Heer Jan de Luisdonck

De vernieuwde website van de familie van de Lisdonk is (nog) volop in bewerking

Kapelaan, Heer Jan de Luisdonck,

alias Cruyske

Enkele jaren geleden vond ik  in de index van persoonsnamen, voorkomend in de protocollen van de vrijwillige rechtspraak uit het rechterlijk archief van Oirschot-Best 1493-1636, gemaakt door A.J.M. van der Meulen, bovengenoemde kapelaan, met de naam Heer Jan van der Lusdonck, alias Jan de Luisdonck, alias Cruyske(n). De daarbij behorende documenten geven een mooi beeld van de familierelatie rond deze kapelaan.

 Grafzerk in de Grote Kerk van Breda, van Heer Jan de Luisdonck, ‘alias Cruyske kapellani’

Heel opmerkelijk is dat de grootvader van kapelaan Heer Jan van der Lusdonck ook Heer Jan van der Lusdonck genoemd wordt en zelfs getrouwd is geweest of op zijn minst een relatie heeft gehad met Aleyt Marcelissen, die ik later weer tegenkom als Aleyt Rutger Zeelkens. Grootvader Heer Jan (= Jan Claeus Geraerts van der Lusdonck) en zijn partner, Aleyt, kregen zeker één zoon n.l. Claeus Jan van den Lusdonck alias Claeus Smolders. Waarschijnlijk was deze Claeus Jan molenaar op de watermolen in Spoordonk, gezien de bijnaam ‘Smolders’ en de afkomst uit Spoordonk. Maar molenaar op de windmolen in Oirschot is ook niet uitgesloten. Nader onderzoek moet dat nog uitwijzen.

Deze Claeus Jan (= Claeus Jan Claeus Geraerts van der Lusdonck) is twee keer gehuwd geweest. Zij eerste huwelijk was met Margriet Gerits van Kerkoerle en zijn tweede huwelijk met Margareta (Margriet) Henrick Riemslegers. Claeus Jan en Margareta, zijn tweede vrouw, hadden vier kinderen. Dit waren achtereenvolgens: Catharina, Aleijt, Geraert en Heer Jan (alias Heer Jan Smolders – alias Heer Jan Cruysken) .

Zoon Heer Jan (alias heer Jan Cruysken) was naast priester ook kapelaan, maar werd in documenten ook meester Jan genoemd, en had tijdens zijn leven nogal wat bezittingen in de omgeving van Oirschot. Zo bezat hij “een groten huijse en een cleijnen huijsken, gronden, hoff en erff. daaraan, 8 lopense groot, onder Kerchof aen die Papenvoert.”Enkele andere voorbeelden zijn een huijs, gront, hoff en erffelinghe daaraen, 4 lopense groot, tot Boterwijck” ,  “een huijsing, schuer, gronden, hoff, bogart en een stuk lants daaraen, onder Spoerdonck tot Boterwijck”, “een stuk eckerlants, geheijten den Heijnecker, 8 lopense groot”, “noch twee eckeren lants, metten eijnden ruerende aen een gelegen, onder Kerchof, in die Hovelsche ecker”, “een heijtvelde en een ecker daaraen tot Spoerdonck” enz. enz.  Het is niet bekend of we hier te maken hebben met overerving of goed geld- en grondbeheer. Niettemin, Heer Jan was zeer bemiddeld zoals uit de voorbeelden blijkt. 

Het zal duidelijk zijn dat de jongste Heer Jan ook een groot aanzien had in de plaats waar hij kapelaan was. Zo wordt hij genoemd “heer Jan Cruysken of Luysdonck des hoofs capellaen voer syn covellaken”. Jan was namelijk hoofdkapelaan van het begijnhof in Breda. Volgens een uitvoering van zijn oudst gevonden testament, op 8 januari 1534, worden Heer Gielis Brievincx en Heer Jan Hoze, priesters en “cappelanen in der Colle te Kercke van O.L.V. tot Breda” genoemd als “executueren des testaments ende uiterste wille van wijlen Heer Jan van der Lusdonck die men gemeijnlijck hiet Heer Jan Smolders of Cruysken”. Hieruit blijkt, dat Heer Jan ook de bijnaam had van Smolders. Dit zou kunnen betekenen dat hij uit een molenaarsgezin komt, want ‘molder’ is daarvan afgeleid, en de watermolen van Spoordonk speelde op bepaalde momenten, binnen de familie, een belangrijke rol. Waarom hij Cruysken genoemd werd is niet helemaal duidelijk, maar dat zal vast te maken hebben met het feit dat hij priester is geweest.

