Want wij hadden grond genomen van nabij de lindeboom van Oisterwijk en in onze schoenen gelegd, waar we op stonden toen we de eed aflegden en we hadden ook nog een lopel in onze hoed boven ons hoofd gedaan, elk van ons en dat was dan de ´schepper´ waarmee we hadden gezworen. En daarom zullen we allen verdoemd worden.¨
  • Bron: Transcripties Oud- Rechterlijk Archief Oirschot door Jan Toirkens (Canada) – RA129A – 1518 f54 (blz.325)

22 januari 1533 – GERART VAN DER LULSDONCK als pachter van de Spoordonkse watermolen

  • GERART VAN DER LULSDONCK als pechtenere van der watermolen ende slachmolen onsen heere van Pieterschem toebehorende, hertg. van Spoerdonck staende, en met hem HENRICH VAN DER LULSDONCK en Henrich Philips van den Schoet, hebben geloeft Jasper van Esch, rentmeester etc., ter saken van der pechtinge der molens voers., 47 roalen (m/z realen?), ‘tstuck van 1 1/2 karolus gulden, constituerende 71 karolus gulden, noch 10 karolus gulden en 1 1/2 wagen Vlaemskese, elcken jaers durende den tijt van der pechtinge eens te betalen tot sulcken daegen ende termijnen, op ende uijtgeven als daer af gescreven ende gemaect ende bij Jan Rutgersz, onsen gezwoeren clerck, huijden ondertekent zijn. Waer voer zij verbonden hebben honnen personen ende allen honne gerede ende ongerede gueden, present ende toecomende            

  • GERIT VAN DER LULSDONCK heeft geloeft zijne voergescr. borgen te ontheffen ende altemael scadeloes te hauden van der borch tochten voers.                  

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) > Schepenbank Oirschot-Best 1463-1810 > Analyses Rechterlijk Archief Oirschot – 1533 RA131b/256 blz. 282    

Transcriptie door Jan Toirkens (Canada)

  • Gerart van der Lulsdonckals pachter van de water- en slagmolenvan de heer van Petershem, staande in Oirschot herdgang Spoordonk, en met hem Henrick van der Lulsdonk en Henrick Philips van den Schoet, hebben als schuldenaars samen en hoofdelijk beloofd aan Jasper van Esch als rentmeester voor de verpachting van de molen, die 47 realen te betalen, elk van anderhalve Karolusgulden dus totaal 71 Karolusguldens, nog 10 Karolusguldens en anderhalve ‘wage’ met vlaamse kaas, en wel elk jaar zolang de pacht duurt en alles zoals is beschreven door Jan Rutgers als beëdigde klerk hier en ondertekend. Datum 21 januari 1533,     getuigen Belaert en Scoet. 
  • Gerit van der Lulsdonckheeft beloofd om zijn borgen uit de voorgaande akte die te vrijwaren voor de door hen gedane belofte. Actum als boven.
  • Bron: Transcripties Oud-Rechterlijk Archief Oirschot door Jan Toirkens (Canada) – RA131C – 1533 f11r-11v (blz.035-036)    

Dus:

  • (Gerart van der Lulsdonck = Geraert Henrich Jan van den Lulsdonck geb. voor 1508 en overl. 1572)

  • (Henrich van der Lulsdonck = zijn vader Henrick Jan Geraerts van den Lulsdonck geb. voor 1477 en overl. voor 1537)    

±1540 – Spoordonkse watermolen op pentekening

  • In het Brabants Historisch Informatie Centrum (voorheen Rijksarchief van Noord-Brabant) in ‘s-Hertogenbosch bewaart men een grote kaart op papier (91x172cm) van de westzijde van Oirschot. Het is een niet gekleurde pentekening, zonder benaming en datering (Donkersloot – de Vrij, 1981, Nr.613; RANB, inv.nr. 1704, bergingsnr. D38). Donkersloot – De Vrij dateert: 2e kwart 17e eeuw? Qua inhoud geeft de kaart evenwel de toestand van eind 1540/ begin 1541 weer. De reden voor deze datering is dat in veel percelen allerlei informatie over eigenaren en aankomstdata geschreven staat. Deze data vertonen heel wat jaren tussen 1530 – 1539 en 1540 is het jongste jaar dat genoemd wordt. Qua stijl (slordige penschets, niet gemeten, niet schaalvast) zou de kaart best van 1540 kunnen zijn.

  • De kaart geeft zoals gezegd de westzijde van Oirschot weer, voornamelijk west van de Beerse en de omgeving van het Huis Ten Berg. Spoordonk met zijn bewoning en gronden is vrij gedetailleerd weergegeven. In dat gebied worden vooral de individuele percelen en gemeynten onderscheiden. Verder naar het oosten is de kaart heel globaal. Ten oosten van het dorp Oirschot (2 kerken en boogvormige rij huizen) staan langs de weg de gehuchten getekend als dubbele rijen huisjes. Ook ten noorden van die rij staan de gehuchten op die symbolische manier aangegeven. Op het globale deel van de kaart zijn geen terreingegevens aangegeven, buiten enkele grenspalen en twee stroken beemden.            

  • Mijn bezoek aan het ‘oud archief’ van Oirschot was op 25 november 1999 (toen nog gevestigd in Oirschot zelf, later ingelijfd door het Regionaal Historisch Centrum regio Eindhoven). 

  • In de gang hing een ingelijste kopie van een pentekening van het gebied rond Oirschot met Spoordonk, Moergestel, Oisterwijk e.d. (Het origineel uit omstreeks 1540 wordt bewaard in het Rijksarchief van Noord-Brabant (de Citadel) in ‘s-Hertogenbosch  – (inv.no. 1704 – bergplaats D38 – negatief no.: 1494) 

  • Het oud-archief van Oirschot is per 1 maart 2000 verhuist naar het nieuwe gebouw van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (voorheen streekarchief regio Eindhoven (SRE)). 

  • Met deze verhuizing is ook bovengenoemde kopie-pentekening meegegaan en opgeborgen in het depot van het nieuwe archief. Door zijn gewicht en de dikke achterwand waartegen de kopie-pentekening geplakt is, is het (voorlopig) niet meer mogelijk de kaart te raadplegen. 

  • Op deze kopie-pentekening en uiteraard ook op het origineel staat op de kruising doorlopende weg van Moergestel naar Oirschot, ter plaatse van Spoordonk, een watermolen getekend met daarboven een hoeve met de naamvermelding van JAN van den LUSDONCK. Aan de overkant van de weg, langs de Aa (nu de Beerze) stond vroeger het kasteeltje “ten Bergh” wat deel uitmaakte van een groot complex van de heren van Oirschot. Het kasteel is in de achttiende eeuw afgebroken. Nu staat er alleen nog de rentmeesterswoning. De plaats waar de hoeve van Jan van de Lusdonck vermeld staat, duidt waarschijnlijk de plek aan waar vroeger de hoeve ‘ter Lulsdonc’ stond. Het origineel, dat wel toegankelijk is, wordt bewaard in het Rijksarchief van Noord-Brabant (de Citadel) in ‘s-Hertogenbosch  – (inv.no. 1704 – bergplaats D38 – negatief no.: 1494)          

  • Bron: Oud-Archief van Oirschot (25-11-1999), Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) ‘s-Hertogenbosch, Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe)    

< 8 juni 1542 – Brand op het huis ‘den Berch’

  • Op een kaart, uit 1542, van het Sint-Jorisgilde van Straten te Oirschot vindt men de volgende tekst: “Secundarie geëxendeert bij Hiëronymus van Kelst, secretaris der vrijheyt van Oerschot, overmits d’eerste doer den brant opten Berch verbrant is, soe verclaert worde.”

  • Transcriptie: “In tweede instantie uigebreid door Hiëronymus van Kelst, secretaris van Oirschot, daar het eerste exemplaar, zoals wordt verklaard, door de brand op het huis “Den Berch”verloren is gegaan.”

  • Bron: Oud-rechterlijk archief van Oirschot en Best, inv. 134D, folio 64-66 (8 juni 1542) opgeborgen in het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe), Transcriptie is gepubliceerd in Campinia, 6e jaargang, oktober 1976, nr.23, blz. 116 > (Archivalia aangaande de oude Kempische Gilden).

1545 – de Spoordonkse watermolen en waterbeheersing

  • De watermolen komt voor op een plakkaat van Karel V over de waterbeheersing en behoorde aan de Heren van Boxtel. 

  • Karel V had reeds het recht het water op te stuwen tot 12 meter.    

  • Bron: http://www.minbuza.nl/history/nl/ontstaan-1515-1555.html,  http://home.wish.net/~mgelten/Staatshoofden/Habsburgers/KarelV.htm

< 1551 – Rycalt IV woont met gezin op huis ten Bergh

  • Rycalt IV de Merode was als kanunnik een zuinige rentmeester voor het ouderlijk gezin op huis ten Bergh, waar hij alleen achterbleef met zijn huishoudster Geertruyda de Crom, bij wie hij drie zonen en een dochter kreeg. Later is Rycalt met Geertruyda getrouwd. Rycalt is in 1559 gestorven.

  • Bron: Campinia 11e jaargang (juli 1981- blz. 73) nr 42 blz. 69 t/m 89. Hierin wordt ook uitgelegd waarom er misverstand is over de namen van de van Merode’s.

  • Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Huis_Merode#Dertiende_generatie > Hierin wordt Rycalt IV vermeldt als Rycalt V. 

14 mei 1551 – Jan zoon van Rycalt IV erft het kasteel te Spoordonk

  • Rycalt IV de Merode maakt op 14 mei 1551 zijn testament. Hierin krijgt zijn derde gewettigde zoon Jan, de heerlijkheid Oirschot met het kasteel te Spoordonk en de heerlijkheid Hilvarenbeek met patronaatsrecht.

  • Rycalt hield er rekening dat zijn zoon Jan, Duffel, Waelem en Geel, niet zouden worden toegewezen. Voor dat geval bepaalde Rycalt, dat zijn oudste zoon, Rycalt V, dan zou krijgen zijn aandeel in Merode en de heerlijkheid Oirschot met het kasteel en de heerlijkheid Hilvarenbeek met patroonaatsrecht.

  • Bron: Campinia 11e jaargang (juli 1981- blz.73) nr 42 blz. 69 t/m 89. Hierin wordt ook uitgelegd waarom er misverstand is over de namen van de van Merode’s.

  • Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Huis_Merode#Dertiende_generatie > Hierin worden Rycalt IV en V vermeldt als respectievelijk Rycalt V en VI. 

29 april 1587 – Heer Henrick van Merode ligt ziek in huis op den Berch

  • Wij Herman Stockelmans en Willem de Metser, schepenen in Oirschot verklaren hierbij plechtig dat voor ons is verschenen G… Peterssn. van der Hoeven en Wouter de Crom en die hebben een verklaring afgelegd dat zij op 29 april 1587 er als schepenen bij aanwezig waren toen er een overdracht plaatsvond door wijlen heer Rijcalt van Merode, heer van Oirschot, waarbij deze Rijcalt van Merode, zijn broer Henrick bepaalde goederen heeft overgedragen die hij eerder van deze Henrick van Merode had verkregen en wel op bepaalde voorwaarden zoals dat door Meester Jan de Cort, secretaris in zijn tijd van Hilvarenbeek was beschreven. Genoemde Jonker Henrick van Merode was toen daarbij ook zelf aanwezig die daarvan ook goed op de hoogte was en heeft toen ook deze opdracht en voorwaarden horen voorlezen. E.e.a. is toen geschied op het huis op den Berch in Oirschot in het stenen huis waar genoemde heer Henrick van Merode toen ziek in bed lag. Akte is als oorkonde uitgemaakt op 23 december 1592, getuigen Ekerschot en Metser.

  • Bron: Transcripties Oud- Rechterlijk Archief Oirschot door Jan Toirkens (Canada) – RA144A – 1592 f67v2 – 68 (blz.354)    

1 mei 1587 – Twee zusters van Rycalt V wonen op huis ten Bergh

  • Op 1 mei 1587, een maand voor zijn overlijden, maakte Rycalt V zijn testament. Hierin staat vermeld dat de twee jongste zusters van hem, die geboren zijn tussen 1551 en 1556, vrij op huis ten Bergh mogen blijven wonen en alles gebruiken, tot zij trouwen. Echter alle vier de kinderen van Rycalt IV moeten binnen drie maanden na Rycalt’s dood voor de schepenen van Oirschot zijn testament goedkeuren. Wie dat niet doet, is uitgesloten van de erfenis. 

  • Bron: Campinia 11e jaargang (juli 1981) nr 42 blz. 69 t/m 89. Hierin wordt ook uitgelegd waarom er misverstand is over de namen van de van Merode’s.

  • Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Huis_Merode#Dertiende_generatie > Hierin worden Rycalt IV en V vermeldt als respectievelijk Rycalt V en VI. 

1589 – Huybrecht Jan int Molenbroeck was kasteleyn (beheerder) op kasteel den Bergh

  • Huybrecht zv Jan Art Jacobs int Molenbroeck was dienaar bij de Heren van Oirschot (in 1589 voor de Heer Henrick van Merode, na diens dood voor mejuffrouw Maria van Merode). Huybrecht was kasteleyn (beheerder) op kasteel den Bergh te Spoordonk. Op 2 november 1593 werd hij door de dienaar van de Heer van IJseren met een riek in het hoofd gestoken, op 6 november maakte hij zijn testament en op 9 november overleed hij in Huize de Moriaen (de huidige ABN-bank) waar hij werd verpleegd. (Bron: Campinia 16e jaargang (juli 1986) nr 62 blz. 141> Stamreeks Meulenbroeks / Smollers door Hans en Henriëtte Meulenbroeks blz. 139 t/m 146.