Verder is niet zo veel bekend gebleven over deze kapelaan, los van het feit dat er jaarlijks op 2 maart, de overlijdensdag ene Heer Jan de Luisdonck alias Cruysken, door de begijnen van Breda een jaargetijde werd gehouden met een mis voor hem en zijn ouders. Wat ook opgevallen is, dat in de door mij gevonden documenten alleen deze Heer Jan als Cruysken door het leven ging.  Van zijn grootvader, die ook Heer Jan heet, heb ik dat niet kunnen vinden, wel als Heer Jan de Moller. Gezien deze constatering wil ik voorzichtigheidhalve concluderen dat het gevonden graf in de Grote Kerk van Breda van de kleinzoon is. Volgens mondelinge informatie, verkregen in de Grote Kerk van Breda, zou de plek waar het graf ligt de werkelijke begraafplaats zijn, namelijk voor het Herenkoor, in het gangpad op de hoek bij de kapel van het H.Kruis. Tevens ligt het graf vlakbij de Prinsenkapel, met zijn met bladgoud beklede plafond, waar de voorvaderen van ons Koninklijke Huis begraven zijn. 

Over het jaar van overlijden blijkt er enige onduidelijkheid te zijn. Op 2 maart 1504 is er een jaargetijde voor “Domini Johannes de Lusdonck”. Doch op een rekening, van het begijnhof, uit 1510 zou blijken dat kleinzoon Jan op dat moment nog in leven zou moeten zijn.  Dat betekent dat hij waarschijnlijk voor 1485 geboren is. Ook over de plaats van het graf lijkt onduidelijkheid, want volgens een document uit het jaargetijdenregister van het begijnhof zou blijken dat “Heer Jan Cruysken of Luysdonck onder die zielmis”, niet begraven is voor het herenkoor maar voor het “Onser Vrouwen-koer”.  

Wat betreft genoemde onduidelijkheid zou er een logische verklaring kunnen zijn. Er zijn namelijk twee priesters met de naam Heer Jan van der Lusdonck. Grootvader is geboren voor 1423 en overleden tussen 10 februari 1497 en 24 februari 1500. Dan is het dus best mogelijk dat deze Grootvader Heer Jan ook priester is geweest in Breda en begraven is in de Grote Kerk. De genoemde jaargetijde, op 2 maart 1504, betreft dan NIET deze priester. En hij zou dan best begraven kunnen zijn voor het “Onser Vrouwen-koer”. Maar zijn graf is niet terug te vinden en waarschijnlijk al lang geruimd.

Zijn kleinzoon daarentegen, Heer Jan Cruysken, is geboren vóór 1504 en overleden voor 8 januari 1534. Gezien deze gegevens is het zeer goed mogelijk dat er een rekening bestaat uit 1510 waaruit blijkt dat deze Heer Jan in dat jaar in leven is. En daarom is Heer Jan Cruysken waqarschijnlijk geboren voor 1485. 

Conclusie: De Heer Jan van de jaargetijde is de grootvader en de Heer Jan ,van de genoemde rekening, is de kleinzoon Heer Jan Cruysken, die in het graf heeft gelegen voor het herenkoor, waarvan de grafzerk nog aanwezig in de Grote Kerk van Breda.

Restauratie van de Grote Kerk in Breda

De Grote Kerk van Breda is een prachtig monumentaal gebouw. Doch bij de restauratie aan het eind van de jaren tachtig, bleek dat het gebouw in een zeer slechte staat van onderhoud verkeerde. Het was begroeid met algen, mos en voorzien van een gipskorst, had loszittende stenen door verdwenen voegwerk, lekkende daken, verrotte goten en kapotte glas-in-loodramen waardoor de wind en de regen vrij spel in het gebouw hadden. In de kerk was het vaak vochtig, koud en bedompt. Een prima klimaat voor allerlei ongedierte, dat zich bijvoorbeeld tegoed deed aan de dikke dakspanten, waardoor het gebouw zichzelf uit zijn verband drukte. Kortom: er moest wat gebeuren, anders zou het gebouw instorten, in elk geval delen ervan. Door Architectenbureau J. van Stigt uit Amsterdam werd een restauratieplan gemaakt dat tussen 1995 en 1998 werd uitgevoerd.