  • Een ‘kasteleyn’ is de beheerder en militaire commandant van een kasteel, waar de eigenaar zelf niet verblijft. Nu wordt het huis van de heer van Oirschot in onze tijd wel ‘kasteel’ genoemd, maar in feite was het in de periode, waarover er gegevens van bekend zijn, helemaal geen kasteel. Het was niet militair verdedigbaar. Het lag alleen binnen een gracht (gedeeltelijke omleiding van de Beerze) waarover een brug lag met een poort. Er zijn geen aanwijzingen dat er een ophaalbrug was. In de contemporaine bronnen wordt dan ook nooit gesproken van en kasteel maar van ‘huys ten Berch’ of eenvoudig ‘den Berch’. Volgens diverse gegevens is er geen grond dat Huybrecht Molenbroecx in dienst was van Hendrick van Merode. Zijn functie was ongeveer die van butler of hoofd van het huispersoneel. Hij was vermoedelijk door Ricalt V in dienst genomen. (Bron: Campinia 16e jaargang (oktober 1986) nr 63 blz. 200> Zoen-accoord voor de moord op Huybrecht Jan Aertszoen in ’t Molenbroeck op 13 januari 1598 – blz. 198 t/m 202.

  • Contemporaine, eigentijdse of hedendaagse geschiedenis is de geschiedenis van de eigen tijd van de beschouwer, en eventueel een of twee generaties ervoor. Andersom gezegd, contemporaine geschiedschrijving van een gebeurtenis of periode is wat historici uit die tijd zelf erover geschreven hebben. (Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Eigentijdse_tijd)

2 februari 1594 – De heer Laureijs Rose is, komend van huize de Berg, in het water gevallen

  • Op Lichtmisdag 1594 is heer Laureijs Rose, komend van huize de Berg alhier in het water gevallen, Bartel van Gestel heeft hem eruit gehaald.

  • Bron: Transcripties Oud- Rechterlijk Archief Oirschot door Jan Toirkens (Canada) – RA144B – 1594 jaarkroniek

30 juli 1594 – Afschieten van een vogel op de molen van huize de Berg

  • Enkele gildebroeders van de schutterij van St. Catharina zijn naar huize de Berg bij mejuffrouw van Merode gegaan om daar de vogel op de molen af te schieten hetgeen echter eerst op zondag na St. Jacopsdag, zijnde morgen pas, volgens de oude gewoontes mag gebeuren. Ze hebben zonder toestemming toch geschoten en hun koning is Cornelis Jan Geenens geweest.

  • Bron: Transcripties Oud- Rechterlijk Archief Oirschot door Jan Toirkens (Canada) – RA144B – 1594 jaarkroniek

14 augustus 1594 – Het dode lichaam van Mejuffrouw Ysabel van der Linden is op huize de Berg neergezet

  • Schutters van het St. Barbara gilde hebben de papegaai op de molenroede geschoten, zonder toestemming echter van Mejuffrouw van Merode of de schout of de president-schepen en ‘s-avonds hebben die van het St. Catharinagilde onder elkaar gevochten.

  • Op de zelfde dag is het dode lichaam van Mejuffrouw Ysabel van der Linden die in Den Bosch was overleden, naar hier gebracht met de wagen van mejuffrouw van Merode en op huize de Berg neergezet.

  • Bron: Transcripties Oud- Rechterlijk Archief Oirschot door Jan Toirkens (Canada) – RA144B – 1594 jaarkroniek

11 jun 1596 – Spoordonkse watermolen als onderpand

  • Op 7 november anno 1583 zijn indertijd Mevrouw Margriet van Oignies douariere van Frentz en haar kinderen danwel haar gevolmachtigde namens haar, door een vonnis van het hof van Brabant vrijwillig veroordeeld in het betalen van 1800 gulden aan de kinderen van Ghijsbrecht van de Schout, waarvan er 600 gulden meteen betaald moesten worden, zoals die ook inderdaad werden betaald zoals men heeft begrepen, en de resterende 1200 gulden moesten middels een jaarlijkse renteverplichting worden voldaan en wel 75 gulden per jaar. Er is geconstateerd dat deze rente jaarlijks is betaald en om dit nogmaals wettelijk vast te leggen is nu verschenen meester Bernardt van der Ameijden die gemachtigd is door Jonker Philips van Merode, heer te Frentz, Chasteleau, Middelborch in Vlaanderen etc., welke procuratie werd opgemaakt voor de burgemeesters en schepenen van de stad Brussel d.d. 7 januari 1593, zoals ons is gebleken, die deze rente wilde laten vastleggen en heeft daartoe een verzoek gericht aan Huibrecht zoon Ghijsbrecht van der Schout voor zichzelf als ook voor diens broer Alaert die in Brussel woont, en verder nog ten behoeve van Willemen Zegers als man van Gerardken dochter van Ghijsbrecht van der Schout. Er zijn twee verklaringen bijgevoegd een van Gielissen Bormans, dienaar van de groene roede in Den Bosch waar genoemde Huibrecht en Alart wonen en de andere van Danel van de Schoot, vorster te Oirschot, waar genoemde Willem Zegers woont, beiden van datum de 6e en 18e van deze maand. Omdat ze niet zijn komen opdagen heeft meester Bernardt van der Ameijden vanwege diens machtiging belooft aan onze secretaris en wel ten behoeve van de kinderen en erfgenamen van deze Ghijsbrecht van der Schout, een rente te betalen van 75 gulden per jaar, af te lossen met 1200 gulden, steeds in 2 termijnen vervallend, eentje vanaf 1 september a.s. en de volgende en tweede termijn op 1 maart daarna en zo steeds verder. De rente wordt betaald op onderpand van het tiende gedeelte van twee hoeves en een watermolen te Oirschot onder Spoordonck en ook nog uit het tiende deel in de tiendes over Oirschot waarop deze heer van     Frentz en anderen samen recht hebben. Verder is nog verschenen Joffrouwe Maria van Merode vrouwe te Oirschot, Hilvarenbeek etc. en heeft ter bevestiging van e.e.a. samen met genoemde Sgraets beloofd deze 75 gulden ook te waarborgen vanwege haar 2/5 e deel in dezelfde hoeves en molen en ook te tienden van Oirschot. Datum 11 juni 1596, getuigen Hoeven en Ekerschot.
  • Bron: Transcripties Oud- Rechterlijk Archief Oirschot door Jan Toirkens (Canada) – RA144C – 1596 f415-416 (blz.218)

±1600 – Spoordonkse watermolen op pentekening

  • In het Brabants Historisch Informatie Centrum (voorheen Rijksarchief van Noord-Brabant) in ‘s-Hertogenbosch bewaart men een gekleurde kaart op papier (57,5×44,5cm) (Donkersloot, 1981, 124, 614) (stamnr.1753, berging: A.827, negatief: 2858). Het omvat het gebied tussen Boxtel, Best, Middelbeers en Moergestel. Deze kaart deed mogelijk dienst in een proces. Hierop worden dorpjes, waaronder Spoordonk met verspreid liggende huisjes en boerderijen aangegeven. Ook o.a. huize ‘den Bergh’ en de watermolen (koren- en oliemolen). Op de kaart zijn vanuit Oirschot in bepaalde richtingen lijnen getrokken. Op diverse plaatsen zijn de gemene gronden met hun lokale naam aangeduid. Ten westen van Oirschot, (hier wordt Spoordonk bedoeld), nabij de Beerze (op de kaart Aa genoemd) zijn enige genummerde percelen aangegeven. Bij enkele woningen staat de naam van de bewoner genoemd. Er is onderscheid gemaakt tussen bebost en onbebost gebied. De kaart heeft een schaal van ca. 1:20.000.

    Hierop is de de watermolen van Spoordonk getekend, in het riviertje ‘de Beerze’, wat vroeger ‘Aa’ en ‘Stroom’ genoemd werd. De Beerze loopt op de pentekening van onder naar boven, en passeert hierbij het oorspronkelijke kasteel ‘den Bergh’ en de watermolen. Langs de doorgaande weg van Oirschot naar Oisterwijk, op de kaart van rechts naar links-boven lopend, is ook genoemd kasteel ingetekend.

    Het is niet duidelijk of op deze kaart ook hoeve ‘ter Lulsdonck’ ingetekend is.

  • Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) ‘s-Hertogenbosch.    

1 maart 1600 – Jan Joorden Melis is huurder van de Spoordonkse watermolen

  • De edele heer Florentius van Merode heer te Duffel, Oirschot etc. als man van Vrouwe Maria van Merode, vrouwe te Oirschot, Hilvarenbeek, etc. partij enerzijds en Joorden zoon wijlen Jan Joorden Melis, Jacop Willem Keijmps als man van Marije, dochter van Jan Joorden Melis die ook optreedt voor Peter zoon Andries Andries Schellekens, deze laatste verwekt bij genoemde Marije Jan Joorden Melis en verder Gielis zoon wijlen Wouter Gielis Snellaerts weduwnaar van Mechteld ook dochter van Jan Joorden Melis, welke samen ook nog optreden voor hun moeder Geertruid en ook nog voor Willem zoon Jan Joorden Melis, partij ter andere zijde hebben een ruil gedaan van de navolgende bezittingen en goederen. Bij deze ruil heeft genoemde Florentius van Merode de kinderen van Jan Joorden Melis een hoeveelheid van 28 mudde rogge, Oirschotse maat en nog 110 guldens eenmalig gegeven welk bedrag Jan Joorden Melis vanwege de huur van de watermolen te Spoordonck schuldig was zoals dat bij de slotafrekening is vastgesteld. De genoemde kinderen van Jan Joorden Melis hebben de edele heer van Merode een stuk weiland overgedragen genoemd het Sluiseeuwsel, groot ca. drie en een halve lopenzaad gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. de Vloet, de genoemde weduwe en kinderen, de kinderen en erfgenamen van Adriaen Mathijs Roefs, de gemeenschappelijke straat. 
  • Bron: Transcripties Oud- Rechterlijk Archief Oirschot door Jan Toirkens (Canada) – RA145C – 1605 (1-3-1600 Los stuk 31) (Los050)