Wat de vloer betreft werden de zerken verwijderd en zijn er archeologische opgravingen gedaan. Om het klimaat in de kerk beter te kunnen beheersen is in de ontwerpfase van het  restauratieplan al gekozen voor de aanleg van een vloerverwarmingssysteem. Een bijkomend voordeel daarbij was, dat de ligging van de zerken (in vorige restauraties verstoord) kon worden hersteld. Daarnaast kon van de situatie gebruik worden gemaakt door archeologisch onderzoek te verrichten. Tijdens dit onderzoek zijn de resten van een kerk uit de dertiende eeuw teruggevonden. Tevens is tufsteen opgegraven, hetgeen wijst op een nog oudere voorganger uit de elfde eeuw. Alle aangetroffen grafkelders en de daarin aanwezige kisten en stoffelijke resten zijn ontzien, maar wel opgemeten en gefotografeerd.

In de kerk zijn alle grafzerken en vloertegels gelicht. De tegels die op meer dan drie plaatsen waren gebroken, zijn vervangen. De andere tegels en de beschadigde grafzerken zijn gerepareerd in het steenhouwersatelier. Het aanwezige zand is verwijderd. Daarvoor in de plaats is vers zand gestort, na afronding van het archeologisch onderzoek. Op dit zand zijn de hoofdleidingen van de vloerverwarming aangebracht. Daar boven op is een blauwe kunststof mat gelegd, die aan de onderzijde vochtwerend is en aan de bovenzijde warmte-isolerend. Op die mat zijn de leidingen van de vloerverwarming gelegd. Een speciaal grof ‘breekzand’, dat makkelijk warmte doorlaat, dekt de mat en de leidingen af. Hierop zijn de grafzerken en tegels teruggeplaatst volgens het grondplan van 1830. De vloerverwarming verwarmt het zand en de zerken of tegels en werkt als een ouderwetse stoof: als de steen eenmaal warm is, wordt de warmte lang vastgehouden.

Tijdens de laatste restauratie in de Grote Kerk zijn een aantal objecten van plaats veranderd, omdat deze tijdens vorige restauraties uit praktische overwegingen waren verplaatst. Zo waren veel grafzerken uit het middenschip naar de zijbeuken verhuisd om een vlakke tegelvloer te kunnen leggen. Deze is tijdens de restauratie verwijderd en ook hersteld in het patroon van 1830.

Gezien bovengenoemde situatie heeft bij de ernst van de slijtage, vocht een grote rol gespeeld, los van het feit dat er in de loop van 500 jaar veel over de grafzerken heen is gelopen en daardoor ook nog eens behoorlijke slijtageplekken zijn ontstaan. Om die reden is de tekst op de grafzerk van Heer Jan grotendeels niet meer leesbaar. Wat wel nog duidelijk leesbaar is, is de tekst: “alias cruyske capellani”.

De grafzerken in de Grote Kerk van Breda zijn te bezichtigen, doch hierbij verwijs ik graag naar de bezoekersinfo.

 

Bronverantwoording:

  • Genealogische gegevens en foto’s grafzerk uit eigen archief van Ad van de Lisdonk (Oostrum – Lb)
  • Index van persoonsnamen, voorkomend in de protocollen van de vrijwillige rechtspraak uit het rechterlijk archief van Oirschot-Best 1493-1636, gemaakt door A.J.M. van der Meulen
  • Regionaal    Historisch Centrum Eindhoven
    • Protocollen van de vrijwillige rechtspraak uit het rechterlijk archief van Oirschot-Best 1493-1636
    • Oud rechterlijk archief Oirschot (analyses) 
    • Kapittel van Oirschot, Oorkonden van 1311-1500 & 1311-1791           
    • Overdrachten en schuldbekentenissen
    • Testament (uitvoering en erfdelingen)
  • Grote Kerk in Breda(geschiedenis en restauratie)       
  • Stadsarchief van Breda (collecties)       
    • Internetpagina: http://stadsarchief.breda.nl (Het Obituaria, van de kanunniken, is tijdelijk niet beschikbaar op het internet)
    • Jaargetijdenregister Begijnhof (1353) ca.1500-1626
    • Inventaris van het archief van het begijnhof in Breda
    • Obituaria van de kanunniken en de kapelanen verbonden aan de collegiale kerk van O.L.V. te Breda
    • Registers: NC292, AKAPB082, BEGJ022, BEGJ138, AKANB0131
    • Vubisweb: Grafzerk van Jan de Luisdonck alias Cruysken (kapelaan van Begijnhof) (Vubisweb is niet meer op het internet aanwezig)

De genealogische gegevens van de hierboven vernoemde personen kunt U vinden op de:

Genealogische pagina van de familie van de Lisdonk 

 

Copyright © 1990-2013 – Ad van de Lisdonk (Oostrum-Lb).

bronverantwoording

laatst bijgewerkt op 9 oktober 2013

U bevindt zich op de homepage > http://www.familievandelisdonk.nl

Comments are closed.