29 juli 1616 – Getuigenis over de Molenstukken bij de Spoordonkse watermolen

  • Al degenen die deze brief zullen lezen gegroet etc.! Wij, Dirck Hoppenbrouwers en Niclaees Ariens van Nistelroij schepenen van Oirschot verklaren hierbij plechtig dat voor ons in eigen personen zijn verschenen de geachte Fijken dochter van wijlen Jan Simons de Cort, echtgenote van Jan Simon Backs, oud ca. 74 jaar, verder Jacop Simon Backx, oud ca. 70 jaar, Wouter Dielis     Snellaerts oud ca. 88 jaar, Jan Janssen van der Lusdonk oud ca. 74 jaar en Joffrouwe Catharina van der Linden oud ca. 50 jaar, die allen zijn gedagvaard door de vorster van Oirschot en door de schout van Oirschot meester Robbrecht van Vooren zijn beedigd om een getuigenverklaring af te leggen ten behoeve van heer Florentio van Merode, baron van Duffel, Leefdaal etc., heer van Oirschot. Fijken verklaart dat ze goed op de hoogte is van het feit dat zij van oude mensen heeft gehoord dat ten tijde toen de oude heer Ricalt van Merode nog leefde, als heer van Oirschot en ook de Vrouwe van Oirschot heeft horen zeggen dat de vader van vermelde Fijken de ekker en de grond die nu worden genoemd de Meulenstukken, eerder aan Dirck de Crom zijn verkocht ten behoeve van heer Ricalt van Merode als heer van     Oirschot en dat zij zelf destijds toen ook werkelijk heeft gezien dat deze stukken land door toedoen van de mensen van Ricalt van Merode, en ook door de Vrouwe van Oirschot gebruikt zijn geweest en bewerkt. Ze verklaart dat ze nooit anders heeft gehoord dan dat deze Molenstukken eigendom zijn geweest van deze heer Ricalt van Merode en diens erfgenamen en niet in het algemeen hebben behoord tot de hoeve in kwestie. Ze verklaart verder dat ze ermee bekend is dat in vroegere tijden op deze stukken land alwaar het schuttersdoel was geplaatst, in de richting van de hoeve toe, dat daar een huis placht te staan waarbij een boomgaard was gelegen en een bietentuin, welke boomgaard zich uitstrekte in een akker die naar de hoeve toe is gelegen en welk huis zij nog weet dat daar een blauwverver in woonde, genoemd Jan de Verwer. Zij heeft altijd gezien dat deze boomgaard altijd door de mensen van heer Ricalt van Merode is geoogst of door diens nakomelingen en het betreffende huis is lang daarna, door de mensen van de oude heer Ricalt van Merode afgebroken geworden zoals ook de mensen van de huidige heer van Oirschot deze boomgaard hebben omgekapt. Hiermee eindigt zij haar verklaring en deze verklaring is haar voorgelezen door Niclaes Ariaens. Verder heeft Jacob Simon Backs verklaard dat tijden het leven van de oude heer Ricalt van Merode, heer te Oirschot, hij als getuige samen met Henrick van Eijnde in Hilvarenbeeck woonde en toen de houtagent van deze heer Ricalt van Merode naar het huis van Oirschot ( de Berg, JT ) heeft gebracht en dat deze heer hen uitbetaalde en onder andere heeft gezegd dat Jan Simons aan deze heer van Oirschot twee stukken land had overgedragen genoemd de Molenstukken, welke stukken deze heer Ricalt goed te pas kwamen qua ligging en hij heeft deze stukken toen ook aangewezen tegenover zijn huis liggend, ter plaatse waarvan men nu zegt dat deze Molenstukken zijn gelegen. Hij verklaart verder dat deze stukken land of aangrenzende grond dat daar indertijd geen huis op stond en daarna heeft hij altijd gezien en horen zeggen dat dit land dat de Molenstukken wordt genoemd, met de daaraan grenzende grond, door de mensen van deze vermelde heer en Vrouwe van Oirschot bewerkt en gebruikt is geweest. Verder verklaart hij dat Adriaen Goijaert Loijs die landbouwknecht was op dat huis van Oirschot ( de Berg, lees Merode, JT ) tegen hem heeft gezegd dat hij eerder ooit op een van deze Molenstukken op een jaar 8 mudde rogge had geteeld, en verder dat hij de eerdere Vrouwe van Oirschot ook heeft horen verklaren dat zij deze Molenstukken ook vaak door haar knechten liet bewerken of soms ook liet gebruiken door Peter Goijaerts als huurder van de gemeenschappelijke hoeve aldaar, die naast de huurprijs daarvoor ca. 3 mudde rogge moest bijbetalen. Verder verklaart hij dat hij de laatste overleden Vrouwe van Oirschot dikwijls heeft horen zeggen dat deze Molenstukken haar eigendom waren en dat toen deze nog leefde hij haar daarbij heeft geholpen om die stukken land te bewerken. Nadat Niclaes Ariaens als schepen hem deze verklaring heeft voorgelezen heeft hij die bevestigd. Wouter Dielis Snellaerts verklaart verder dat het zo is dat eerder op het vermelde vermelde stuk grond en de akkers genoemd de Molenstukken, die aan de watermolen van Oirschot zijn gelegen, door de oude heer Ricalt van Merode, als heer van Oirschot indertijd een huis is neergezet en daarna in de richting naar de hoeve toe een boomgaard is aangelegd. In dat huis hebben Joost en Willem Erven gewoond die er een tapperij hadden en daarna woonde er een verver, genoemde Jan de Verwer, maar hij weet niet vanwege de lange verstreken tijdsduur door wie het huis is afgebroken. Wouter beeindigt hiermee zijn verklaring en nadat die door Niclaes Ariaens als schepen is voorgelezen blijft hij bij zijn verklaring. Genoemde Jan Janssen van der Lusdonk verklaart dat hij meer dan 50 jaar geleden, maar     precies weet hij het niet meer, op het huis van de Heer van Oirschot is komen te wonen, bij de moeder van de laatst overleden Vrouwe van Oirschot aldaar, en dat hij daar in dienst was als voerman en ook als landbouwer heeft gewerkt voor een periode van 10 of 11 jaar en dat hij ermee bekend is dat op de vermelde Molenstukken aldaar of aan het aangrenzende stuk land daar een huis heeft gestaan met boomgaard, en welk huis samen met de vermelde Molenstukken verhuurd is geweest door de vermelde gewezen Vrouwe van Oirschot en welk huis daarna door de Vrouwe van Oirschot danwel door haar kinderen is afgebroken geweest en hij weet niet waar dat huis is neergezet daarna of is gebleven. Verder verklaart hij dat hij als knecht deze Molenstukken heeft bewerkt en de oogstgewassen daarvan heeft binnengehaald ten behoeve van genoemde Vrouwe van Oirschot, maar dat deze Molenstukken geen onderdeel uitmaakten van de grond of door Peter Goijaerts en Jan Simons als huurders worden gebruikt en ook deze zelfde gewezen Vrouwe van Oirschot heeft eveneens de vruchten van de boomgaard binnengehaald, ten behoeve van het Huis van Oirschot aldaar. Verder verklaart hij niet anders te weten dan dat deze Molenstukken en de daarbij gelegen grond toebehoren aan dat vermelde Huis van Oirschot maar dat hij nooit heeft gehoord dat die vroeger aan de vermelde hoeve toebehoorden, maar uitsluitend en alleen aan het huis van Oirschot en ook ten behoeve van dat huis deze Molenstukken en aangrenzende percelen zijn gebruikt. Nadat zijn verklaring daarover door Niclaes Ariens is voorgelezen blijft hij bij deze verklaring. Vervolgens verklaart Joffrouw van der Linden dat zij niet beter weet dan dat ze bij het sterfbed aanwezig was danwel in de ziekte van Peter Goijaerts, die toen hij leefde huurder was van de hoeve die door de heer van Oirschot samen met de heer van Oefalisen in eigendom was bezeten, waar de laatstoverleden Vrouwe van Oirschot samen met Peter Goijaerts een woordenwisseling zou hebben gehad of deze Molenstukken nu eigendom waren van het huis van Oirschot zelf ( lees de Berg ) danwel eigendom waren van de hoeve die gemeenschappelijk bezit was, maar zij heeft nooit gehoord dat deze Peter Goijaerts tegen deze Vrouwe van Oirschot gezegd zou hebben dat deze Molenstukken eigendom zouden zijn van de gemelde hoeve die gemeenschappelijk bezit was van Merode en van Hoefalise, maar in tegendeel daarvan dat zij de laatst overleden en gewezen vrouwe van Oirschot altijd heeft horen zeggen dat deze Molenstukken uitsluitend en alleen haar bezit waren en dus niet gemeenschappelijk bezit waren en niet behorend tot de hoeve aldaar of behorend tot ander gemeenschappelijk bezit en dat ze deze Molenstukken ook alleen voor eigen gebruik wilde hebben en dat ze geen meningsverschil daarover wilde in de toekomst of degelijke woorden min of meer. Nadat Niclaes Ariaens haar deze verklaring heeft voorgelezen, heeft ze deze verklaring bevestigd. Daarna hebben wij als schepenen deze akte bezegeld op 29 juli 1616. (Bron: Transcripties Oud- Rechterlijk Archief Oirschot door Jan Toirkens – RA148c – 29 juli 1616 akte 165)

11 september 1629 – Gracht bij huis ‘den Bergh’

  • Notaris Peeter van Haestricht is met Henricus Bartholomeus van Gestel. Zij verklaren dat zij, op verzoek van Werner van Merode, hebben nagegaan dat de gracht die bij Huis den Bergh werd gegraven, in opdracht van Floris van Merode (baron van Duffel) werd gegraven.

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Christoffel van der Meeren, Oirschot, inv. nr. 20, folio 9v..

1645 – Kasteel met watermolen

1649 – Huys ofte Slot van de Merodes

  • Jacob van Oudenhoven maakte in 1649 gewag van “het Huys ofte Slot van de Merodes, dat seer playsantigh op de Rivierde leyt.”

  • Hij schreef over Spoordonk o.a.: “Daer zijn verscheiden Huyskens maer geen soo als het Huys ofte Slot van de Merodens, dat seer plasantigh op de rivierde leyt.’ Enige jaren later schrijft hij: ‘Ende heeft daer een seer treffelyck huys onder Spoordonk, genoemd den Bergh, omringhelt met fraye vijvers ende grachten ende eene levende Rivier, daer hy eenen Molen op heeft ende is seer geschick voor vischerije cort aent huys.”

  • Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Ten_Bergh > ooggetuigen, http://www.dommel.nl > historische verhalen > De bewoners van Ten Bergh door dhr. Mijland (Regionaal Historisch Centrum Eindhoven – RHCe en dhr. Thiadens (Boxtel)

1649 – Afsplitsing watermolen

1670 – Seer treffelyck huys

  • Jacob van Oudenhoven sprak in 1670 van een seer treffelick Huys…. omcinghelt met fraye vijvers ende graghten ende eene levende Rivierde, daer hy eenen Molen op heeft ende is seer vischrijk daervan die van dat Huys wel voorsien worden midts de vischerije comt aent Huys.   

  • Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Ten_Bergh > ooggetuigen

1671 – Openbare verkoop van het adelijk omwaterde huys De Berg in Oirschot

  • Gerrit van Holland, gerechtsbode in Montfoort, contra François Dominicus van de Velde, voor Maximiliaan de Merode, markies van Denze / voor Ferdinand de Merode, graaf van Montfoort / Johan van der Meulen, secretaris van ‘s-Hertogenbosch / Floris Visser / allen die enig recht pretenderen op het adelijk omwaterde huis De Berg in Oirschot. Betreft openbare verkoop van genoemd goed.  

  • Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) ‘s-Hertogenbosch. Toegangsnummer 19, archieftitel: Raad van Brabant (1586-1811), civiel procesdossier 1671, inventarisnummer 788.1781.

29 december 1671 – Publiekelijke Verkoop van goederen ‘den Bergh’ waaronder de waterkorenmolen en oliemolen

  • Dit Oirschots bezit bestond uit het adelijk huis den Bergh, door water omgeven, met bijgebouw, binnenhoven, tuinen, boomgaarden, landerijen, hooischelf, visrecht en de ‘verloren kost’ 8 1/2 lopen met nog een aantal percelen land in de herdgang Spoordonk. Ook een hoeve op de Cattenbergh, gebruikt door Aart Peters van Nunen en 3/5 deel in de windkorenmolen in de herdgang Kerkhof.

  • In de acte van verkoping goederen ‘Den Bergh’ is de zesde koop, drievijfde deel in de waterkorenmolen en oliemolen die gebruikt worden door mulder Hermen Jan Snellaerts.              

  • Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

1672 – Proces over “adelijk omwaterde huysinge”, genaamd “De Bergh” in Spoordonk

  • Proces voor Raad van Brabant in Den Haag, tussen Gerrit van Hollant, gerechtsbode in Montfoort, als eiser van exercitie, en Ferdinand de Merode, markies van Deinze, over “adelijk omwaterde huysinge”, genaamd “De Bergh” in Spoordonk onder Oirschot, en over andere goederen aldaar.  

  • Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) ‘s-Hertogenbosch. Toegangsnummer 346, archieftitel: Cuypers van Velthoven (1320-1870); Cuypers van Velthoven, inventarisnummer 1562, datering 1672

1672 – Kasteel ‘den Bergh’ niet beschikbaar als residentie

  • In het artikel ‘De historische geografie van Oirschot in vogelvlucht’ door Bart Leenders schrijft hij het volgende: “Aan de zuidrand van de akker van Notel staat het kasteel Bijsterveld. Het huidige gebouw is achttiende eeuws, maar er was hier voordien al een ouder goed Bijsterveld, dat een hertogelijk leengoed was (Aleydis filia quondam Henrici de Audenhove, bona de Bysterveld Galesloot, 1865, p.14, fol 6v.). Het werd door de in 1672 aangetreden familie Landas ingericht als residentie, toen het oude kasteel op Spoordonk niet vrij bleek te komen. Nu is het een klooster met park en mooie dreef.” 

  • Bron: ‘De historische geografie van Oirschot in vogelvlucht’ door K.A.H.W. Leenders

9 maart 1672 – Toewijzing publiekelijke verkoop goederen ‘den Bergh’

  • Op 9 maart 1672 vindt de toewijzing plaats voor publiekelijke verkoop van de goederen ‘den Bergh’, met o.a. de waterkorenmolen en de oliemolen.

  • Zesde koop in deze toewijzing: “Drievijfde deel in de waterkorenmolen en de oliemolen bij Den Bergh, die gebruikt worden door mulder Hermen Jan Snellaerts tegen een pacht van 18 mudden rogge per jaar.”

  • Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

26 maart 1672 – Maarten Christiaan Sweerts de Landas koopt de halve heerlijkheid Oirschot

  • De halve heerlijkheid Oirschot, inclusief de waterkorenmolen en de oliemolen, werd gekocht door Maarten Christiaan Sweerts de Landas, ridder van het H.Roomse Rijk en hoogschout van Kempenland, en op 27 maart 1672 werd hij te Oirschot als nieuw heer gehuldigd.

  • Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

1674 – Catharina Stevens koopt kasteel ‘den Bergh’

  • Volgens een kwitantie verwierf Catharina Stevens, d.v Martinus Stevens en Johanna Stockmans, te Brussel de heerlijkheid Hilvarenbeek en de kopen een, vier en zeven van de allodiale goederen van de Van Merode’s onder Oirschot, waaronder het kasteel ‘Den Bergh’.

  • Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

1681 – Catharina Stevens verhuurt haar hoeve op de Cattenbergh

  • Catharina Stevens verhuurt haar hoeve op de Cattenbergh voor zes jaar aan Aert Peters van Nuenen, reeds bewoner bij aankoop van deze boerderij.

  • Bron: Campinia XIII (1983) blz. 195-210

27 december 1683 – Jan Janssen van de Lusdonck huurt het neerhuis bij kasteel ‘den Berch’

  • Catharina Stevens, vrouwe van Hilvarenbeek, Diessen etc., verhuurt het neerhuis bij kasteel Den Berch in Spoordonk voor 6 jaar aan Jan Janssen van de Lusdonck.(zie note.1)

  • Note.1 > Jan Janssen van de Lusdonck = (zeer waarschijnlijk) Joannes Janssen van de Lusdonck gedoopt op 24-1-1651 in Oirschot en overleden tussen 31-5-1724 en 31-8-1741. Hij was gehuwd met Wilhelmina Eijmersd van den Berck, en een zoon van Joannes Joannis van den Lusdonck X Maria Joannes Schellekens.

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Johan Leermakers, Oirschot, inv. nr. 236, folio 74v.

tussen 8 februari en 16 oktober 1691 – Catharina Stevens overleden, waarschijnlijk op haar kasteel den Bergh

  • Uit de bescheiden van het heerlijkheidsarchief van Oirschot is op te maken dat Catharina Stevens overleden moet zijn tussen 8 februari en 16 oktober 1691. Mogelijk op haar kasteel te Oirschot, maar helaas ontbreken de begraaflijsten en aantekeningen van overlijden van deze plaats uit de betreffende periode, zodat dit niet met zekerheid te zeggen is.

  • Bron: Campinia 13e jaargang okt 1983 nr.51 blz. 199 > De Oirscotse familie de Cort, halfheren van Hilvarenbeek ( blz. 195-210) > Catharina Stevens verwerft Hilvarenbeek en Oirschotse bezittingen.

1692 – Jan Hyacinth de Cort, bewoner van het kasteel, wordt halfheer van Hilvarenbeek

  • De oudste zoon van Catharina Stevens, Jan Hyacinth de Cort, licentiaat in de rechten, volgde zijn moeder op als halfheer van Hilvarenbeek, Diessen, Riel en Westelbeers en verhief zijn leen in 1692. Als vrijgezel bleef hij op het kasteel ‘den Bergh’ wonen, samen met zijn broer Philip. Jan Hyacinth trouwde daarna in Brussel en ging daar wonen. Hij liet de bemoeienis met zijn heerlijkheid Hilvarenbeek over aan zijn broer Philip die na zijn vertrek naar Brussel eenzaam achter bleef op kasteel ‘den Bergh’.

  • Bron: Campinia XIII (1983) blz. 195-210

4 januari 1699 – Jan Janse van de Lusdonck huurt het neerhuis bij zijn kasteel ‘den Bergh’

  • Kasteel ‘Den Bergh’ is in het bezit van Philip de Cort gedoopt 4-12-1665, zoon van Catharina Stevens. Tot zijn overlijden op 4-6-1748 is hij daar woonachtig. 

  • De ‘Nederhuysinge’ bij zijn kasteel verhuurt hij op 4-1-1699 opnieuw voor een periode van 6 jaar aan Jan Janse van de Lusdonck, reeds bewoner tijdens het leven van Catharina Stevens. (zie note.1)

  • Note.1 > Jan Janssen van de Lusdonck = (zeer waarschijnlijk) Joannes Janssen van de Lusdonck gedoopt op 24-1-1651 in Oirschot en overleden tussen 31-5-1724 en 31-8-1741. Hij was gehuwd met Wilhelmina Eijmersd van den Berck, en een zoon van Joannes Joannis van den Lusdonck X Maria Joannes Schellekens.

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Jacob van Nahuys, Oirschot, inv. nr. 224, folio 104v.,

  • Bron: Campinia XIII (1983) blz. 195-210

1702 – Catharina Stevens bewoont kasteel ‘den Bergh’

  • Een Oirschots schepenakte spreekt van permanente bewoning door Catharina Stevens en haar gezin, doch zij verbleef slechts van tijd tot tijd in het kasteel.

  • Bron: Campinia XIII (1983) blz. 195-210

4 februari 1715 – Philipus de Cort verhuurt het neerhuis bij huis ‘ten Bergh’

  • Philipus de Cort verhuurt het neerhuis bij Huis Ten Bergh in Spoordonk voor 11 jaar aan Jacob Coppens, molenaar op de watermolen.

  • Jacob Coppens is overleden voor 19 november 1719. 

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Heribert van Audenhoven, Oirschot, inv. nr. 180, folio 157v. & inv. nr. 184, folio 822v.

19 november 1719 – Maria weduwe van Jacop Coppens is Molderinne op de watermolen van Spoordonk

  • Martinus Snellaerts verhuurt zijn stede en land in Spoordonk voor 10 jaar aan Maria, wed. Jacop Coppens.

  • In de akte wordt Maria wed. Jacop Coppens genoemd als molderinne op de watermolen. 

  • Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven > Notaris Heribert van Audenhoven, Oirschot, inv. nr. 184, folio 622v.

10 maart 1725 – Philip de Cort verhuurt de ‘neerhuizinge’ bij kasteel ‘den Bergh’

  • Dirck Jan van Nuenen huurt van Philip de Cort, die zijn moeder Catharina Stevens opvolgde in de allodiale Oirschotse goederen, zoals kasteel den Bergh, de neerhuizinge bij dit kasteel voor 50 gulden ‘voorlijf’ per jaar naast meerdere andere lasten.

  • De ‘Nederhuysinge’ (het nederhuis) bij het kasteel den Bergh wordt als volgt omschreven: “een woonhuysinge, schuere, stallinge, schop ende verkenskoije met de helft in den benedenhoff, gereserveert het brouwhuis met de helft van een gebondt ende den oversteeck off afdack in voorschreven schuere.” Jaarlijks moet Dirck Jan van Nuenen 1200 pond dakstro leveren om de daken van het nederhuis en de schuur te dekken.

  • Bron: Campinia XIII (1983) blz. 195-210

1748 – Verkoop eikenbomen

  • De eikenbomen bij het kasteel worden verkocht.

  • Bron: Campinia XIII (1983) blz. 195-210

1748 > 1755 – Leegstand van kasteel ‘den Bergh’

  • Het kasteel heeft waarschijnlijk tussen 1748 en 1755 leeggestaan.

  • Bron: Campinia XIII (1983) blz. 195-210

4 juni 1748 – Guilhelmus Johannes de Cort, nieuwe eigenaar van kasteel ‘den Bergh’

  • Na het overlijden van Philip de Cort, werd zijn neef Guilhelmus Johannes de Cort eigenaar en verkoper van kasteel den Bergh

  • Philip (1665-1748) woonde tot zijn dood in het kasteel ‘den Bergh’. Hierna stond het leeg tot de verkoop in 1755.

  • Bron: Campinia XIII (1983) blz. 195-210

3 januari 1749 – Verkoop roerende goederen van Kasteel ‘den Bergh’

  • De roerende goederen werden publiek verkocht door Theodorus van Dooren. Van de onroerende goederen restte de erfgenamen De Cort enkel het kasteel den Bergh met bijbehorende gronden.

  • Bron: Campinia XIII (1983) blz. 195-210

25 november 1755 – verkoop van het adelijk huis ‘den Bergh’

  • Theodorus van Dooren verkoopt als gemachtigde van Guilhelmus Johannes de Cort aan chevalier Godefridus Dominicus Carolus ridder de van der Schueren “een adelijck huijs genaamd den Bergh mette neerhuijsinge, hoven, twee vijvers met de visserijen in de Aa (=nu de Beerze), Scheffelberg en den Verlooren Kost’ groot plm. 20 lopen, gelegen te Spoordonk bij de watermolen. (Bron: Campinia XIII (1983) blz. 195-210)

  • {Godefridus (Godfried) Dominicus Carolus ridder de van der Schueren, werd gedoopt op 17 febr. 1726 te Lier, huwde Elisabeth Maria Theresia Conraetz op 27 jan. 1751 te Venlo en overleed op 24 juli 1781 te Roermond. Hij woonde op kasteel ‘Den Bergh’ in Spoordonk van 1755 tot 1772. Hij was ook ritmeester in Oostenrijkse dienst.} Bron: Stefan de van der Schueren – Prinsenbeek.    

24 november 1772 – Publiekelijke verkoping goed ‘den Bergh’

  • Inzet publiekelijke verkoping van het goed ‘Den Bergh’.

  • Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

15 december 1772 – Publiekelijke verkoping goed ‘den Bergh’

  • Eigenaar en bewoner van het ‘kasteel’ op dat moment is chevalier Godefridus Dominicus Carolus ridder de van der Schueren.

  • Huurder en bewoner van de ‘neerhuysinghe’ op dat is moment Dielis Jans Essens.

  • Toewijzing publiekelijke verkoping goed ‘Den Bergh’ door Godefridus Dominicus Carolus ridder de van der Schueren, gepensioneerd luitenant wonende te Oirschot om binnen 1 1/2 jaar te worden afgebroken. 

  • De eigenlijke ‘kasteelwoning’ en de ‘Neerhuysinge’ of boerenwoning met een brouwerij zijn gekocht door C.H.J. Sweerts de Landas, drossaard van Oirschot. Het bijzondere is dat het kasteelcomplex niet werd verkocht om te bewonen, maar om te worden afgebroken. De koper kreeg in feite alleen het bouwmateriaal (dat hij zelf moest slopen); de grond werd verkocht met de boerenwoning, die wel in takt bleef. (deze boerenwoning of neerhuis of rentmeesterswoning bestaat in 2010 nog steeds en wordt ook nog bewoond)

  • Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

< 22 mei 1774 – Afbraak kasteel “den Bergh”

  • De afbraak van het kasteel mocht niet beginnen voordat G. D. C. de van der Schueren en Dielis Jans Essens zouden zijn verhuisd.

  • De nieuwe eigenaar van de boerenwoning en van de grond tussen de grachten mocht de slopers niets in de weg leggen. Dit zal in de praktijk geen problemen hebben gegeven omdat de nieuwe eigenaar tevens medesloper was.

  • Kasteel “den Bergh” moest, volgens bepalingen opgesteld bij de verkoop, afgebroken zijn voor pinksteren 1774 (= 22 mei 1774 – AvdL)

  • De verkoper bedong,dat hij zelf de behangsels uit de kamers, de bedsteden met hun toebehoren, de botermolen uit de boerenwoning, het “groes” dat boven in de stal lag (veevoer ??), de mesthopen van de binnenplaats, de ashopen en 20 jonge fruitbomen mocht meenemen. 

  • Het is momenteel niet duidelijk of huize “Den Bergh” inderdaad binnen 1 1/2 jaar tot de grond toe afgebroken was. Nader onderzoek zal hierover uitsluitsel moeten geven.

  • Bron: Campinia 8e jaargang (april 1978) nr.29 blz. 42-46 > De verkoping van het huis den Bergh te Spoordonk in 1672 ….., en een eeuw later.

1775 – Bouwmaterialen van ‘den Bergh’ voor kasteel Bijsterveld

  • Bouwmaterialen van kasteel ‘den Bergh’ en kasteel ‘Oud Beysterveld’ zouden na of tijdens de sloop zijn gebruikt voor de bouw van het nieuwe kasteel Bijsterveld in Oirschot door Jacob Dirk Sweerts de Landas z.v. Lodewijk Jan Baptist Sweerts de Landas

  • Een gedenksteen in het nieuwe kasteel Beysterveld herinnert aan de eerste steenlegging.

  • Klik hier voor de geschiedenis en de gedenksteen van kasteel Bijsterveld.

1991 – Booronderzoek naar ‘Huis ten Bergh’

1999 – Booronderzoek naar resten van ‘Huis Ten Bergh’

  • Terrein met resten van “Huis Ten Bergh” (‘een moated site’). Weiland met relief en waarschijnlijk grachtomtrek. Eventuele voorburcht bij een woonhuis of koetsiershuis. Boringen tonen aanwezigheid gracht aan. 

  • In 1999 booronderzoek door J. van Gool, o.l.v. W. Verwers & H. Jansen. Daarbij o.a. aangetroffen: grachtvulling, ca 10 meter breed, die een terrein van ca 70 x 60 meter aangeeft. Op het binnenterrein liepen enkele boringen vast op puin. Weerstandsmetingen door RAAP.

  • Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd ex artikel 6 van de Monumentenwet 1988

  • Begin/eind-periode > Middeleeuwen laat 1050-1500 nC.

  • Verklaring ‘Moated Site’: Laat-Middeleeuws/vroeg moderne omgrachtte, onverdedigbare, adellijke woning (schans) of stenen kamer als uitbreiding van een (ouder) motte-kasteel. Tevens is deze woning vaak onderdeel van een nederzettingscomplex. Huis Ten Bergh voldoet, volgens diverse publicaties, aan deze stelling.

  • Bron: http://www. brabant.nl/upload/documenten/c/amk.pdf > Beschrijvingen Archeologische Monumenten (AMK), Cultuurhistorische waardenkaart 2005, Auteur J. Findhammer, monumentnummer 2085, 1 augustus 2006.

6 februari 2002 – Archeologisch monument Huize ten Bergh

  • Het college van Oirschot adviseert de rijksdienst voor Monumentenzorg om Huize Ten Bergh aan te wijzen als beschermd archeologisch monument. Het terrein ligt ten zuiden van de Spoordonkseweg, ten westen van de kern Spoordonk. In de bodem van het terrein zijn de resten te vinden van een kasteel uit de late Middeleeuwen. Het terrein is nu in gebruik als weiland. De bescherming betekent dat de sporen in de bodem behouden blijven.  

  • Bron: http://www.nieuwsbank.nl; Razende Robot Reporter, betreffende besluitenlijst van de Burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot op 6 februari 2002.

2008 – Rentmeesterwoning / Poortgebouw wordt particulier bewoond

  • Anno 2008 wordt de rentmeesterwoning of poortgebouw particulier bewoond. Het huis bestaat uit twee woningen, is niet te bezichtigen en is vanaf de weg en door hoge begroeiing er omheen slechts gedeeltelijk te zien.

  • Bron: Ad van de Lisdonk (Oostrum-Lb)

2008 – Contouren, van afgebroken Kasteel ten Bergh, zichtbaar gemaakt

  • Een archeologische werkgroep, onder aanvoering van oud-burgemeester Frits Speetjens, heeft de contouren van het afgebroken kasteel Ten Bergh, in het weiland, zichtbaar teruggebracht. Dit kon plaats vinden dankzij de medewerking van de eigenaar van boerderij Ten Bergh, de familie Rijnen. De officiële opening werd verricht door een nazaat van de laatste bewoner van het kasteel Stefan Ridder De van der Schueren.              

  • Bron: http://www.oirschot.nl > Opening Open Monumentendag bij Watermolen Spoordonk 13 en 14 september 2008

2008 – Heden

 


Zie ook:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Ten_Bergh 

http://www.spoordonksewatermolen.nl 

http://www.molendatabase.nl/nederland/molen.php?nummer=594 (De Spoordonkse watermolen)

http://nl.wikipedia.org/wiki/Spoordonkse_Watermolen 

http://users.bart.nl/~leenders/txt/oirschot.html  (De historische geografie van Oirschot in vogelvlucht) 

http://www.benedictusdespinoza.nl/Beresteyn/Bijsterveld/Geschiedenis_van_Bijsterveld.htm (website niet meer toegankelijk)

 

Copyright © 1990-2013 – Ad van de Lisdonk (Oostrum – Lb).

bronverantwoording

laatst bijgewerkt op 17 februari 2013

U bevindt zich op de homepage > http://www.familievandelisdonk.nl

Belangrijkste bronnen: RHC-Eindhoven / Rijksarchief ‘s-Hertogenbosch > Oud-Rechterlijk archief en schepenprotocollen van Oirschot; Spoordonkse Watermolen: een uitgave van de stichting huis en hoef van Brabant m.m.v. eigenaars E.en A. van Esch; Brabants Dagblad 31-3-2001 (Koffie drinken in de watermolen) & 4-2-2005 (Hoop voor Spoordonkse watermolen): Oog op Oirschot door H.J.M. Mijland,  L.M. van Hout en Drs. J.P.J. Lijten;  Campinia XIII: De Oirschotse periode van de familie de Cort, halfheren van Hilvarenbeek door Jef van Gils;  Campinia VIII: Verkoping van het huis ‘den Bergh’ te Spoordonk in 1672….., en een eeuw later;  Campinia VI, VIII, IX > Huis te Bergh Oirschot;  Kastelen in Brabant door Peter van der Wielen; Naamstelling door Stefan de van der Schueren (Prinsenbeek); Genealogisch     onderzoek en familiegeschiedenis door Ad van de Lisdonk (Oostrum – Lb), De historische geografie van Oirschot in vogelvlucht door Bart Leenders, Website van de Spoordonkse Watermolen > http://www.spoordonksewatermolen.nl,

Comments are closed.